Hoofdstukken:
1. Wat is de cultuur van een volk?
2. De cultuurgroepen op Aarde
3. De westerse cultuur
4. De oosterse cultuur
5. De joodse cultuur
6. De moslim cultuur
7. Zijn culturen verenigbaar?
8. De wereld als dorp
9. Het bewaren van de eigen cultuur
1. Wat is de cultuur van een volk?
Cultuur is het gehele complex aan kennis, overtuigingen, kunst, recht, ethiek, gewoonten, tradities, normen, waarden, idealen, instituten, materiële objecten en alle eigenschappen die door de mens zijn aangeleerd als onderdeel van een samenleving. Of anders gezegd, cultuur is alles wat een groep mensen zich heeft aangeleerd in de loop der tijden, wat hen met elkaar verbindt en wat wordt doorgegeven aan volgende generaties. Kort gezegd: cultuur is niet wat een volk is (dat is biologie of demografie), maar hoe een volk leeft, denkt en zich uitdrukt. Cultuur is de 'onzichtbare software' die bepaalt hoe mensen naar de wereld kijken en met elkaar omgaan. Er zijn 2 lagen te onderscheiden.
1. De immateriële cultuur (de
software / het denken)
Dit zijn de onzichtbare elementen die in de
hoofden en harten van mensen zitten. Het is vaak de diepste kern van een
volksidentiteit. Enkele onderdelen.
* Taal en verhalen
--- Taal en dialecten (gesproken en geschreven) zijn de belangrijkste
voertuigen van cultuur. Het bepaalt hoe mensen zich uitdrukken, maar bevat ook
specifieke spreekwoorden, mythen en historische verhalen die de identiteit
vormen.
* Waarden en normen
--- Waarden zijn de idealen (wat vindt men belangrijk, zoals individuele
vrijheid, gastvrijheid, respect voor ouderen, de familie-eer,..). Normen zijn
de concrete gedragsregels die daaruit voortvloeien (hoe men zich dient te
gedragen).
* Religie, spirituele tradities, wereldbeelden en taboes
--- Hoe kijkt een volk naar de zin van het leven, de dood, ethiek, moraliteit
en het mysterie van het universum?
* Sociale structuren
--- De manier waarop het gezinsleven, huwelijkstradities en hiërarchieën
binnen de gemeenschap zijn georganiseerd.
2. De materiële cultuur
(de hardware / de uitingen)
Dit zijn de tastbare en zichtbare
dingen die een volk maakt, gebruikt en achterlaat. Dit is wat men direct
opmerkt wanneer men een andere cultuur leert kennen.
* Kunst en expressie
--- Muziek, dans, literatuur, architectuur, theater, film,...
* Rituelen en feestdagen
--- Collectieve feesten, herdenkingen, overgangsrituelen (zoals geboorte- of
begrafenisrituelen) en festivals.
* Eet- en leefgewoonten
--- Wat en hoe men eet (culinaire tradities), maar ook de manier waarop huizen
en steden worden gebouwd en de specifieke klederdracht.
* Gebruiksvoorwerpen en technologie
--- De specifieke gereedschappen, ambachten en objecten die historisch door
het volk zijn ontwikkeld.
Cultuur is niet statisch; het verandert
voortdurend door contact met andere volkeren, technologie en tijd. Maar voor
een volk voelt hun cultuur als het fundament van hun mens-zijn en hun
verbondenheid met het verleden.
3. Menselijke universalia (de
gedeelde cultuur)
Naast de grote culturele diversiteit onder de
volkeren is er ook een uniforme, menselijke cultuur. Vijf belangrijke aspecten
zijn terug te vinden in elke cultuur en tijdens alle tijdperken. Men noemt dit
de 'menselijke universalia'. Het zijn specifieke elementen en gewoonten die in
elke menselijke samenleving aanwezig zijn, van de meest geïsoleerde stammen in
de Amazone tot de inwoners van hypermoderne megasteden als Tokio of New York.
Hoewel de invulling per land of regio verschilt, is de basis overal hetzelfde.
Men kan dit de 'hardware' van de menselijke cultuur noemen, die voortvloeit
uit onze biologie en psychologie.
* Taal en symbolisme --- Alle volkeren gebruiken een complexe, gestructureerde taal om te
communiceren. En elke menselijke cultuur begrijpt het concept van metaforen en
symbolen (bijvoorbeeld: een vlag, een sieraad of een tekening die een diepere
betekenis vertegenwoordigt). Verder gebruiken alle culturen verhalen en mythen
om de wereld te verklaren.
* Sociale Structuren & familie --- Elke samenleving kent een vorm van sociale organisatie. De basis
daarvan is telkens het gezin en bij uitbreiding de familie, waarbij de
volwassenen samenwerken om de kinderen op te voeden. In elke cultuur gelden er
strikte regels en wetten die seksuele relaties tussen directe familieleden
(zoals ouders en kinderen) verbieden (incest is taboe). Elke cultuur kent een
vorm van leiderschap, statusverschillen of een taakverdeling (bijvoorbeeld op
basis van leeftijd, ervaring of vaardigheid).
* Rituelen rondom leven en dood --- De mens is zich bewust van zijn eigen sterfelijkheid. Dit besef
resulteert in begrafenisrituelen. Geen enkele cultuur laat het lichaam van een
overledene zomaar achter. Er zijn specifieke ceremonies om afscheid te nemen
en de doden te eren. Er zijn ook overgangsrituelen voor geboorte, puberteit en
huwelijk.
* Expressie, kunst, muziek en spel
--- Cultuur is nooit puur functioneel; de mens heeft een universele drang naar
esthetiek en vermaak. Er bestaat geen cultuur zonder ritme, melodie, muziek en
dans. Ook lichaamsversiering (als uitdrukking van status en identiteit) komt
in alle culturen voor, waaronder tatoeages, make-up, merkkleding, piercings of
stammen-littekens. Ook het concept van 'spelen' (het hanteren van regels voor
een niet-essentiële, competitieve of recreatieve activiteit), is universeel
menselijk.
* Ethiek en rechtvaardigheid --- Hoewel de exacte wetten verschillen, deelt de hele mensheid
dezelfde morele blauwdruk. Bekend is het principe van
'voor wat, hoort wat' (als ik jou help, help jij mij). Dit is de basis
van menselijk vertrouwen. Elke cultuur kent het onderscheid tussen goed en
kwaad. Er zijn regels tegen willekeurig doden, stelen en liegen binnen de
eigen groep. Wie de regels overtreedt, wordt gestraft.
2. De cultuurgroepen op Aarde
Academici delen de wereld op in verschillende grote cultuurgebieden of
beschavingen. Naast de westerse cultuur, de oosterse cultuur, de joodse
cultuur en de moslim cultuur (zie verder) zijn er nog de onderstaande vijf.
Maar elke hoofdcultuur kent nog vele subculturen. Onthoudt dat dit een sterke
veralgemening is. De meeste culturen zijn diep verbonden met een bepaalde
religie (die vaak duizenden jaren oud is). Er zijn 5 wereldreligies:
christendom, islam, hindoeïsme, boeddhisme en jodendom. Daarnaast zijn er nog
vele andere stromingen, zoals sikhisme, confucianisme, taoïsme en diverse
natuurreligies.
Cultuur en religie zijn zo intens met elkaar
verweven dat het vaak lastig is om te zien waar de ene ophoudt en de andere
begint. Zelfs in niet-religieuze samenlevingen is de dagelijkse cultuur nog
doordrenkt van religieuze wortels. Er zijn tal van voorbeelden.
In
westerse landen is het rechtssysteem en het idee van individuele mensenrechten
sterk beïnvloed door de joods-christelijke traditie. Kerstmis en Pasen zijn
bijv. belangrijke feestdagen (gelinkt aan het leven van Jezus), en de zondag
is traditioneel de rustdag. Kerstmis werd door het Vaticaan vastgelegd op de
winterzonnewende, omdat de Germaanse en Romeinse volkeren toen hun eigen
winterfeesten vierden (zoals Yule en Saturnalia). Veel tradities, waaronder de
kerstboom, de kerstman, de paaseieren, hebben een heidense oorsprong maar zijn
nu puur 'christelijke cultuur'. In Latijns-Amerika is het katholicisme
versmolten met inheemse Maya en Azteken tradities, wat bijvoorbeeld resulteert
in het kleurrijke Día de los Muertos (Dag van de Doden) in
Mexico.
In veel islamitische landen is de sharia (de islamitische
wetgeving) direct verweven met de wetten van het land. In de islamitische
wereld bepaalt de Ramadan het ritme van een hele maand, met het Suikerfeest
als cultureel hoogtepunt, en is de vrijdag de belangrijkste dag voor het
gezamenlijke gebed. Belangrijke levensgebeurtenissen (geboorte, puberteit,
huwelijk en overlijden) worden in bijna alle culturen vormgegeven via
religieuze rituelen. In culturen die beïnvloed zijn door het hindoeïsme of
boeddhisme, spelen concepten als ahimsa een grote rol
(geweldloosheid en respect voor al het leven).
1. De Sub-Saharisch Afrikaanse cultuur
Dit omvat het continent Afrika ten zuiden van de Sahara woestijn.
Hoewel dit gebied enorm divers is met duizenden verschillende etnische groepen
en talen, deelt de regio een aantal diepgaande culturele kenmerken. Zoals de
Ubuntu filosofie
met een sterke focus op gemeenschap en collectivisme
('Ik ben omdat wij zijn'). De groep en de familie zijn vaak
belangrijker dan het individu. Veel Afrikaanse gemeenschappen combineren het
christendom of de islam met traditionele inheemse religies (animisme,
natuurreligies, sjamanisme), waarbij voorouderverering en respect voor de
natuurlijke en spirituele wereld centraal staan.
2. De Latijns-Amerikaanse cultuur
(midden en zuid Amerika)
Hoewel Latijns-Amerika sterke westerse invloeden heeft door de Spaanse en Portugese kolonisatie, wordt het door cultuurwetenschappers vaak als een aparte cultuurgroep gezien. Latijns-Amerika kent een unieke, eeuwenoude versmelting van Europese cultuur, plus de cultuur van meegenomen Afrikaanse slaven en de inheemse tradities (Maya's, Azteken, Tolteken en Inca's). Het rooms-katholieke geloof is verweven met het dagelijks leven, vaak gecombineerd met een zeer hechte, patriarchale familiestructuur en een sterke nadruk op sociale hiërarchie en gastvrijheid.
3. De Orthodoxe / Oost-Europese cultuur
Dit gebied omvat Rusland, Griekenland, Wit-Rusland, Oekraïne,
Servië en delen van de Balkan. Hoewel het geografisch in Europa ligt,
verschilt het historisch en cultureel wezenlijk van de westerse (katholieke /
protestantse) cultuur. Er is de Byzantijnse erfenis die gevormd wordt door het
Grieks-orthodoxe christendom en het voormalige Byzantijnse
Rijk. Historisch gezien heeft dit cultuurgebied een sterkere traditie van
collectivisme en spirituele mystiek en een grotere acceptatie van een
centrale, sturende rol van de staat (communisme, marxisme) in vergelijking met
het individualistische West-Europa.
4. De Hindoeïstische cultuur
(Zuid-Azië)
Dit is één van de oudste, nog levende beschavingen ter wereld. Ze
is onlosmakelijk verbonden met het Indiase subcontinent. Wat deze cultuur
uniek maakt, is dat ze niet is gesticht door één profeet en geen centraal
leergezag kent (zoals een paus of kalief). Hindoes noemen hun traditie vaak
Sanatana Dharma, wat 'de eeuwige orde' of
'de eeuwige plicht' betekent. Het is een complete levenswijze waarin
cultuur, religie, filosofie, kunst, wetenschap en het dagelijks leven volledig
in elkaar overlopen. Het Hindoestaanse wereldbeeld rust op een aantal
spirituele en filosofische pijlers die bepalen hoe men naar het leven, de tijd
en de kosmos kijkt:
* Dharma (plicht en kosmische
orde) --- Dit is de morele basis van het leven. Het staat voor juist gedrag,
gerechtigheid en het vervullen van je plichten tegenover familie, de
maatschappij en de kosmos.
* Karma
(actie en gevolg) --- De wet van oorzaak en gevolg. Elke actie (fysiek,
verbaal of mentaal) heeft een morele consequentie. Goede daden leiden tot
positieve resultaten in dit of een volgend leven; slechte daden genereren
kwalijke en nadelige consequenties.
* Samsara
(reïncarnatie) --- Hindoes geloven dat de ziel (Atman) onsterfelijk is en na
de dood telkens opnieuw wordt geboren in een nieuw lichaam (als mens, dier of
goddelijk wezen), gestuurd door het opgebouwde karma. De tijd wordt niet
gezien als een rechte lijn (zoals in het Westen), maar als een oneindige
cirkel van creatie en vernietiging.
* Moksha
(bevrijding) --- Voor velen het ultieme levensdoel. Dit is het doorbreken van
de cyclus van wedergeboorten (Samsara). Wanneer de individuele ziel zich
realiseert dat zij één is met de universele ziel of kosmische realiteit
(Brahman), bereikt men verlichting en eeuwige vrede/vreugde.
Het
hindoeïsme wordt vaak een polytheïstische religie genoemd (met duizenden
goden), maar veel hindoes zijn eigenlijk monisten: ze geloven in één ultieme,
vormloze kosmische kracht (Brahman), die zich manifesteert in diverse goden en
godinnen. Een controversieel kenmerk van de hindoe samenleving is de sociale
gelaagdheid (klassensysteem). Historisch gezien is de maatschappij opgedeeld
in vier hoofdklassen: Brahmanen (priesters, leraren en intellectuelen),
Kshatriya's (koningen, krijgers en bestuurders),
Vaishya's (handelaren, boeren en ambachtslieden) en
Shudra's (arbeiders en dienaren). Helemaal buiten dit systeem vallen de
Dalits (voorheen de onaanraakbaren genoemd), als de laagste kaste.
Hoewel discriminatie op basis van kaste in de moderne Indiase grondwet
verboden is en er actieprogramma's zijn voor achtergestelde groepen, toch
speelt het kaste systeem nog steeds een grote rol in de Indiase cultuur, met
name bij het selecteren van huwelijkspartners en in de rurale politiek.
5. De Inheemse / Autochtone culturen
(inheemse volkeren)
Dit is geen aaneengesloten geografisch blok, maar een wereldwijde
cultuurgroep die de oorspronkelijke bewoners van verschillende continenten
omvat, zoals de Native Americans (Noord-Amerika), de Aboriginals (Australië),
de Maori (Nieuw-Zeeland) en de stammen in het Amazone regenwoud of
Papoea-Nieuw-Guinea. De basis van hun cultuur is een diepe, spirituele en
ecologische relatie met de aarde en de planeet. Grondgebied is geen economisch
bezit, maar een levend deel van de gemeenschap. Kennis, geschiedenis en morele
wetten worden niet via boeken, maar via verhalen, liederen en rituelen van
generatie op generatie doorgegeven.
3. De westerse cultuur
Positief (idealen): individualisme, democratie, gelijkheid,
rationalisme, mensenrechten, secularisme.
Negatief (valkuilen): hyper-individualisme, materialisme, consumentisme, prestatiedruk,
eurocentrisme (de westerse cultuur als superieur beschouwen),
vervreemding.
De westerse cultuur is geen vastomlijnd
pakket aan regels, maar een historische optelsom van ideeën, tradities en
waarden die hun oorsprong vinden in Europa. Door migratie en kolonisatie heeft
dit zich verspreid naar Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. Hoewel
er grote onderlinge verschillen zijn (een Italiaan leeft anders dan een
Canadees), zijn er een aantal diepgewortelde kenmerken die de westerse cultuur
typeren. Hieronder slechts enkele grote lijnen, want cultuur is een uitgebreid
thema, te groot voor een bericht als dit.
1. Individualisme boven het collectief
De vrijheid om je eigen levenspad te kiezen, los van familietradities
of groepsdruk. Dit is misschien wel het scherpste contrast met veel
niet-westerse culturen. In het Westen staat het individu centraal. Er is (nog
steeds) persoonlijke vrijheid. Dat betekent dat men zelf mag kiezen wie men
wil worden, wat men doet, welke religie men aanhangt (of niet), en hoe men
zijn leven inricht. Succes in het leven of mislukken in het leven worden
primair gezien als de verantwoordelijkheid van het individu, niet van de
familie of van de gemeenschap. Zelfontplooiing is een belangrijk levensdoel.
De valkuil is hyper-individualisme, wat kan doorslaan in eenzaamheid, een
gebrek aan sociale cohesie en het gevoel dat men er 'alleen voor staat'.
2. De Verlichtingsidealen: ratio en wetenschap
Rationalisme of het vertrouwen op de wetenschap, logica en
empirisch bewijs om de wereld te begrijpen en problemen op te lossen, in
plaats van puur op dogma's of tradities. Sinds de Verlichting (18e eeuw) leunt
de westerse cultuur zwaar op het idee dat de wereld te begrijpen en te
verbeteren is door middel van de menselijke rede (ratio), wetenschappelijk
onderzoek en logica. Dit heeft geleid tot een sterke focus op innovatie,
efficiëntie, pure (soms eenzijdige) wetenschap en technologische vooruitgang.
Het nadeel is dat door de sterke focus op rationaliteit, efficiëntie en
verstedelijking veel mensen hun diepere connectie met de natuur, gemeenschap
en spiritualiteit zijn kwijtgeraakt.
3. Democratie en de rechtsstaat
Het principe van volkssoevereiniteit, politieke inspraak en het
recht om kritiek te uiten op de machthebbers. De politieke fundamenten van het
Westen zijn grotendeels gelegd in het klassieke Griekenland en Rome, en later
verfijnd tijdens de Franse en Amerikaanse revoluties (Code Napoléon en
Bill of Rights). Het streefdoel is emancipatie, namelijk gelijke
rechten voor allen, ongeacht gender, geaardheid, afkomst of religie. In
principe is iedereen dus gelijk voor de wet. Het betekent dat iedereen, van de
bakker tot de premier zich aan dezelfde wetten moet houden. In de praktijk
wordt evenwel gemeten met twee gewichten. Jan met de pet is meestal en al
eeuwenlang de dupe, terwijl de top van de macht haar verantwoordelijkheid
ontloopt en beschermd wordt. Het Westen valideert ook de mensenrechten.
Concepten zoals vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en het recht op
privacy worden gezien als universele basisrechten. Maar ook deze rechten staan
tegenwoordig op de helling, er is censuur, toezicht op hate speech en
steeds minder privacy (in de surveillance staat).
4. Secularisatie en de scheiding van kerk en staat
Hoewel de westerse cultuur ethisch en historisch diep geworteld
is in de joods-christelijke traditie, toch is de maatschappij in de afgelopen
eeuwen sterk geseculariseerd (kerk en staat zijn gescheiden). De kerk heeft
geen politieke macht meer. Wetten worden gemaakt door 'democratisch' gekozen
overheden, niet op basis van heilige schriften die eeuwen geleden werden
geschreven. Zo ontstaat er ruimte voor religieuze diversiteit en
keuzevrijheid.
5. Lineaire tijdsbeleving en vooruitgangsdenken
In het Westen wordt tijd gezien als een rechte lijn: het verleden
is voorbij en vergeten, en de toekomst komt eraan en 'moet beter' worden dan
vandaag (met als gevolg: de groei-economie en het leegplunderen van de aardse
grondstoffen). Dit stimuleert een cultuur van plannen, deadlines, ambitie en
het idee dat de maatschappij constant in ontwikkeling (vooruitgang) moet zijn.
Deze prestatiedruk leidt in de praktijk tot veel stress, burn-outs en
faalangst.
Bovenstaande kenmerken zijn de idealen van de westerse
cultuur. In de praktijk schuurt het natuurlijk wel eens — denk aan de spanning
tussen individuele vrijheid en de behoefte aan sociale solidariteit, of de
discussie tegenwoordig over hoever de vrijheid van meningsuiting precies
reikt.
4. De oosterse cultuur
Positief (idealen): harmonie (het vermijden van openlijke conflicten en
het streven naar een vreedzame, stabiele samenleving), een diep respect voor
(voor)ouders en ouderen in het algemeen, discipline & zelfbeheersing,
holistisch denken (yin-yang), lange-termijn visies.
Negatief (valkuilen):
gezichtsverlies (fouten maken brengt schaamte mee), extreme prestatiedruk,
conformisme & onderdrukking van het individu (de groep komt eerst),
strikte hiërarchie & patriarchaat (de maatschappij is vaak streng top-down
georganiseerd), emotionele onderdrukking (persoonlijke trauma's, verdriet of
mentale problemen worden vaak opgekropt).
Waar de westerse cultuur
de nadruk legt op het individu en de ratio, draaien Oost-Aziatische culturen
(die diep beïnvloed zijn door het confucianisme, boeddhisme en taoïsme)
traditioneel om harmonie, de groep en hiërarchie.
1. Collectivisme versus individualisme
Dit is het meest fundamentele verschil. In het Westen staat het
'ik' centraal en in Oost-Azië staat het 'wij' centraal. In het Westen wordt
identiteit bepaald door jouw persoonlijke prestaties, je eigen mening en hoe
uniek je bent. In Oost-Azië is identiteit onlosmakelijk verbonden met de
groepen waartoe men behoort (gezin, familie, bedrijf, land). Loyaal zijn aan
de groep en het bewaren van de sociale harmonie zijn belangrijker dan een
persoonlijke mening. Men past zich aan om de groep niet te verstoren.
2. Communicatie: direct versus indirect (gezichtsverlies)
De manier waarop men met elkaar praat en conflicten oplost,
verschilt enorm door de focus op harmonie. In het Westen is communicatie
direct en expliciet. 'Nee' betekent meestal gewoon nee, en een stevige
discussie of kritiek op de werkvloer worden gezien als professioneel en
constructief. In Oost-Azië is de communicatie subtieler, indirect en hangt af
van de context. Men zal zelden direct 'nee' zeggen, omdat dit de harmonie
verstoort en de ander 'gezichtsverlies' kan opleveren. Men zegt liever:
'Dat is een interessante suggestie, we zullen erover nadenken' (wat
vaak nee betekent). Lichaamstaal en 'tussen de regels door lezen' zijn
cruciaal.
3. Hiërarchie en respect voor autoriteit
Hoewel het Westen ook hiërarchie kent, streven westerse landen
(vooral in Noord- en West-Europa) naar een vlakkere organisatiestructuur
waarbij men de baas van het bedrijf gewoon bij de voornaam noemt en mag
tegenspreken. In Oost-Azië is hiërarchie de hoeksteen van de samenleving, en
historisch gebaseerd op de confucianistische leer. Er is diep respect voor
ouderen, leraren en leidinggevenden. Hun autoriteit wordt zelden openlijk in
twijfel getrokken. Ouderen en meer ervaren mensen dragen de
verantwoordelijkheid om voor de jongeren/ondergeschikten te zorgen, die in
ruil daarvoor gehoorzaam en loyaal zijn.
4. Relatie met werk en plichtsbesef
Beide culturen werken hard, maar de motivatie en de invulling
ervan verschillen. In het Westen is werk een middel voor persoonlijke
ontplooiing en financiële inkomsten. De balans tussen werk en privé en de
persoonlijke vrije tijd worden streng bewaakt. In Oost-Azië is werk vaak een
morele plicht naar de samenleving en de familie toe. In Japan (met concepten
als 'Karoshi', overlijden door overwerk) en China (met de '996' werkcultuur in
de tech sector — dus werken van 9u tot 21u, 6 dagen per week) reikt de
loyaliteit aan de werkgever extreem ver. Na werktijd gaat men vaak nog
verplicht drinken of eten met collega's om de onderlinge banden te
versterken.
Door globalisering en internet groeien met name jongere
generaties in Aziatische metropolen zoals Tokio, Shanghai en Seoul steeds meer
op met westerse invloeden. Zij zoeken vaker naar een betere werk-privé balans
en hechten meer waarde aan individuele expressie dan hun ouders, al blijven de
diepliggende culturele waarden nog altijd stevig overeind.
5. De joodse cultuur
Positief (idealen): intellectualisme & discussie (debat),
veerkracht & overlevingsdrang, hechte familiebanden & tradities.
Negatief (valkuilen): een intergenerationeel trauma door eeuwen van vervolging (een gevoel
van onveiligheid en wantrouwen naar de buitenwereld), geslotenheid en
isolatie, een verstikkend traditionalisme (in orthodoxe kringen), schuldgevoel
& neurose (een cultuur van chronisch schuldgevoel, faalangst en
neurotische zelfkritiek), een sterke interne polarisatie en verdeling tussen
de verschillende joodse groepen.
De Joodse cultuur is één van de
oudste nog levende culturen ter wereld en is erg veelzijdig. De joodse cultuur
is, net als de moslim cultuur, sterk verweven met religie (het jodendom).
Daarnaast hebben de 15 miljoen Joden, die erg verspreid leven over de wereld
(diaspora), een gedeelde geschiedenis, eigen tradities en een sterke
gemeenschapszin.
1. Tradities, feesten en de Sabbat
De Joodse kalender (een maankalender) zit vol met feesten en gedenkdagen die
hun cultuur ritme geven. De Sabbat is de wekelijkse rustdag van vrijdagavond
tot zaterdagavond. Het betekent tijd voor familie. Er wordt traditioneel
gevlochten brood gegeten, wijn gedronken en kaarsen aangestoken.
Telefoons en werk gaan aan de kant. Chanoeka is het lichtjesfeest waarbij de
Menora, de kandelaar, wordt aangestoken. Pesach is het Joodse paasfeest wat de
uittocht uit de slavernij in Egypte viert. Rosj Hasjana is het Joodse
Nieuwjaar.
2. Een cultuur van leren, discussie en humor
Binnen de Joodse cultuur staan onderwijs en kritisch denken hoog
aangeschreven. Kritische vragen stellen over teksten, tradities en het leven
wordt aangemoedigd. Een bekende Joodse uitspraak is:
'Twee Joden, drie meningen.' Debat en discussie worden gezien als een
manier om dichter bij de waarheid te komen. Joodse humor is wereldberoemd. Het
is vaak zelfspottend, ironisch, een beetje melancholisch en scherp. Humor is
historisch gezien ook een overlevingsmechanisme geweest om met zware tijden en
vervolging om te gaan.
3. Voedsel en Kosjer eten
Eten speelt een centrale rol in de cultuur; bijna elk feest is
verbonden met specifieke gerechten. Kosjer (Kasjroet) zijn de Joodse
spijswetten. Het houdt onder andere in dat varkensvlees en schaaldieren
verboden zijn, en dat vlees en zuivel niet samen bereid of gegeten mogen
worden. De Joodse keuken is beïnvloed door de vele plaatsen waar Joden
wereldwijd hebben gewoond.
4. De cyclus van het leven (overgangsrituelen)
Belangrijke mijlpalen in het leven worden
uitgebreid gevierd met de hele gemeenschap. Briet Mila: de rituele
besnijdenis van baby jongetjes op de achtste dag na de geboorte.
Bar Mitswa is het moment waarop een kind religieus gezien
volwassen wordt en verantwoordelijk kan nemen voor zijn of haar eigen daden.
Dit gaat vaak gepaard met een ceremonie in de synagoge en een groot feest.
Joodse bruiloft: herkenbaar aan de Chopoe (een baldakijn waaronder
het paar trouwt) en het ritueel waarbij de bruidegom een glas stuk trapt onder
zijn voet, waarna iedereen 'Mazzel tov!' (gefeliciteerd) roept.
5. Tikkun Olam
(de wereld verbeteren)
Een belangrijk ethisch concept in de
Joodse cultuur is Tikkun Olam, wat letterlijk 'het repareren of verbeteren van
de wereld' betekent. Het idee is dat mensen de plicht hebben om gerechtigheid
na te streven, de armen en zwakkeren te helpen (dit heet Tzedaka) en de wereld
een stukje beter achter te laten dan ze hem aantroffen. Dit uit zich vaak in
een sterke maatschappelijke betrokkenheid en liefdadigheidswerk.
Door
de geschiedenis heen zijn Joden over de hele wereld verspreid geraakt (de
diaspora). Vaak omdat ze al 2000 jaar telkens weg gejaagd worden uit steden,
regio's en landen vanwege politieke, religieuze of economische redenen (hier
is
een lijst). Hierdoor zijn er verschillende subculturen ontstaan, zoals de
Asjkenazische Joden (oorspronkelijk uit Centraal- en Oost-Europa, vaak
geassocieerd met de Jiddische taal) en de Sefardische Joden (oorspronkelijk
uit Spanje, Portugal en het Midden-Oosten). Hun talen, muziek en gerechten
kunnen behoorlijk van elkaar verschillen.
6. Kabbala
Kabbala is de eeuwenoude, mystieke en esoterische
stroming binnen het jodendom. Het woord betekent letterlijk 'overlevering' of
'dat wat ontvangen is' in het Hebreeuws. Waar de reguliere joodse geschriften
(zoals de Thora en de Talmoed) zich vooral richten op de wetten, de
geschiedenis en de ethiek van het geloof, probeert de Kabbala de verborgen,
spirituele betekenis van de schepping te ontrafelen. Het zoekt naar antwoorden
op diepe filosofische vragen:
Wat is de aard van God? Hoe is het universum ontstaan? En wat is de rol van
de menselijke ziel? Belangrijke concepten zijn: De Levensboom (Sephirot) en De geheime code van
de Thora (Gematria).
Het belangrijkste boek is De
Zohar, een uitgebreid mystiek commentaar op de Thora. Die Thora is de
joodse Grondwet en bestaat uit de eerste 5 boeken van de Hebreeuwse Bijbel
(die christenen kennen als Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en
Deuteronomium). De Talmoed is dan weer de uitgebreide toelichting en discussie
over hoe men de Grondwet van de Thora in het dagelijks leven toepast. Vooral
de Talmoed zorgt vaak voor controverse vanwege de bizarre beweringen die er in
lezen zijn. Zoals het goedkeuren van het doden van alle niet-joden (goyim) of
het goedkeuren van pedofilie. Het antwoord van de Joden op de vele
verontrustende passages uit de Talmoed is drievoudig.
De
Talmoed bestaat uit vrije debatten tussen rabbijnen en wat de ene rabbijn zegt
(tijdens een discussie) wordt dan door een andere rabbijn verbaal bestreden.
Maar wat gezegd wordt, hoeft geen waarheid te zijn, het is onderdeel van een
open discussie. Verder dient men de Talmoed in de historische context te zien,
een tijd van extreme vervolging door de Romeinen en de Perzen. Wat vroeger als
een daad van zelfbescherming werd beschouwd (doden van niet-joden), is nu niet
langer geldig. Tegenwoordig hanteren de rabbijnen
'de wet van het land is de wet' principe. Wanneer een tekst in de
Talmoed in strijd is met de moderne wetgeving (zoals wetten tegen moord,
discriminatie of kindermisbruik), dan heeft de wet van het land altijd
absolute voorrang.
Vanaf het einde van de 20e eeuw is de Kabbala
overgewaaid naar de westerse popcultuur. Centra zoals het Kabbalah Centre in
Los Angeles maken een eenvoudige, universele vorm van Kabbala toegankelijk
voor niet-joden en beroemdheden (zoals Madonna). Het bekende rode bandje dat
veel popsterren om hun pols dragen, is een kabbalistisch amulet dat volgens
deze moderne stroming bescherming biedt tegen het 'boze oog'. Tijdens de
Renaissance raakten ook christelijke humanisten (zoals Pico della Mirandola)
gefascineerd door de Kabbala. Zij probeerden de joodse mystiek te integreren
met het christendom (de christelijke Kabbala). Later werd de Levensboom ook
een centraal onderdeel van de westerse magie, de Tarot en occulte
genootschappen zoals de
Hermetic Order of the Golden Dawn.
7. Orthodoxe joden
De diverse orthodoxe groepen hebben allemaal hetzelfde
basisprincipe: de Thora is het letterlijke woord van God en de joodse wet (de
Halacha) is onveranderlijk en bindend. De grote verschillen zitten in hoe zij
zich verhouden tot de moderne buitenwereld en de staat Israël. De
modern-orthodoxe joden vormen de meest geïntegreerde groep. Hun motto
is kort gezegd: 'Thora en wetenschap'. Het is volgens hen mogelijk, om een
vroom en religieus leven te leiden en te gehoorzamen aan de joodse wetten,
terwijl men tegelijkertijd volwaardig deelneemt aan de moderne
maatschappij.
Het Charedisch jodendom (ultra-orthodox)
gelooft dat de moderne seculiere cultuur een bedreiging vormt voor het geloof
en kiezen er bewust voor om zich (deels) van de buitenwereld te isoleren.
Binnen het Charedische jodendom bestaan weer twee totaal verschillende
afsplitsingen: de Litwaks en de Chasidiem. Sommige groepen
(Satmar en Neturei Karta) zijn tegen het bestaan van de huidige staat Israël.
Volgens hun interpretatie van de Thora mag er pas een joodse staat worden
gesticht als de Messias op Aarde is neergedaald. Een menselijke en seculiere
poging om een staat te stichten (het zionisme) zien zij als een zonde en
rebellie tegen God.
De orthodoxe joden (en ook veel
'gewone' joden) geloven dat zij het 'uitverkoren volk' zijn (het wordt hen
ingeprent van kleins af aan) en dat ze het recht en de plicht hebben om te
heersen over de hele wereld (met alle niet-joden als hun slaven). Dit zeggen
ze
zelf en het staat ook in de boeken die ze als leidraad nemen. Onder meer
(het blanke ras in Europa) moet vernietigd worden door een georkestreerde
invasie van Afrikaanse migranten, een invasie die
gesteund
wordt vanuit Israël. Hoewel het hier gaat om een kleine minderheid met dwaze
en duistere plannen, toch is de joodse macht en invloed groot achter de
schermen én in de politieke, financiële, economische, media en entertainment
wereld, waar vrijwel alle grote bedrijven en vennootschappen in handen zijn
van joden.
8. Groot Israël
Volgens bepaalde
onderzoekers heeft Israël het plan om een groot rijk te stichten wat gaat
'van de Nijl tot de Eufraat' en onder meer delen van Palestina, Egypte,
Jordanië, Syrië, Irak, Libanon en Saoedi-Arabië zou omvatten. De oorsprong van
dit verlangen ligt in de Hebreeuwse Bijbel waarin God een specifiek land
belooft aan de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob (het Beloofde Land).
Binnen de Israëlische politiek speelt dit scenario van territoriale
uitbreiding naar andere soevereine landen voorlopig een kleine rol. De
discussie (en de conflicten) richten zich daar meer op het gebied tussen de
Middellandse Zee en de Jordaan (Palestina).
Maar binnen het moderne
zionisme (de beweging voor een Joodse staat) is er meer animo voor dit plan.
Israël veroverde in 1967 de Westelijke Jordaanoever (historisch bekend als
Judea en Samaria), de Gazastrook, de Golanhoogten en de Sinaï woestijn. Voor
veel religieuze en nationalistische Israëliërs voelde dit niet als een
verovering, maar als de 'hereniging' van het historische, Bijbelse stamland.
Momenteel is de term 'Groot Israël' synoniem voor het behouden van de controle
over de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, en het uitbreiden van
Joodse nederzettingen in die gebieden. Politici en groeperingen aan de
rechter- en nationalistische zijde van het spectrum wijzen een
tweestatenoplossing af (waarbij een onafhankelijke Palestijnse staat wordt
opgericht), omdat zij geloven dat dit hele gebied historisch en moreel aan het
joodse volk toebehoort.
Deze expansiedrift van een volk en van een
cultuur, is uiteraard niet nieuw in de geschiedenis van de mensheid. Enkele
voorbeelden. Djengis Khan bouwde een Mongools rijk (13e en 14e eeuw), het
grootste aaneengesloten landrijk wat de wereld ooit heeft gezien. De Romeinen
veroverden West- en Oost-Europa (27 voor Chr. - 476) en brachten hun cultuur
naar alle uithoeken van hun rijk. Het Britse Rijk (16e - 20e eeuw) was het
grootste rijk ooit qua landoppervlak en bevolking, met de bekende bijnaam
'het rijk waar de zon nooit ondergaat'. In 1920 besloeg het bijna een
kwart van de hele wereldbol. Het Rijk van Alexander de Grote (4de eeuw voor
Chr.) strekte zich uit van Griekenland en Egypte tot diep in India. Een ander
voorbeeld zijn de 3 grote wereldrijken van de moslims: het Omajjaden kalifaat
(661 – 750), het Abbasiden kalifaat (750 – 1258) en het Ottomaanse Rijk (1299
– 1922) die qua omvang liepen van India tot Portugal. Ook de (zogenaamd
vreedzame) boeddhistische en hindoeïstische culturen trokken ooit op
veroveringstocht: het Chola-Rijk in zuid India (3e eeuw voor Chr. – 13e eeuw
na Chr.), het Maurya rijk van Keizer Ashoka (3e eeuw voor Chr.) en het
Tibetaanse Rijk (7e – 9e eeuw).
6. De moslim cultuur
Positief (idealen): gemeenschapszin, gastvrijheid, filantropie, respect
voor familie, spiritualiteit, discipline.
Negatief (valkuilen):
sociale controle en groepsdruk (weinig ruimte voor afwijkend gedrag), eer- en
schaamte cultuur (het gedrag van één individu, vooral op het gebied van
seksualiteit en relaties, straalt af op de hele familie), patriarchaal
(strikte man-vrouw hiërarchie), rigide genderrollen, conservatief,
traditionalisme (vasthouden aan dogma's uit het verleden), fatalisme (alles
ligt in handen van God).
Om de moslimcultuur te begrijpen, kan het
goed zijn om onderscheid te maken tussen de religie (de islam) en de Arabische
cultuur, wat niet eenvoudig is omdat beiden diep verweven zijn met elkaar. De
islam is een wereldreligie met ruim 2 miljard aanhangers. Hoewel moslims in
verschillende regio's leven (van Marokko en Bosnië tot Indonesië en Pakistan),
toch vormt hun gedeeld geloof de basis voor een aantal universele kenmerken en
eigenschappen die de moslimcultuur wereldwijd karakteriseren en verbinden.
1. De vijf zuilen als religieuze basis
De islam is een monotheïstisch geloof (het geloof in één God,
Allah). De profeet Mohammed wordt gezien als de belangrijkste boodschapper.
Het dagelijks leven van een praktiserende moslim rust op vijf universele
verplichtingen. De dagelijkse spirituele routine (zoals het vijfdaagse gebed
en de Ramadan) biedt structuur, innerlijke rust, morele richting en een focus
op zaken die groter zijn dan het materiële leven.
1. Sjahada
(geloofsgetuigenis), de bewuste uitspraak dat er maar één God is en Mohammed
Zijn profeet. In een aantal strenge islam landen kunnen moslims hun geloof
niet afzweren, noch veranderen van geloof, op straffe van dood.
2. Salat
(gebed), vijf keer per dag bidden in de richting van de heilige stad
Mekka.
3. Zakat (aalmoes), het verplicht schenken van een
deel van je bezit (meestal 2,5%) aan armen en behoeftigen.
4. Sawm
(vasten), het onthouden van eten, drinken, roken en intimi tussen zonsopkomst
en zonsondergang tijdens de heilige maand Ramadan.
5. Hadj (bedevaart), de plicht om, mits financieel en fysiek mogelijk, eenmaal in het
leven naar de Kaäba in Mekka te reizen.
2. Collectivisme en de 'Ummah'
Net als de Oost-Aziatische cultuur is de moslimcultuur sterk
collectivistisch. Het individu is ondergeschikt aan de groep. De Ummah (of
Oemma) is de wereldwijde gemeenschap van moslims. Ongeacht afkomst, taal of
huidskleur, als moslim ben je broeders of zusters van elkaar. Dit zorgt voor
een sterk gevoel van wereldwijde solidariteit en samenhorigheid, en creëert
een enorm vangnet. De familie is de belangrijkste bouwsteen van de
samenleving. Er is een diep respect voor ouders, familie, bejaarden en voor
moeders. De zorg voor familieleden is een morele en religieuze plicht; ouderen
naar een verzorgingstehuis brengen is in veel moslimlanden ongebruikelijk.
3. Gastvrijheid en vrijgevigheid
Gastvrijheid (Karam) is een diepgewortelde culturele eigenschap.
Gasten (ook vreemden) dienen met respect te worden behandeld. Dit hangt nauw
samen met het religieuze concept dat alles wat je bezit een geschenk van God
is, dat je moet delen.
4. Halal en Haram
Het
dagelijks leven, en met name de keuken, wordt gestuurd door wat rein (Halal)
en onrein (Haram) is. Moslims eten geen varkensvlees en drinken traditioneel
geen alcohol. Vlees moet bovendien volgens islamitische voorschriften
(ritueel) geslacht zijn. Haram geldt ook voor handelingen, zoals gokken,
het kuisheidsprincipe schenden (seks voor het huwelijk) of het plegen van
onrecht.
5. Seksualiteit, kleding en bescheidenheid (Haya)
Bescheidenheid in gedrag en kleding is een kernwaarde voor zowel
mannen als vrouwen. Hoe dit wordt ingevuld, verschilt enorm per land. Vrouwen
in conservatieve landen zoals Saoedi-Arabië of Iran dragen een Abaya of Jilbab
(volledige lichaamsbedekking) of een Boerka (lichaam én gezicht zijn bedekt).
Vrouwen in landen als Turkije, Indonesië of het Westen kiezen vaak voor een
hoofddoek (Hijab). Voor mannen geldt vaak de norm dat het lichaam tussen navel
en knie bedekt moet zijn.
Traditioneel is er een duidelijke
rolverdeling waarbij de man gezien wordt als de kostwinner en beschermer, en
de vrouw de spil van het gezin is. In publieke ruimtes gaan mannen en vrouwen
(in de meer conservatieve en traditionele kringen) gescheiden met elkaar om.
Homoseksuele handelingen zijn verboden en worden beschouwd als een 'grote
zonde'. De besnijdenis van jongens is een religieuze plicht en wordt
wereldwijd door moslims toegepast. Meisjesbesnijdenis is een lokale,
pre-islamitische cultuur die beperkt is tot bepaalde regio's (vooral in
Afrika).
6. Sharia
De sharia wordt in het Westen
vaak vertaald als 'islamitische wetgeving', maar het is in feite veel breder
dan dat. Het is een moreel, ethisch en juridisch kompas dat het hele leven van
een moslim regelt: van persoonlijke hygiëne en gebed tot familierecht,
economie en strafrecht. Sommige sharia regels zijn niet verenigbaar met
de westerse cultuur, waaronder het veroordelen van LGBT mensen, polygamie
(tegelijkertijd gehuwd zijn met meerdere vrouwen), kindhuwelijken (zodra een
jongen of meisje de puberteit heeft bereikt, wordt hij of zij religieus gezien
als volwassen en bekwaam om te trouwen), de lijfstraffen bij misdrijven
(amputatie, steniging, zweepslagen,...), het oog-om-oog principe (toegepast
bij moord of zware mishandeling), en de doodstraf (die in Europa niet langer
toegepast wordt). Enkele landen met strenge sharia wetgeving zijn Afghanistan,
Iran, Saudi-Arabië, Brunei, Jemen, Mauritanië, Soedan, Somalië,...
7. Jihad
Jihad wordt meestal vertaald als 'heilige
oorlog', maar het betekent letterlijk 'streven, zwoegen of zich inspannen'.
Het staat voor de spirituele, morele en fysieke inspanning die een moslim
levert om op het rechte pad te blijven en God te behagen (onderwerping en
gehoorzaamheid). Er is de 'grote Jihad' (het leren beheersen van het eigen
ego) en de 'kleine Jihad' (militaire strijd en defensieve oorlogsvoering ter
verdediging). Geweld is dus toegestaan binnen de islam en moslims mogen de
wapens opnemen om zichzelf, hun familie, hun geloof of hun land te beschermen
tegen onderdrukking en agressie. Het concept van de kleine Jihad is al sinds
het begin van de islam (7e eeuw) gekaapt door allerlei fundamentalistische
groeperingen die een 'heilige oorlog' begonnen zijn tegen andersdenkenden,
tegen hen die een bedreiging vormen en als middel om de islam verder te
verspreiden.
Want Jihad wordt ook gebruikt als een
geopolitieke doctrine, namelijk als een middel tot uitbreiding van de
islamitische staat. Een goed voorbeeld is de verovering van Spanje in 711 door
de moslims. De wereld werd toen (en nu nog steeds) opgedeeld in twee zones:
Dar al-Islam --- het huis van de islam (waar de islamitische wet geldt) en Dar
al-Harb --- het huis van de oorlog (de niet-islamitische wereld). Het
uitbreiden van de Dar al-Islam werd gezien als een collectieve religieuze
plicht (Jihad). Het doel was hierbij niet om alle christenen en joden in
Spanje gedwongen te bekeren, maar om het gezag van de islamitische staat uit
te breiden. Zolang de politieke macht in handen van moslims was, was aan de
religieuze plicht voldaan. De herovering van Spanje (reconquista) door de
christenen duurde bijna 800 jaar. Pas met de val van Granada (1609) kwam een
einde aan de islamitische politieke macht in Spanje.
Hieronder drie
andere historische voorbeelden over het uitbreiden van het islamitische gezag
door Jihad. In de huidige tijd zijn er nog steeds radicale groepen (de
Jihadisten) die de moderne wereldorde en de nationale grenzen verwerpen. Ze
willen de hele wereld onder moslimbestuur brengen en alle ongelovigen bekeren
of uitschakelen.
° Zevende eeuw --- Na de dood van de
profeet (en militair) Mohammed in 632 begonnen de eerste kaliefen aan een
militaire campagne buiten het Arabische schiereiland. Dit was de puurste vorm
van de geopolitieke Jihad doctrine: het omverwerpen van de 'ongelovige' rijken
om de islamitische staat te vestigen. Binnen enkele decennia boekten zij één
van de meest spectaculaire militaire successen uit de wereldgeschiedenis. Het
Perzische Sassaniden rijk werd in zijn geheel veroverd en hield op te bestaan.
En het Byzantijnse (Oost-Romeinse) Rijk verloor zijn rijkste provincies,
waaronder Syrië, Palestina en Egypte. De verovering van Jeruzalem in 637 door
kalief Omar is hier het bekendste voorbeeld van. Later reageerden de
christenen op de verovering van de Levant (het heilig land) met de 9
kruistochten (1096 - 1272).
° 14e tot 17e eeuw --- De
Ottomaanse verovering van de Balkan en Byzantium. De verovering van
Constantinopel (1453) door sultan Mehmet de Veroveraar, waarmee het eeuwenoude
christelijke Byzantijnse Rijk definitief viel. Grote delen van Zuidoost-Europa
(het huidige Griekenland, Bulgarije, Servië, Bosnië en Hongarije) werden
veroverd. De moslim legers stootten door tot aan de poorten van Wenen
(belegerd in 1529 en 1683). Christelijke gemeenschappen bestuurden zichzelf in
de veroverde gebieden, maar waren politiek en juridisch ondergeschikt aan de
islamitische heersers.
° 12e en 13e eeuw --- De oprichting
van het Sultanaat van Delhi in India. Vanaf de 11e eeuw trokken islamitische
legers Noord-India binnen. Hun invasies werden expliciet geframed als
Jihad tegen de 'idolatrie' (afgoderij) van het hindoeïsme en boeddhisme. In
1206 leidde dit tot de stichting van het Sultanaat van Delhi. Grote delen van
het Indiase subcontinent kwamen zo onder islamitisch bestuur.
8. Islamisering
Willen moslims eigenlijk integreren in een andere cultuur, of
willen ze net hun eigen cultuur opdringen en verspreiden over de hele wereld?
Islamisering (of islamificatie) is het proces waarbij een samenleving (en haar
cultuur) steeds meer beïnvloed en uiteindelijk overgenomen wordt door de
islamitische religie, cultuur en wetgeving (sharia). Het woord raakte in
Nederland bekend door het boek 'Tegen de islamisering van onze cultuur'
(1997) van wetenschapper en politicus Pim Fortuyn. In het boek stelt Fortuyn
dat de cultuur van de islam haaks staat op de waarden en normen van de moderne
westerse samenleving. Hij pleitte voor een krachtige dialoog tussen beide
culturen om zo te komen tot wederzijds begrip. Fortuyn werd in 2002
neergeschoten op straat (vanwege zijn ideeën).
Politici en
denkers die waarschuwen tegen islamisering, bedoelen hiermee dat de westerse,
christelijke cultuur onder druk staat door de groei van de islamitische
bevolking en cultuur. Zij wijzen dan op zaken als de bouw van grote en steeds
meer moskeeën, de publieke oproep tot gebed (op straat), de toename van
hoofddoeken en boerka's in het straatbeeld, discussies over halal voedsel in
openbare instellingen (zoals scholen of ziekenhuizen), de
orthodox-islamitische opvattingen over LGBT rechten, de ongelijkheid tussen
man en vrouw, enzovoort (lees hier
meer voorbeelden).
Islamisering
is dan als het ware een kopie of herhaling van wat de Romeinen, de christenen,
de Duitsers en de Europeanen vroeger ook al op grote schaal deden (de
zogenaamde
Romanisering, Kerstening, Germanisering en
Kolonisatie). Niks nieuws onder de zon dus. Volgens Dr. Peter Hammond in zijn boek
‘Slavery, Terrorism and Islam: The Historical Roots and Contemporary
Threat'
gebeurt de islamisering van een land in
verschillende fasen.
In wezen is de (gematigde) islam niet het echte probleem. Het
Soefisme (de mystieke leer van de islam) praat over liefde, bewustzijn en
innerlijk werk, allemaal goeie dingen. Maar de islamisering via het
Salafisme en
Wahabisme (2 fundamentalistische stromingen binnen de islam), is toch een ander
verhaal. Daarnaast zijn er ook nog
IS
en
Al Qaida
die streven naar globale islamisering (het afschaffen van soevereine staten),
en een wereldwijd kalifaat willen vestigen met invoering van de strikte sharia
wetten. Hier bestaat wel een reëel risico voor de westerse samenleving indien
deze bewegingen meer voet aan de grond krijgen in Europa. Deze stromingen gaan
niet over spiritualiteit, maar over regels, angst en controle. Ze nemen de
Soera's en Koran teksten letterlijk (zonder historische context), onderdrukken
vrouwen onder het mom van 'bescherming', streven naar een patriarchale
dictatuur, willen alle ongelovigen bekeren of doden en creëren een
wij versus zij denken.
9. Inteelt
De juiste wetenschappelijke term is
consanguïniteit (bloedverwantschap), wat concreet verwijst naar
huwelijken tussen personen die genetisch aan elkaar verwant zijn. Binnen de
islamitische wereld (waaronder het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Centraal- en
Zuid-Azië) komen huwelijken tussen bloedverwanten (tussen volle neef en nicht)
historisch en cultureel gezien heel vaak voor. Men noemt het dan ook de
consanguinity belt, die loopt van Marokko in het westen tot aan
Pakistan en India in het oosten. In die grote en brede strook moslimlanden,
waar miljoenen mensen wonen, ligt het percentage huwelijken tussen
bloedverwanten gemiddeld tussen de 20% en 50%.
Sommige vroege
islamitische geleerden adviseerden om buiten de familie te trouwen, omdat zij
lang geleden al opmerkten dat kinderen uit zulke huwelijken fysiek zwakker
(konden) zijn. De traditie van deze huwelijken is niet religieus, maar eerder
sociaaleconomisch en cultureel. Het stamt uit eeuwenoude tribale tradities die
al bestonden vóór de opkomst van de islam. Dezelfde tradities zie je overigens
ook terug bij christelijke of joodse minderheden die al heel lang in het
Midden-Oosten wonen.
De belangrijkste redenen voor het in stand
houden van deze familietraditie zijn:
° Sociaal vertrouwen: men
kent de achtergrond, het karakter en de moraal van de partner en de
schoonfamilie al door en door.
° Behoud van bezit: het zorgt
ervoor dat de familierijkdom, met name landbouwgrond of vastgoed, binnen de
familie blijft en niet versnippert bij een erfenis.
° Stabiliteit:
de kans op echtscheiding is statistisch gezien kleiner, omdat bij conflicten
de hele familie bemiddelt om het huwelijk te redden.
° Geopolitieke achtergrond:
in regio's waar de overheid historisch gezien zwak was, bood de eigen stam of
familie de enige échte veiligheid en sociale zekerheid. Trouwen binnen de stam
versterkte die alliantie.
Maar het grote probleem is medisch en
genetisch. Langdurige consanguïniteit wordt afgeraden door dokters en
wetenschappers. Kinderen van bloedverwanten lopen het risico op een
schadelijk, recessief gen. Wanneer dit generatie op generatie gebeurt,
ontstaat er een cumulatief effect, waardoor de kans op genetische
aandoeningen, blindheid, doofheid, bloedziekten en kindersterfte significant
hoger ligt dan het wereldgemiddelde.
Een tweede gevolg is de
'inteeltdepressie'. Dit betekent dat de biologische fitheid en het
functioneren van een organisme (in dit geval de mens) afnemen naarmate de
genetische variatie kleiner wordt. Grootschalige internationale onderzoeken
tonen onomstotelijk aan dat inteelt leidt tot generaties met een lager IQ en
met een hoger risico op aangeboren verstandelijke beperkingen. Dit weten de
moslim dokters ook en het is de reden waarom veel landen in het Midden-Oosten
tegenwoordig verplichte genetische screening en bloedtesten eisen vóórdat een
stel mag trouwen. Als daaruit blijkt dat de neef en nicht drager zijn van
dezelfde schadelijke genen, wordt het huwelijk medisch ten zeerste afgeraden
om de gezondheid en intelligentie van toekomstige generaties te
beschermen. Maar eeuwenoude culturele tradities zijn moeilijk uit te
roeien en huwelijken tussen bloedverwanten komen nog steeds vaak voor. Met
alle gevolgen van dien.
7. Zijn culturen verenigbaar?
Als voorbeeld: is de moslim cultuur verenigbaar met de westerse cultuur? Er is
geen eenvoudig antwoord op deze vraag omdat beide culturen niet homogeen zijn
en alles afhangt van welke aspecten men bekijkt en hoe strikt de normen aan
beide kanten worden geïnterpreteerd. Er zijn zowel overeenkomsten als
verschillen.
Een gemeenschappelijke basis is bijvoorbeeld de
religieuze wortel van islam, christendom en jodendom die alle drie een
Abrahamitische religie zijn (monotheïsme gelinkt aan de profeet Abraham). Ze
delen dezelfde ethische fundamenten (die in hun heilige boeken opgeschreven
staan) zoals naastenliefde, zorg voor de armen, rechtvaardigheid en het
concept van goed en kwaad. Er zijn ondertussen ook al miljoenen moslims (min
of meer) geïntegreerd in Europa. Ze wonen, werken en studeren al vele
generaties in westerse landen, combineren hun geloof met een westers leven,
betalingen belastingen, houden zich aan de wet en respecteren
andersgelovigen.
Maar er zijn ook spanningsvelden vanwege hun
verschillende visies op samenleven, rechtspraak, geloof en persoonlijke
levensstijl. Vooral wanneer de strikte, conservatieve interpretatie van de
islam botst met de liberale, seculiere waarden van het moderne Westen. De
westerse cultuur laat toe dat het individu de ultieme vrijheid heeft om zelf
te kiezen hoe te leven, wie lief te hebben en welk geloof aan te hangen (of te
verlaten). In een traditionele moslimcultuur staan de sociale controle en de
eer van de familie of de gemeenschap hoger. Het verlaten van het geloof
(afvalligheid) of het openlijk kiezen voor een levensstijl die afwijkt van de
religieuze normen, wordt binnen conservatieve kringen niet geaccepteerd. In
het Westen geldt de scheiding van kerk en staat. Wetten worden gemaakt door
mensen (de democratie) en staan boven elk religieus geschrift. Binnen de
(orthodoxe) islam wordt de wet van God (sharia) gezien als het hoogste recht.
Wanneer religieuze wetten (bijvoorbeeld over erfrecht, huwelijk of scheiding)
botsen met de seculiere westerse wetgeving, ontstaat er een onoverbrugbaar
conflict met de rechtsstaat.
Het moderne Westen hecht diepe waarde
aan de emancipatie en gelijke rechten van vrouwen en de LGBT gemeenschap. Maar
binnen de traditionele islamitische stromingen gelden strikte, patriarchale
rolpatronen voor mannen en vrouwen. Homoseksualiteit en genderdiversiteit
worden vanuit religieus oogpunt afgewezen, wat in het Westen leidt tot
spanningen rondom tolerantie en veiligheid op straat en in het onderwijs. In
het Westen is er vrijheid van meningsuiting. Dit omvat ook het recht om
religies te bekritiseren, te bespotten of te beledigen (satire). In de
moslimcultuur is het respect voor Allah, de profeet en de Koran absoluut.
Kritiek of spot (zoals cartoons) wordt door veel moslims ervaren als een
diepe, persoonlijke en onacceptabele belediging, wat kan leiden conflicten en
gewelddadige incidenten.
De liberale / gematigde islam is flexibel.
Veel moslims zien de islam als een persoonlijke spirituele gids. Zij hebben
geen moeite met westerse waarden zoals democratie, secularisme en gelijkheid,
en proberen om religie en politiek gescheiden te houden. Dit maakt het
vredevol samenleven van beide culturen in principe wel mogelijk. De orthodoxe
/ fundamentalistische islam daarentegen wil een samenleving die strikt volgens
religieuze wetten uit de 7e eeuw wordt ingericht. Deze vorm is inherent
onverenigbaar met de moderne, liberale westerse cultuur, omdat het de
fundamenten van de individuele vrijheid en de seculiere rechtsstaat
afwijst.
8. De wereld als dorp
De wereld is een mondiaal dorp geworden, vooral omwille van de verbondenheid
via het internet. Dankzij de moderne technologie van smartphones, schermen en
social media is iedereen onmiddellijk op de hoogte van wat er gebeurt in de
wereld of hoe het dagelijks leven in een dorp in Kenia verloopt. Alle culturen
in de wereld komen via YouTube en TikTok nu tot in de huiskamer. Zou dit in de
toekomst kunnen leiden tot één uniforme wereldcultuur? Het antwoord is zowel
ja als nee (zie ook deel 2 en 3).
Er is duidelijk een
'homogenisering' bezig (de wereld wordt verenigd in cyberspace en
culturen versmelten). Men noemt het soms 'verwestersing' of 'Americanization'.
Overal ter wereld kijken mensen naar dezelfde Netflix series, dragen dezelfde
Nike sneakers, luisteren naar Spotify, lopen rond met een smartphone, scrollen
door Facebook, delen dezelfde internet memes en volgen dezelfde mode
esthetiek. Het kapitalisme en de media verspreiden een uniforme cultuur die is
gebaseerd op consumentisme, individualisme en efficiëntie (behalve in enkele
afgezonderde culturen zoals Noord Korea, Bhutan, Eritrea, Turkmenistan of de
natuurstammen in het Amazonegebied). Door de homogenisering sterven unieke
lokale tradities en talen langzaam uit (elke 2 weken verdwijnt er wereldwijd
een taal).
Maar er is ook een proces van
'glocalisering' bezig (globaal + lokaal). Wereldwijde trends worden
door lokale culturen opgezogen, maar direct aangepast aan de eigen normen en
waarden. Een voorbeeld is K-pop (Koreaanse popmuziek). Men gebruikt westerse
pop- en hiphopbeats, maar de teksten, de groepsdiscipline en de manier van
omgang weerspiegelen diepgewortelde Koreaanse en confucianistische normen. Of
McDonald's, de wereldwijde fastfood keten die rekening houdt met lokale
eetgewoonten. Het mondiale aanbod wordt dus 'ingekleurd' met een lokale stift.
Er ontstaat geen eenheidsworst, maar een reeks nieuwe, hybride culturen.
En er is ook een tegenreactie bezig. Juist omdat de wereld kleiner wordt en
culturen op elkaar botsen, ervaren veel groepen een identiteitscrisis. En in
plaats van zich aan te passen, gaan ze nog meer focussen op hun eigen unieke
identiteit. Dit wordt ook wel cultureel tribalisme of de
'Clash of Civilizations' genoemd. Mensen grijpen terug naar hun
religie, lokale taal of nationale tradities om zich af te zetten tegen de
'smeltkroes' van de globalisering. De blootstelling aan andere culturen via
media leidt niet altijd tot verbroedering. Het kan ook leiden tot het
uitvergroten van verschillen, nationalisme en de angst om de eigen cultuur te
verliezen.
Het is dus vooral aan de oppervlakte dat culturen
versmelten en uniformer worden (kleding, popmuziek, technologie, tv
series,...). Maar de basis en de kernwaarden blijven divers. Hoe een cultuur
denkt over familie, autoriteit, de rol van de man/vrouw, de dood,
tradities,... verandert extreem traag. Een app als TikTok wordt in de VS
gebruikt voor individuele expressie, in China wordt het door de overheid
ingezet voor educatie en burgerplicht, en in het Midden-Oosten gebruikt men de
app binnen strikte familiale kaders. De technologie is uniform, maar het
gebruik wordt cultureel (of politiek) bepaald.
De wereld evolueert
niet naar één enkele, platte cultuur. Wat wel gebeurt, is dat de wereld
onderling afhankelijker wordt en dat we dezelfde 'taal' van media en
technologie spreken, maar daaronder blijven de diepe culturele verschillen,
waarden en wereldbeelden voorlopig gewoon bestaan — en ze worden soms sterker
als reactie op die globalisering.
9. Het bewaren van de eigen cultuur
Om cultuur en eigenheid te behouden in een wereld die razendsnel digitaliseert
en globaliseert, moeten bevolkingsgroepen strategisch te werk gaan. Men
behoudt een cultuur niet door haar statisch op te sluiten in een museum, maar
door haar levend, relevant en aanpasbaar te houden voor nieuwe generaties.
Minderheden, inheemse volkeren, maar ook grotere nationale culturen gebruiken
wereldwijd een aantal beproefde overlevingstactieken.
1. Actieve taalbescherming en taaloverdracht
Taal is de drager van de cultuur; als de taal sterft, verdwijnt
het unieke wereldbeeld van die groep. De meest cruciale stap is dat ouders hun
moedertaal consequent blijven spreken tegen hun kinderen, ook als de school-
of straattaal dominant is. Ook kan men talen behouden door het opzetten van
meertalig onderwijs of avondscholen. In Wales (het Welsh) en in Nieuw-Zeeland
(het Maori) is de bijna uitgestorven taal succesvol gereactiveerd door
'taalnesten' voor peuters te starten.
2. Het gebruik van technologie
Het maken van eigen video's op TikTok en YouTube, of podcasts en
Wikipedia-pagina's in de eigen taal en over de eigen geschiedenis. Als
jongeren hun eigen cultuur niet op het scherm zien, bestaat deze voor hen vaak
niet. Veel inheemse groepen ontwikkelen apps om hun taal te leren of
digitaliseren mondelinge overleveringen van ouderen in online databases, zodat
verhalen voor altijd bewaard blijven.
3. Levende tradities en gemeenschapszin
Rituelen, feesten en ambachten kunnen gevierd (blijven) worden,
maar wel op een manier die aansluit bij de moderne tijd. Het organiseren van
bijeenkomsten, markten en festivals waar kleding, muziek, dans en culinaire
tradities centraal staan. Dit versterkt de groepsidentiteit en creëert trots,
vooral onder de jeugd. Ook fysieke plekken (verenigingen, gebedshuizen,
culturele centra) waar gelijkgestemden samenkomen, zijn belangrijk. Ze
functioneren als een veilige haven waar de eigen normen en waarden gelden.
4. Institutionele en politieke erkenning
Een cultuur
overleeft makkelijker als zij wettelijk beschermd wordt door de overheid. Dit
kan door te strijden voor politieke erkenning, zelfbeschikkingsrecht of de
status van een officiële minderheidstaal (zoals het Fries in Nederland of het
Occitaans in zuid Frankrijk). Subsidies kunnen zorgen voor de financiering van
cultuurfondsen, lokale omroepen en bibliotheken die specifiek gericht zijn op
het behoud van het eigen erfgoed.
5. Bewuste selectieve assimilatie (Glocalisering)
De meest veerkrachtige culturen zijn culturen die flexibel zijn.
Zij proberen de moderne wereld niet buiten te sluiten, maar integreren moderne
elementen in hun eigen tradities. Bijvoorbeeld: traditionele muzikanten die
hun eeuwenoude instrumenten mixen met moderne elektronische beats. Zo blijft
de muziek aantrekkelijk voor de jeugd en blijft de kern van de culturele
expressie behouden, in plaats dat jongeren volledig overstappen op westerse
popmuziek.
Cultuur overleeft niet door verandering tegen te houden,
maar door de regie te houden over hóé men verandert. Groepen die erin slagen
modern te zijn én tegelijkertijd hun wortels te eren, hebben de grootste kans
van slagen in de toekomst.
Volgende keer deel 2: een multiculturele samenleving. Is dit mogelijk, is het wenselijk of vormt het eerder een bedreiging?
Deel 1: Cultuurgroepen
Deel 2: Multiculturele Toekomst
Deel 3: Het Kalergi Plan
Deel 4: Omvolking en Wereldcultuur
Deel 5: Samenvatting
















Geen opmerkingen
Een reactie posten