18/06/2026

Cultuur en Ethnocide 1: Cultuurgroepen


Een serie in 3 delen rond thema's die momenteel sterk aanwezig zijn in de media: culturele eigenheid, ethnocide en omvolking. In deel 1 een rudimentair en algemeen overzicht van enkele belangrijke en grote cultuurgroepen op Aarde.

Wat is de cultuur van een volk?


Cultuur is het gehele complex aan kennis, overtuigingen, kunst, recht, ethiek, gewoonten, tradities, normen, waarden, idealen, instituten, materiële objecten en alle eigenschappen die door de mens zijn aangeleerd als onderdeel van een samenleving. Of anders gezegd, cultuur is alles wat een groep mensen zich heeft aangeleerd in de loop der tijden, wat hen met elkaar verbindt en wat wordt doorgegeven aan volgende generaties. Kort gezegd: cultuur is niet wat een volk is (dat is biologie of demografie), maar hoe een volk leeft, denkt en zich uitdrukt. Cultuur is de 'onzichtbare software' die bepaalt hoe mensen naar de wereld kijken en met elkaar omgaan. Er zijn 2 lagen te onderscheiden.

1. De immateriële cultuur (de software / het denken)

Dit zijn de onzichtbare elementen die in de hoofden en harten van mensen zitten. Het is vaak de diepste kern van een volksidentiteit. Enkele onderdelen.

* Taal en verhalen
--- Taal en dialecten (gesproken en geschreven) zijn de belangrijkste voertuigen van cultuur. Het bepaalt hoe mensen zich uitdrukken, maar bevat ook specifieke spreekwoorden, mythen en historische verhalen die de identiteit vormen.
* Waarden en normen --- Waarden zijn de idealen (wat vindt men belangrijk, zoals individuele vrijheid, gastvrijheid, respect voor ouderen, de familie-eer,..). Normen zijn de concrete gedragsregels die daaruit voortvloeien (hoe men zich dient te gedragen).
* Religie, spirituele tradities, wereldbeelden en taboes --- Hoe kijkt een volk naar de zin van het leven, de dood, ethiek, moraliteit en het mysterie van het universum?
* Sociale structuren --- De manier waarop het gezinsleven, huwelijkstradities en hiërarchieën binnen de gemeenschap zijn georganiseerd.

2. De materiële cultuur (de hardware / de uitingen)

Dit zijn de tastbare en zichtbare dingen die een volk maakt, gebruikt en achterlaat. Dit is wat men direct opmerkt wanneer men een andere cultuur leert kennen.

* Kunst en expressie
--- Muziek, dans, literatuur, architectuur, theater, film,...
* Rituelen en feestdagen --- Collectieve feesten, herdenkingen, overgangsrituelen (zoals geboorte- of begrafenisrituelen) en festivals.
* Eet- en leefgewoonten --- Wat en hoe men eet (culinaire tradities), maar ook de manier waarop huizen en steden worden gebouwd en de specifieke klederdracht.
* Gebruiksvoorwerpen en technologie --- De specifieke gereedschappen, ambachten en objecten die historisch door het volk zijn ontwikkeld.

Cultuur is niet statisch; het verandert voortdurend door contact met andere volkeren, technologie en tijd. Maar voor een volk voelt hun cultuur als het fundament van hun mens-zijn en hun verbondenheid met het verleden.


3. Menselijke universalia (de gedeelde cultuur)

Naast de grote culturele diversiteit onder de volkeren is er ook een uniforme, menselijke cultuur. Vijf belangrijke aspecten zijn terug te vinden in elke cultuur en tijdens alle tijdperken. Men noemt dit de 'menselijke universalia'. Het zijn specifieke elementen en gewoonten die in elke menselijke samenleving aanwezig zijn, van de meest geïsoleerde stammen in de Amazone tot de inwoners van hypermoderne megasteden als Tokio of New York. Hoewel de invulling per land of regio verschilt, is de basis overal hetzelfde. Men kan dit de 'hardware' van de menselijke cultuur noemen, die voortvloeit uit onze biologie en psychologie.

* Taal en symbolisme --- Alle volkeren gebruiken een complexe, gestructureerde taal om te communiceren. En elke menselijke cultuur begrijpt het concept van metaforen en symbolen (bijvoorbeeld: een vlag, een sieraad of een tekening die een diepere betekenis vertegenwoordigt). Verder gebruiken alle culturen verhalen en mythen om de wereld te verklaren.

* Sociale Structuren & familie --- Elke samenleving kent een vorm van sociale organisatie. De basis daarvan is telkens het gezin en bij uitbreiding de familie, waarbij de volwassenen samenwerken om de kinderen op te voeden. In elke cultuur gelden er strikte regels en wetten die seksuele relaties tussen directe familieleden (zoals ouders en kinderen) verbieden (incest is taboe). Elke cultuur kent een vorm van leiderschap, statusverschillen of een taakverdeling (bijvoorbeeld op basis van leeftijd, ervaring of vaardigheid).

* Rituelen rondom leven en dood
 --- De mens is zich bewust van zijn eigen sterfelijkheid. Dit besef resulteert in begrafenisrituelen. Geen enkele cultuur laat het lichaam van een overledene zomaar achter. Er zijn specifieke ceremonies om afscheid te nemen en de doden te eren. Er zijn ook overgangsrituelen voor geboorte, puberteit en huwelijk.

* Expressie, kunst, muziek en spel --- Cultuur is nooit puur functioneel; de mens heeft een universele drang naar esthetiek en vermaak. Er bestaat geen cultuur zonder ritme, melodie, muziek en dans. Ook lichaamsversiering (als uitdrukking van status en identiteit) komt in alle culturen voor, waaronder tatoeages, make-up, merkkleding, piercings of stammen-littekens. Ook het concept van 'spelen' (het hanteren van regels voor een niet-essentiële, competitieve of recreatieve activiteit), is universeel menselijk.

* Ethiek en rechtvaardigheid --- Hoewel de exacte wetten verschillen, deelt de hele mensheid dezelfde morele blauwdruk. Bekend is het principe van 'voor wat, hoort wat' (als ik jou help, help jij mij). Dit is de basis van menselijk vertrouwen. Elke cultuur kent het onderscheid tussen goed en kwaad. Er zijn regels tegen willekeurig doden, stelen en liegen binnen de eigen groep. Wie de regels overtreedt, wordt gestraft.

De cultuurgroepen op Aarde

Academici delen de wereld op in verschillende grote cultuurgebieden of beschavingen. Naast de westerse cultuur, de oosterse cultuur, de joodse cultuur en de moslim cultuur (zie verder) zijn er nog de onderstaande vijf. Maar elke hoofdcultuur kent nog vele subculturen. Onthoudt dat dit een sterke veralgemening is. De meeste culturen zijn diep verbonden met een bepaalde religie (die vaak duizenden jaren oud is). Er zijn 5 wereldreligies: christendom, islam, hindoeïsme, boeddhisme en jodendom. Daarnaast zijn er nog vele andere stromingen, zoals sikhisme, confucianisme, taoïsme en diverse natuurreligies.

Cultuur en religie zijn zo intens met elkaar verweven dat het vaak lastig is om te zien waar de ene ophoudt en de andere begint. Zelfs in niet-religieuze samenlevingen is de dagelijkse cultuur nog doordrenkt van religieuze wortels. Er zijn tal van voorbeelden.

In westerse landen is het rechtssysteem en het idee van individuele mensenrechten sterk beïnvloed door de joods-christelijke traditie. Kerstmis en Pasen zijn bijv. belangrijke feestdagen (gelinkt aan het leven van Jezus), en de zondag is traditioneel de rustdag. Kerstmis werd door het Vaticaan vastgelegd op de winterzonnewende, omdat de Germaanse en Romeinse volkeren toen hun eigen winterfeesten vierden (zoals Yule en Saturnalia). Veel tradities, waaronder de kerstboom, de kerstman, de paaseieren, hebben een heidense oorsprong maar zijn nu puur 'christelijke cultuur'. In Latijns-Amerika is het katholicisme versmolten met inheemse Maya en Azteken tradities, wat bijvoorbeeld resulteert in het kleurrijke Día de los Muertos  (Dag van de Doden) in Mexico.

In veel islamitische landen is de sharia (de islamitische wetgeving) direct verweven met de wetten van het land. In de islamitische wereld bepaalt de Ramadan het ritme van een hele maand, met het Suikerfeest als cultureel hoogtepunt, en is de vrijdag de belangrijkste dag voor het gezamenlijke gebed. Belangrijke levensgebeurtenissen (geboorte, puberteit, huwelijk en overlijden) worden in bijna alle culturen vormgegeven via religieuze rituelen. In culturen die beïnvloed zijn door het hindoeïsme of boeddhisme, spelen concepten als ahimsa een grote rol (geweldloosheid en respect voor al het leven).


1. De Sub-Saharisch Afrikaanse cultuur

Dit omvat het continent Afrika ten zuiden van de Sahara woestijn. Hoewel dit gebied enorm divers is met duizenden verschillende etnische groepen en talen, deelt de regio een aantal diepgaande culturele kenmerken. Zoals de Ubuntu filosofie met een sterke focus op gemeenschap en collectivisme ('Ik ben omdat wij zijn'). De groep en de familie zijn vaak belangrijker dan het individu. Veel Afrikaanse gemeenschappen combineren het christendom of de islam met traditionele inheemse religies (animisme, natuurreligies, sjamanisme), waarbij voorouderverering en respect voor de natuurlijke en spirituele wereld centraal staan.

2. De Latijns-Amerikaanse cultuur (midden en zuid Amerika)

Hoewel Latijns-Amerika sterke westerse invloeden heeft door de Spaanse en Portugese kolonisatie, wordt het door cultuurwetenschappers vaak als een aparte cultuurgroep gezien. Latijns-Amerika kent een unieke, eeuwenoude versmelting van Europese cultuur, plus de cultuur van meegenomen Afrikaanse slaven en de inheemse tradities (Maya's, Azteken, Tolteken en Inca's). Het rooms-katholieke geloof is verweven met het dagelijks leven, vaak gecombineerd met een zeer hechte, patriarchale familiestructuur en een sterke nadruk op sociale hiërarchie en gastvrijheid.

 3. De Orthodoxe / Oost-Europese cultuur

Dit gebied omvat Rusland, Griekenland, Wit-Rusland, Oekraïne, Servië en delen van de Balkan. Hoewel het geografisch in Europa ligt, verschilt het historisch en cultureel wezenlijk van de westerse (katholieke / protestantse) cultuur. Er is de Byzantijnse erfenis die gevormd wordt door het Grieks-orthodoxe christendom en het voormalige Byzantijnse Rijk. Historisch gezien heeft dit cultuurgebied een sterkere traditie van collectivisme en spirituele mystiek en een grotere acceptatie van een centrale, sturende rol van de staat (communisme, marxisme) in vergelijking met het individualistische West-Europa.

4. De Hindoeïstische cultuur (Zuid-Azië)

Dit is één van de oudste, nog levende beschavingen ter wereld. Ze is onlosmakelijk verbonden met het Indiase subcontinent. Wat deze cultuur uniek maakt, is dat ze niet is gesticht door één profeet en geen centraal leergezag kent (zoals een paus of kalief). Hindoes noemen hun traditie vaak Sanatana Dharma, wat 'de eeuwige orde' of 'de eeuwige plicht' betekent. Het is een complete levenswijze waarin cultuur, religie, filosofie, kunst, wetenschap en het dagelijks leven volledig in elkaar overlopen. Het Hindoestaanse wereldbeeld rust op een aantal spirituele en filosofische pijlers die bepalen hoe men naar het leven, de tijd en de kosmos kijkt:

* Dharma (plicht en kosmische orde) --- Dit is de morele basis van het leven. Het staat voor juist gedrag, gerechtigheid en het vervullen van je plichten tegenover familie, de maatschappij en de kosmos. 
* Karma (actie en gevolg) --- De wet van oorzaak en gevolg. Elke actie (fysiek, verbaal of mentaal) heeft een morele consequentie. Goede daden leiden tot positieve resultaten in dit of een volgend leven; slechte daden genereren kwalijke en nadelige consequenties.
* Samsara (reïncarnatie) --- Hindoes geloven dat de ziel (Atman) onsterfelijk is en na de dood telkens opnieuw wordt geboren in een nieuw lichaam (als mens, dier of goddelijk wezen), gestuurd door het opgebouwde karma. De tijd wordt niet gezien als een rechte lijn (zoals in het Westen), maar als een oneindige cirkel van creatie en vernietiging.
* Moksha (bevrijding) --- Voor velen het ultieme levensdoel. Dit is het doorbreken van de cyclus van wedergeboorten (Samsara). Wanneer de individuele ziel zich realiseert dat zij één is met de universele ziel of kosmische realiteit (Brahman), bereikt men verlichting en eeuwige vrede/vreugde.

Het hindoeïsme wordt vaak een polytheïstische religie genoemd (met duizenden goden), maar veel hindoes zijn eigenlijk monisten: ze geloven in één ultieme, vormloze kosmische kracht (Brahman), die zich manifesteert in diverse goden en godinnen. Een controversieel kenmerk van de hindoe samenleving is de sociale gelaagdheid (klassensysteem). Historisch gezien is de maatschappij opgedeeld in vier hoofdklassen: Brahmanen (priesters, leraren en intellectuelen), Kshatriya's (koningen, krijgers en bestuurders), Vaishya's (handelaren, boeren en ambachtslieden) en Shudra's (arbeiders en dienaren). Helemaal buiten dit systeem vallen de Dalits (voorheen de onaanraakbaren genoemd), als de laagste kaste. Hoewel discriminatie op basis van kaste in de moderne Indiase grondwet verboden is en er actieprogramma's zijn voor achtergestelde groepen, toch speelt het kaste systeem nog steeds een grote rol in de Indiase cultuur, met name bij het selecteren van huwelijkspartners en in de rurale politiek.

5. De Inheemse / Autochtone culturen (inheemse volkeren)

Dit is geen aaneengesloten geografisch blok, maar een wereldwijde cultuurgroep die de oorspronkelijke bewoners van verschillende continenten omvat, zoals de Native Americans (Noord-Amerika), de Aboriginals (Australië), de Maori (Nieuw-Zeeland) en de stammen in het Amazone regenwoud of Papoea-Nieuw-Guinea. De basis van hun cultuur is een diepe, spirituele en ecologische relatie met de aarde en de planeet. Grondgebied is geen economisch bezit, maar een levend deel van de gemeenschap. Kennis, geschiedenis en morele wetten worden niet via boeken, maar via verhalen, liederen en rituelen van generatie op generatie doorgegeven.

De westerse cultuur

Positief (idealen): individualisme, democratie, gelijkheid, rationalisme, mensenrechten, secularisme.
Negatief (valkuilen): hyper-individualisme, materialisme, consumentisme, prestatiedruk, eurocentrisme (de westerse cultuur als superieur beschouwen), vervreemding.  

De westerse cultuur is geen vastomlijnd pakket aan regels, maar een historische optelsom van ideeën, tradities en waarden die hun oorsprong vinden in Europa. Door migratie en kolonisatie heeft dit zich verspreid naar Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. Hoewel er grote onderlinge verschillen zijn (een Italiaan leeft anders dan een Canadees), zijn er een aantal diepgewortelde kenmerken die de westerse cultuur typeren. Hieronder slechts enkele grote lijnen, want cultuur is een uitgebreid thema, te groot voor een bericht als dit.

1. Individualisme boven het collectief

De vrijheid om je eigen levenspad te kiezen, los van familietradities of groepsdruk. Dit is misschien wel het scherpste contrast met veel niet-westerse culturen. In het Westen staat het individu centraal. Er is (nog steeds) persoonlijke vrijheid. Dat betekent dat men zelf mag kiezen wie men wil worden, wat men doet, welke religie men aanhangt (of niet), en hoe men zijn leven inricht. Succes in het leven of mislukken in het leven worden primair gezien als de verantwoordelijkheid van het individu, niet van de familie of van de gemeenschap. Zelfontplooiing is een belangrijk levensdoel. De valkuil is hyper-individualisme, wat kan doorslaan in eenzaamheid, een gebrek aan sociale cohesie en het gevoel dat men er 'alleen voor staat'.

2. De Verlichtingsidealen: ratio en wetenschap

Rationalisme of het vertrouwen op de wetenschap, logica en empirisch bewijs om de wereld te begrijpen en problemen op te lossen, in plaats van puur op dogma's of tradities. Sinds de Verlichting (18e eeuw) leunt de westerse cultuur zwaar op het idee dat de wereld te begrijpen en te verbeteren is door middel van de menselijke rede (ratio), wetenschappelijk onderzoek en logica. Dit heeft geleid tot een sterke focus op innovatie, efficiëntie, pure (soms eenzijdige) wetenschap en technologische vooruitgang. Het nadeel is dat door de sterke focus op rationaliteit, efficiëntie en verstedelijking veel mensen hun diepere connectie met de natuur, gemeenschap en spiritualiteit zijn kwijtgeraakt.

3. Democratie en de rechtsstaat

Het principe van volkssoevereiniteit, politieke inspraak en het recht om kritiek te uiten op de machthebbers. De politieke fundamenten van het Westen zijn grotendeels gelegd in het klassieke Griekenland en Rome, en later verfijnd tijdens de Franse en Amerikaanse revoluties (Code Napoléon en Bill of Rights). Het streefdoel is emancipatie, namelijk gelijke rechten voor allen, ongeacht gender, geaardheid, afkomst of religie. In principe is iedereen dus gelijk voor de wet. Het betekent dat iedereen, van de bakker tot de premier zich aan dezelfde wetten moet houden. In de praktijk wordt evenwel gemeten met twee gewichten. Jan met de pet is meestal en al eeuwenlang de dupe, terwijl de top van de macht haar verantwoordelijkheid ontloopt en beschermd wordt. Het Westen valideert ook de mensenrechten. Concepten zoals vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en het recht op privacy worden gezien als universele basisrechten. Maar ook deze rechten staan tegenwoordig op de helling, er is censuur, toezicht op hate speech en steeds minder privacy (in de surveillance staat).

4. Secularisatie en de scheiding van kerk en staat

Hoewel de westerse cultuur ethisch en historisch diep geworteld is in de joods-christelijke traditie, toch is de maatschappij in de afgelopen eeuwen sterk geseculariseerd (kerk en staat zijn gescheiden). De kerk heeft geen politieke macht meer. Wetten worden gemaakt door 'democratisch' gekozen overheden, niet op basis van heilige schriften die eeuwen geleden werden geschreven. Zo ontstaat er ruimte voor religieuze diversiteit en keuzevrijheid.

5. Lineaire tijdsbeleving en vooruitgangsdenken


In het Westen wordt tijd gezien als een rechte lijn: het verleden is voorbij en vergeten, en de toekomst komt eraan en 'moet beter' worden dan vandaag (met als gevolg: de groei-economie en het leegplunderen van de aardse grondstoffen). Dit stimuleert een cultuur van plannen, deadlines, ambitie en het idee dat de maatschappij constant in ontwikkeling (vooruitgang) moet zijn. Deze prestatiedruk leidt in de praktijk tot veel stress, burn-outs en faalangst.

Bovenstaande kenmerken zijn de idealen van de westerse cultuur. In de praktijk schuurt het natuurlijk wel eens — denk aan de spanning tussen individuele vrijheid en de behoefte aan sociale solidariteit, of de discussie tegenwoordig over hoever de vrijheid van meningsuiting precies reikt.

De oosterse cultuur


Positief (idealen): harmonie (het vermijden van openlijke conflicten en het streven naar een vreedzame, stabiele samenleving), een diep respect voor (voor)ouders en ouderen in het algemeen, discipline & zelfbeheersing, holistisch denken (yin-yang), lange-termijn visies.
Negatief (valkuilen): gezichtsverlies (fouten maken brengt schaamte mee), extreme prestatiedruk, conformisme & onderdrukking van het individu (de groep komt eerst), strikte hiërarchie & patriarchaat (de maatschappij is vaak streng top-down georganiseerd), emotionele onderdrukking (persoonlijke trauma's, verdriet of mentale problemen worden vaak opgekropt).

Waar de westerse cultuur de nadruk legt op het individu en de ratio, draaien Oost-Aziatische culturen (die diep beïnvloed zijn door het confucianisme, boeddhisme en taoïsme) traditioneel om harmonie, de groep en hiërarchie.

1. Collectivisme versus individualisme


Dit is het meest fundamentele verschil. In het Westen staat het 'ik' centraal en in Oost-Azië staat het 'wij' centraal. In het Westen wordt identiteit bepaald door jouw persoonlijke prestaties, je eigen mening en hoe uniek je bent. In Oost-Azië is identiteit onlosmakelijk verbonden met de groepen waartoe men behoort (gezin, familie, bedrijf, land). Loyaal zijn aan de groep en het bewaren van de sociale harmonie zijn belangrijker dan een persoonlijke mening. Men past zich aan om de groep niet te verstoren.

2. Communicatie: direct versus indirect (gezichtsverlies)


De manier waarop men met elkaar praat en conflicten oplost, verschilt enorm door de focus op harmonie. In het Westen is communicatie direct en expliciet. 'Nee' betekent meestal gewoon nee, en een stevige discussie of kritiek op de werkvloer worden gezien als professioneel en constructief. In Oost-Azië is de communicatie subtieler, indirect en hangt af van de context. Men zal zelden direct 'nee' zeggen, omdat dit de harmonie verstoort en de ander 'gezichtsverlies' kan opleveren. Men zegt liever: 'Dat is een interessante suggestie, we zullen erover nadenken' (wat vaak nee betekent). Lichaamstaal en 'tussen de regels door lezen' zijn cruciaal.

3. Hiërarchie en respect voor autoriteit

Hoewel het Westen ook hiërarchie kent, streven westerse landen (vooral in Noord- en West-Europa) naar een vlakkere organisatiestructuur waarbij men de baas van het bedrijf gewoon bij de voornaam noemt en mag tegenspreken. In Oost-Azië is hiërarchie de hoeksteen van de samenleving, en historisch gebaseerd op de confucianistische leer. Er is diep respect voor ouderen, leraren en leidinggevenden. Hun autoriteit wordt zelden openlijk in twijfel getrokken. Ouderen en meer ervaren mensen dragen de verantwoordelijkheid om voor de jongeren/ondergeschikten te zorgen, die in ruil daarvoor gehoorzaam en loyaal zijn.

4. Relatie met werk en plichtsbesef

Beide culturen werken hard, maar de motivatie en de invulling ervan verschillen. In het Westen is werk een middel voor persoonlijke ontplooiing en financiële inkomsten. De balans tussen werk en privé en de persoonlijke vrije tijd worden streng bewaakt. In Oost-Azië is werk vaak een morele plicht naar de samenleving en de familie toe. In Japan (met concepten als 'Karoshi', overlijden door overwerk) en China (met de '996' werkcultuur in de tech sector — dus werken van 9u tot 21u, 6 dagen per week) reikt de loyaliteit aan de werkgever extreem ver. Na werktijd gaat men vaak nog verplicht drinken of eten met collega's om de onderlinge banden te versterken.

Door globalisering en internet groeien met name jongere generaties in Aziatische metropolen zoals Tokio, Shanghai en Seoul steeds meer op met westerse invloeden. Zij zoeken vaker naar een betere werk-privé balans en hechten meer waarde aan individuele expressie dan hun ouders, al blijven de diepliggende culturele waarden nog altijd stevig overeind. 

De joodse cultuur

Positief (idealen): intellectualisme & discussie (debat), veerkracht & overlevingsdrang, hechte familiebanden & tradities.
Negatief (valkuilen): een intergenerationeel trauma door eeuwen van vervolging (een gevoel van onveiligheid en wantrouwen naar de buitenwereld), geslotenheid en isolatie, een verstikkend traditionalisme (in orthodoxe kringen), schuldgevoel & neurose (een cultuur van chronisch schuldgevoel, faalangst en neurotische zelfkritiek), een sterke interne polarisatie en verdeling tussen de verschillende joodse groepen.

De Joodse cultuur is één van de oudste nog levende culturen ter wereld en is erg veelzijdig. De joodse cultuur is, net als de moslim cultuur, sterk verweven met religie (het jodendom). Daarnaast hebben de 15 miljoen Joden, die erg verspreid leven over de wereld (diaspora), een gedeelde geschiedenis, eigen tradities en een sterke gemeenschapszin. 

1. Tradities, feesten en de Sabbat

De Joodse kalender (een maankalender) zit vol met feesten en gedenkdagen die hun cultuur ritme geven. De Sabbat is de wekelijkse rustdag van vrijdagavond tot zaterdagavond. Het  betekent tijd voor familie. Er wordt traditioneel gevlochten brood  gegeten, wijn gedronken en kaarsen aangestoken. Telefoons en werk gaan aan de kant. Chanoeka is het lichtjesfeest waarbij de Menora, de kandelaar, wordt aangestoken. Pesach is het Joodse paasfeest wat de uittocht uit de slavernij in Egypte viert. Rosj Hasjana is het Joodse Nieuwjaar.

2. Een cultuur van leren, discussie en humor


Binnen de Joodse cultuur staan onderwijs en kritisch denken hoog aangeschreven. Kritische vragen stellen over teksten, tradities en het leven wordt aangemoedigd.  Een bekende Joodse uitspraak is: 'Twee Joden, drie meningen.' Debat en discussie worden gezien als een manier om dichter bij de waarheid te komen. Joodse humor is wereldberoemd. Het is vaak zelfspottend, ironisch, een beetje melancholisch en scherp. Humor is historisch gezien ook een overlevingsmechanisme geweest om met zware tijden en vervolging om te gaan.

3. Voedsel en Kosjer eten

Eten speelt een centrale rol in de cultuur; bijna elk feest is verbonden met specifieke gerechten. Kosjer (Kasjroet) zijn de Joodse spijswetten. Het houdt onder andere in dat varkensvlees en schaaldieren verboden zijn, en dat vlees en zuivel  niet samen bereid of gegeten mogen worden. De Joodse keuken is beïnvloed door de vele plaatsen waar Joden wereldwijd hebben gewoond. 

4. De cyclus van het leven (overgangsrituelen)

Belangrijke mijlpalen in het leven worden uitgebreid gevierd met de hele gemeenschap. Briet Mila: de rituele besnijdenis van baby jongetjes op de achtste dag na de geboorte. Bar Mitswa is het moment waarop een kind religieus gezien volwassen wordt en verantwoordelijk kan nemen voor zijn of haar eigen daden. Dit gaat vaak gepaard met een ceremonie in de synagoge en een groot feest. Joodse bruiloft: herkenbaar aan de Chopoe (een baldakijn waaronder het paar trouwt) en het ritueel waarbij de bruidegom een glas stuk trapt onder zijn voet, waarna iedereen 'Mazzel tov!' (gefeliciteerd) roept.

5. Tikkun Olam (de wereld verbeteren)

Een  belangrijk ethisch concept in de Joodse cultuur is Tikkun Olam, wat letterlijk 'het repareren of verbeteren van de wereld' betekent. Het idee is dat mensen de plicht hebben om gerechtigheid na te streven, de armen en zwakkeren te helpen (dit heet Tzedaka) en de wereld een stukje beter achter te laten dan ze hem aantroffen. Dit uit zich vaak in een sterke maatschappelijke betrokkenheid en liefdadigheidswerk. 

Door de geschiedenis heen zijn Joden over de hele wereld verspreid geraakt (de diaspora). Vaak omdat ze al 2000 jaar telkens weg gejaagd worden uit steden, regio's en landen vanwege politieke, religieuze of economische redenen (hier is een lijst). Hierdoor zijn er verschillende subculturen ontstaan, zoals de Asjkenazische Joden (oorspronkelijk uit Centraal- en Oost-Europa, vaak geassocieerd met de Jiddische taal) en de Sefardische Joden (oorspronkelijk uit Spanje, Portugal en het Midden-Oosten). Hun talen, muziek en gerechten kunnen behoorlijk van elkaar verschillen.

6. Kabbala

Kabbala is de eeuwenoude, mystieke en esoterische stroming binnen het jodendom. Het woord betekent letterlijk 'overlevering' of 'dat wat ontvangen is' in het Hebreeuws. Waar de reguliere joodse geschriften (zoals de Thora en de Talmoed) zich vooral richten op de wetten, de geschiedenis en de ethiek van het geloof, probeert de Kabbala de verborgen, spirituele betekenis van de schepping te ontrafelen. Het zoekt naar antwoorden op diepe filosofische vragen: Wat is de aard van God? Hoe is het universum ontstaan? En wat is de rol van de menselijke ziel? Belangrijke concepten zijn: De Levensboom (Sephirot) en De geheime code van de Thora (Gematria). 

Het belangrijkste boek is De Zohar,  een uitgebreid mystiek commentaar op de Thora. Die Thora is de joodse Grondwet en bestaat uit de eerste 5 boeken van de Hebreeuwse Bijbel (die christenen kennen als Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium). De Talmoed is dan weer de uitgebreide toelichting en discussie over hoe men de Grondwet van de Thora in het dagelijks leven toepast. Vooral de Talmoed zorgt vaak voor controverse vanwege de bizarre beweringen die er in lezen zijn. Zoals het goedkeuren van het doden van alle niet-joden (goyim) of het goedkeuren van pedofilie. Het antwoord van de Joden op de vele verontrustende passages uit de Talmoed is drievoudig. 

De Talmoed bestaat uit vrije debatten tussen rabbijnen en wat de ene rabbijn zegt (tijdens een discussie) wordt dan door een andere rabbijn verbaal bestreden. Maar wat gezegd wordt, hoeft geen waarheid te zijn, het is onderdeel van een open discussie. Verder dient men de Talmoed in de historische context te zien, een tijd van extreme vervolging door de Romeinen en de Perzen. Wat vroeger als een daad van zelfbescherming werd beschouwd (doden van niet-joden), is nu niet langer geldig. Tegenwoordig hanteren de rabbijnen 'de wet van het land is de wet' principe. Wanneer een tekst in de Talmoed in strijd is met de moderne wetgeving (zoals wetten tegen moord, discriminatie of kindermisbruik), dan heeft de wet van het land altijd absolute voorrang.

Vanaf het einde van de 20e eeuw is de Kabbala overgewaaid naar de westerse popcultuur. Centra zoals het Kabbalah Centre in Los Angeles maken een eenvoudige, universele vorm van Kabbala toegankelijk voor niet-joden en beroemdheden (zoals Madonna). Het bekende rode bandje dat veel popsterren om hun pols dragen, is een kabbalistisch amulet dat volgens deze moderne stroming bescherming biedt tegen het 'boze oog'. Tijdens de Renaissance raakten ook christelijke humanisten (zoals Pico della Mirandola) gefascineerd door de Kabbala. Zij probeerden de joodse mystiek te integreren met het christendom (de christelijke Kabbala). Later werd de Levensboom ook een centraal onderdeel van de westerse magie, de Tarot en occulte genootschappen zoals de Hermetic Order of the Golden Dawn.

7. Orthodoxe joden

De diverse orthodoxe groepen hebben allemaal hetzelfde basisprincipe: de Thora is het letterlijke woord van God en de joodse wet (de Halacha) is onveranderlijk en bindend. De grote verschillen zitten in hoe zij zich verhouden tot de moderne buitenwereld en de staat Israël. De modern-orthodoxe joden vormen de meest geïntegreerde groep. Hun motto is kort gezegd: 'Thora en wetenschap'. Het is volgens hen mogelijk, om een vroom en religieus leven te leiden en te gehoorzamen aan de joodse wetten, terwijl men tegelijkertijd volwaardig deelneemt aan de moderne maatschappij. 

Het Charedisch jodendom (ultra-orthodox) gelooft dat de moderne seculiere cultuur een bedreiging vormt voor het geloof en kiezen er bewust voor om zich (deels) van de buitenwereld te isoleren. Binnen het Charedische jodendom bestaan weer twee totaal verschillende  afsplitsingen: de Litwaks en de Chasidiem. Sommige groepen (Satmar en Neturei Karta) zijn tegen het bestaan van de huidige staat Israël. Volgens hun interpretatie van de Thora mag er pas een joodse staat worden gesticht als de Messias op Aarde is neergedaald. Een menselijke en seculiere poging om een staat te stichten (het zionisme) zien zij als een zonde en rebellie tegen God. 

De orthodoxe joden (en ook veel 'gewone' joden) geloven dat zij het 'uitverkoren volk' zijn (het wordt hen ingeprent van kleins af aan) en dat ze het recht en de plicht hebben om te heersen over de hele wereld (met alle niet-joden als hun slaven). Dit zeggen ze zelf en het staat ook in de boeken die ze als leidraad nemen. Onder meer (het blanke ras in Europa) moet vernietigd worden door een georkestreerde invasie van Afrikaanse migranten, een invasie die gesteund wordt vanuit Israël. Hoewel het hier gaat om een kleine minderheid met dwaze en duistere plannen, toch is de joodse macht en invloed groot achter de schermen én in de politieke, financiële, economische, media en entertainment wereld, waar vrijwel alle grote bedrijven en vennootschappen in handen zijn van joden. 

8. Groot Israël


Volgens bepaalde onderzoekers heeft Israël het plan om een groot rijk te stichten wat gaat 'van de Nijl tot de Eufraat' en onder meer delen van Palestina, Egypte, Jordanië, Syrië, Irak, Libanon en Saoedi-Arabië zou omvatten. De oorsprong van dit verlangen ligt in de Hebreeuwse Bijbel waarin God een specifiek land belooft aan de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob (het Beloofde Land). Binnen de Israëlische politiek speelt dit scenario van territoriale uitbreiding naar andere soevereine landen voorlopig een kleine rol. De discussie (en de conflicten) richten zich daar meer op het gebied tussen de Middellandse Zee en de Jordaan (Palestina).

Maar binnen het moderne zionisme (de beweging voor een Joodse staat) is er meer animo voor dit plan. Israël veroverde in 1967 de Westelijke Jordaanoever (historisch bekend als Judea en Samaria), de Gazastrook, de Golanhoogten en de Sinaï woestijn. Voor veel religieuze en nationalistische Israëliërs voelde dit niet als een verovering, maar als de 'hereniging' van het historische, Bijbelse stamland. Momenteel is de term 'Groot Israël' synoniem voor het behouden van de controle over de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, en het uitbreiden van Joodse nederzettingen in die gebieden. Politici en groeperingen aan de rechter- en nationalistische zijde van het spectrum wijzen een tweestatenoplossing af (waarbij een onafhankelijke Palestijnse staat wordt opgericht), omdat zij geloven dat dit hele gebied historisch en moreel aan het joodse volk toebehoort.

Deze expansiedrift van een volk en van een cultuur, is uiteraard niet nieuw in de geschiedenis van de mensheid. Enkele voorbeelden. Djengis Khan bouwde een Mongools rijk (13e en 14e eeuw), het grootste aaneengesloten landrijk wat de wereld ooit heeft gezien. De Romeinen veroverden West- en Oost-Europa (27 voor Chr. - 476) en brachten hun cultuur naar alle uithoeken van hun rijk. Het Britse Rijk (16e - 20e eeuw) was het grootste rijk ooit qua landoppervlak en bevolking, met de bekende bijnaam 'het rijk waar de zon nooit ondergaat'. In 1920 besloeg het bijna een kwart van de hele wereldbol. Het Rijk van Alexander de Grote (4de eeuw voor Chr.) strekte zich uit van Griekenland en Egypte tot diep in India. Een ander voorbeeld zijn de 3 grote wereldrijken van de moslims: het Omajjaden kalifaat (661 – 750), het Abbasiden kalifaat (750 – 1258) en het Ottomaanse Rijk (1299 – 1922) die qua omvang liepen van India tot Portugal. Ook de (zogenaamd vreedzame) boeddhistische en hindoeïstische culturen trokken ooit op veroveringstocht: het Chola-Rijk in zuid India (3e eeuw voor Chr. – 13e eeuw na Chr.), het Maurya rijk van Keizer Ashoka (3e eeuw voor Chr.) en het Tibetaanse Rijk (7e – 9e eeuw).

De moslim cultuur


Positief (idealen): gemeenschapszin, gastvrijheid, filantropie, respect voor familie, spiritualiteit, discipline.
Negatief (valkuilen): sociale controle en groepsdruk (weinig ruimte voor afwijkend gedrag), eer- en schaamte cultuur (het gedrag van één individu, vooral op het gebied van seksualiteit en relaties, straalt af op de hele familie), patriarchaal (strikte man-vrouw hiërarchie), rigide genderrollen, conservatief, traditionalisme (vasthouden aan dogma's uit het verleden), fatalisme (alles ligt in handen van God).

Om de moslimcultuur te begrijpen, kan het goed zijn om onderscheid te maken tussen de religie (de islam) en de Arabische cultuur, wat niet eenvoudig is omdat beiden diep verweven zijn met elkaar. De islam is een wereldreligie met ruim 2 miljard aanhangers. Hoewel moslims in verschillende regio's leven (van Marokko en Bosnië tot Indonesië en Pakistan), toch vormt hun gedeeld geloof de basis voor een aantal universele kenmerken en eigenschappen die de moslimcultuur wereldwijd karakteriseren en verbinden.

1. De vijf zuilen als religieuze basis

De islam is een monotheïstisch geloof (het geloof in één God, Allah). De profeet Mohammed wordt gezien als de belangrijkste boodschapper. Het dagelijks leven van een praktiserende moslim rust op vijf universele verplichtingen. De dagelijkse spirituele routine (zoals het vijfdaagse gebed en de Ramadan) biedt structuur, innerlijke rust, morele richting en een focus op zaken die groter zijn dan het materiële leven.

1. Sjahada (geloofsgetuigenis), de bewuste uitspraak dat er maar één God is en Mohammed Zijn profeet. In een aantal strenge islam landen kunnen moslims hun geloof niet afzweren, noch veranderen van geloof, op straffe van dood.
2. Salat (gebed), vijf keer per dag bidden in de richting van de heilige stad Mekka. 
3. Zakat (aalmoes), het verplicht schenken van een deel van je bezit (meestal 2,5%) aan armen en behoeftigen. 
4. Sawm (vasten), het onthouden van eten, drinken, roken en intimi tussen zonsopkomst en zonsondergang tijdens de heilige maand Ramadan. 
5. Hadj (bedevaart), de plicht om, mits financieel en fysiek mogelijk, eenmaal in het leven naar de Kaäba in Mekka te reizen.

2. Collectivisme en de 'Ummah'

Net als de Oost-Aziatische cultuur is de moslimcultuur sterk collectivistisch. Het individu is ondergeschikt aan de groep. De Ummah (of Oemma) is de wereldwijde gemeenschap van moslims. Ongeacht afkomst, taal of huidskleur, als moslim ben je broeders of zusters van elkaar. Dit zorgt voor een sterk gevoel van wereldwijde solidariteit en samenhorigheid, en creëert een enorm vangnet. De familie is de belangrijkste bouwsteen van de samenleving. Er is een diep respect voor ouders, familie, bejaarden en voor moeders. De zorg voor familieleden is een morele en religieuze plicht; ouderen naar een verzorgingstehuis brengen is in veel moslimlanden ongebruikelijk.

3. Gastvrijheid en vrijgevigheid

Gastvrijheid (Karam) is een diepgewortelde culturele eigenschap. Gasten (ook vreemden) dienen met respect te worden behandeld. Dit hangt nauw samen met het religieuze concept dat alles wat je bezit een geschenk van God is, dat je moet delen.

4. Halal en Haram

Het dagelijks leven, en met name de keuken, wordt gestuurd door wat rein (Halal) en onrein (Haram) is. Moslims eten geen varkensvlees en drinken traditioneel geen alcohol. Vlees moet bovendien volgens islamitische voorschriften (ritueel) geslacht zijn. Haram geldt ook voor handelingen, zoals gokken, het kuisheidsprincipe schenden (seks voor het huwelijk) of het plegen van onrecht.

5. Seksualiteit, kleding en bescheidenheid (Haya)


Bescheidenheid in gedrag en kleding is een kernwaarde voor zowel mannen als vrouwen. Hoe dit wordt ingevuld, verschilt enorm per land. Vrouwen in conservatieve landen zoals Saoedi-Arabië of Iran dragen een Abaya of Jilbab (volledige lichaamsbedekking) of een Boerka (lichaam én gezicht zijn bedekt). Vrouwen in landen als Turkije, Indonesië of het Westen kiezen vaak voor een hoofddoek (Hijab). Voor mannen geldt vaak de norm dat het lichaam tussen navel en knie bedekt moet zijn. 

Traditioneel is er een duidelijke rolverdeling waarbij de man gezien wordt als de kostwinner en beschermer, en de vrouw de spil van het gezin is. In publieke ruimtes gaan mannen en vrouwen (in de meer conservatieve en traditionele kringen) gescheiden met elkaar om. Homoseksuele handelingen zijn verboden en worden beschouwd als een 'grote zonde'. De besnijdenis van jongens is een religieuze plicht en wordt wereldwijd door moslims toegepast. Meisjesbesnijdenis is een lokale, pre-islamitische cultuur die beperkt is tot bepaalde regio's (vooral in Afrika).

6. Sharia


De sharia wordt in het Westen vaak vertaald als 'islamitische wetgeving', maar het is in feite veel breder dan dat. Het is een moreel, ethisch en juridisch kompas dat het hele leven van een moslim regelt: van persoonlijke hygiëne en gebed tot familierecht, economie en strafrecht. Sommige sharia regels zijn niet verenigbaar met de westerse cultuur, waaronder het veroordelen van LGBT mensen, polygamie (tegelijkertijd gehuwd zijn met meerdere vrouwen), kindhuwelijken (zodra een jongen of meisje de puberteit heeft bereikt, wordt hij of zij religieus gezien als volwassen en bekwaam om te trouwen), de lijfstraffen bij misdrijven (amputatie, steniging, zweepslagen,...), het oog-om-oog principe (toegepast bij moord of zware mishandeling), en de doodstraf (die in Europa niet langer toegepast wordt). Enkele landen met strenge sharia wetgeving zijn Afghanistan, Iran, Saudi-Arabië, Brunei, Jemen, Mauritanië, Soedan, Somalië,...


7. Jihad 

Jihad wordt meestal vertaald als 'heilige oorlog', maar het betekent letterlijk 'streven, zwoegen of zich inspannen'. Het staat voor de spirituele, morele en fysieke inspanning die een moslim levert om op het rechte pad te blijven en God te behagen (onderwerping en gehoorzaamheid). Er is de 'grote Jihad' (het leren beheersen van het eigen ego) en de 'kleine Jihad' (militaire strijd en defensieve oorlogsvoering ter verdediging). Geweld is dus toegestaan binnen de islam en moslims mogen de wapens opnemen om zichzelf, hun familie, hun geloof of hun land te beschermen tegen onderdrukking en agressie. Het concept van de kleine Jihad is al sinds het begin van de islam (7e eeuw) gekaapt door allerlei fundamentalistische groeperingen die een 'heilige oorlog' begonnen zijn tegen andersdenkenden, tegen hen die een bedreiging vormen en als middel om de islam verder te verspreiden. 

Want Jihad wordt ook gebruikt als een geopolitieke doctrine, namelijk als een middel tot uitbreiding van de islamitische staat. Een goed voorbeeld is de verovering van Spanje in 711 door de moslims. De wereld werd toen (en nu nog steeds) opgedeeld in twee zones: Dar al-Islam --- het huis van de islam (waar de islamitische wet geldt) en Dar al-Harb --- het huis van de oorlog (de niet-islamitische wereld). Het uitbreiden van de Dar al-Islam werd gezien als een collectieve religieuze plicht (Jihad). Het doel was hierbij niet om alle christenen en joden in Spanje gedwongen te bekeren, maar om het gezag van de islamitische staat uit te breiden. Zolang de politieke macht in handen van moslims was, was aan de religieuze plicht voldaan. De herovering van Spanje (reconquista) door de christenen duurde bijna 800 jaar. Pas met de val van Granada (1609) kwam een einde aan de islamitische politieke macht in Spanje.

Hieronder drie andere historische voorbeelden over het uitbreiden van het islamitische gezag door Jihad. In de huidige tijd zijn er nog steeds radicale groepen (de Jihadisten) die de moderne wereldorde en de nationale grenzen verwerpen. Ze willen de hele wereld onder moslimbestuur brengen en alle ongelovigen bekeren of uitschakelen.

° Zevende eeuw --- Na de dood van de profeet (en militair) Mohammed in 632 begonnen de eerste kaliefen aan een militaire campagne buiten het Arabische schiereiland. Dit was de puurste vorm van de geopolitieke Jihad doctrine: het omverwerpen van de 'ongelovige' rijken om de islamitische staat te vestigen. Binnen enkele decennia boekten zij één van de meest spectaculaire militaire successen uit de wereldgeschiedenis. Het Perzische Sassaniden rijk werd in zijn geheel veroverd en hield op te bestaan. En het Byzantijnse (Oost-Romeinse) Rijk verloor zijn rijkste provincies, waaronder Syrië, Palestina en Egypte. De verovering van Jeruzalem in 637 door kalief Omar is hier het bekendste voorbeeld van. Later reageerden de christenen op de verovering van de Levant (het heilig land) met de 9 kruistochten (1096 - 1272).

° 14e tot 17e eeuw --- De Ottomaanse verovering van de Balkan en Byzantium. De verovering van Constantinopel (1453) door sultan Mehmet de Veroveraar, waarmee het eeuwenoude christelijke Byzantijnse Rijk definitief viel. Grote delen van Zuidoost-Europa (het huidige Griekenland, Bulgarije, Servië, Bosnië en Hongarije) werden veroverd. De moslim legers stootten door tot aan de poorten van Wenen (belegerd in 1529 en 1683). Christelijke gemeenschappen bestuurden zichzelf in de veroverde gebieden, maar waren politiek en juridisch ondergeschikt aan de islamitische heersers.

° 12e en 13e eeuw --- De oprichting van het Sultanaat van Delhi in India. Vanaf de 11e eeuw trokken islamitische legers Noord-India binnen. Hun invasies werden expliciet geframed als Jihad tegen de 'idolatrie' (afgoderij) van het hindoeïsme en boeddhisme. In 1206 leidde dit tot de stichting van het Sultanaat van Delhi. Grote delen van het Indiase subcontinent kwamen zo onder islamitisch bestuur. 

8. Islamisering

Willen moslims eigenlijk integreren in een andere cultuur, of willen ze net hun eigen cultuur opdringen en verspreiden over de hele wereld? Islamisering (of islamificatie) is het proces waarbij een samenleving (en haar cultuur) steeds meer beïnvloed en uiteindelijk overgenomen wordt door de islamitische religie, cultuur en wetgeving (sharia). Het woord raakte in Nederland bekend door het boek 'Tegen de islamisering van onze cultuur' (1997) van wetenschapper en politicus Pim Fortuyn. In het boek stelt Fortuyn dat de cultuur van de islam haaks staat op de waarden en normen van de moderne westerse samenleving. Hij pleitte voor een krachtige dialoog tussen beide culturen om zo te komen tot wederzijds begrip. Fortuyn werd in 2002 neergeschoten op straat (vanwege zijn ideeën). 

Politici en denkers die waarschuwen tegen islamisering, bedoelen hiermee dat de westerse, christelijke cultuur onder druk staat door de groei van de islamitische bevolking en cultuur. Zij wijzen dan op zaken als de bouw van grote en steeds meer moskeeën, de publieke oproep tot gebed (op straat), de toename van hoofddoeken en boerka's in het straatbeeld, discussies over halal voedsel in openbare instellingen (zoals scholen of ziekenhuizen), de orthodox-islamitische opvattingen over LGBT rechten, de ongelijkheid tussen man en vrouw, enzovoort (lees hier meer voorbeelden). Islamisering is dan als het ware een kopie of herhaling van wat de Romeinen, de christenen, de Duitsers en de Europeanen vroeger ook al op grote schaal deden (de zogenaamde Romanisering, KersteningGermanisering en Kolonisatie). Niks nieuws onder de zon dus. Volgens Dr. Peter Hammond in zijn boek ‘Slavery, Terrorism and Islam: The Historical Roots and Contemporary Threat' gebeurt de islamisering van een land in verschillende fasen.

In wezen is de (gematigde) islam niet het echte probleem. Het Soefisme (de mystieke leer van de islam) praat over liefde, bewustzijn en innerlijk werk, allemaal goeie dingen. Maar de islamisering via het Salafisme en Wahabisme (2 fundamentalistische stromingen binnen de islam), is toch een ander verhaal. Daarnaast zijn er ook nog IS en Al Qaida die streven naar globale islamisering (het afschaffen van soevereine staten), en een wereldwijd kalifaat willen vestigen met invoering van de strikte sharia wetten. Hier bestaat wel een reëel risico voor de westerse samenleving indien deze bewegingen meer voet aan de grond krijgen in Europa. Deze stromingen gaan niet over spiritualiteit, maar over regels, angst en controle. Ze nemen de Soera's en Koran teksten letterlijk (zonder historische context), onderdrukken vrouwen onder het mom van 'bescherming', streven naar een patriarchale dictatuur, willen alle ongelovigen bekeren of doden en creëren een wij versus zij denken. 


9. Inteelt

De juiste wetenschappelijke term is consanguïniteit (bloedverwantschap), wat concreet verwijst naar huwelijken tussen personen die genetisch aan elkaar verwant zijn. Binnen de islamitische wereld (waaronder het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Centraal- en Zuid-Azië) komen huwelijken tussen bloedverwanten (tussen volle neef en nicht) historisch en cultureel gezien heel vaak voor. Men noemt het dan ook de consanguinity belt, die loopt van Marokko in het westen tot aan Pakistan en India in het oosten. In die grote en brede strook moslimlanden, waar miljoenen mensen wonen, ligt het percentage huwelijken tussen bloedverwanten gemiddeld tussen de 20% en 50%. 

Sommige vroege islamitische geleerden adviseerden om buiten de familie te trouwen, omdat zij lang geleden al opmerkten dat kinderen uit zulke huwelijken fysiek zwakker (konden) zijn. De traditie van deze huwelijken is niet religieus, maar eerder sociaaleconomisch en cultureel. Het stamt uit eeuwenoude tribale tradities die al bestonden vóór de opkomst van de islam. Dezelfde tradities zie je overigens ook terug bij christelijke of joodse minderheden die al heel lang in het Midden-Oosten wonen.

De belangrijkste redenen voor het in stand houden van deze familietraditie zijn:
° Sociaal vertrouwen: men kent de achtergrond, het karakter en de moraal van de partner en de schoonfamilie al door en door.
° Behoud van bezit: het zorgt ervoor dat de familierijkdom, met name landbouwgrond of vastgoed, binnen de familie blijft en niet versnippert bij een erfenis.
° Stabiliteit: de kans op echtscheiding is statistisch gezien kleiner, omdat bij conflicten de hele familie bemiddelt om het huwelijk te redden.
° Geopolitieke achtergrond: in regio's waar de overheid historisch gezien zwak was, bood de eigen stam of familie de enige échte veiligheid en sociale zekerheid. Trouwen binnen de stam versterkte die alliantie.

Maar het grote probleem is medisch en genetisch. Langdurige consanguïniteit wordt afgeraden door dokters en wetenschappers. Kinderen van bloedverwanten lopen het risico op een schadelijk, recessief gen. Wanneer dit generatie op generatie gebeurt, ontstaat er een cumulatief effect, waardoor de kans op genetische aandoeningen, blindheid, doofheid, bloedziekten en kindersterfte significant hoger ligt dan het wereldgemiddelde.

Een tweede gevolg is de 'inteeltdepressie'. Dit betekent dat de biologische fitheid en het functioneren van een organisme (in dit geval de mens) afnemen naarmate de genetische variatie kleiner wordt. Grootschalige internationale onderzoeken tonen onomstotelijk aan dat inteelt leidt tot generaties met een lager IQ en met een hoger risico op aangeboren verstandelijke beperkingen. Dit weten de moslim dokters ook en het is de reden waarom veel landen in het Midden-Oosten tegenwoordig verplichte genetische screening en bloedtesten eisen vóórdat een stel mag trouwen. Als daaruit blijkt dat de neef en nicht drager zijn van dezelfde schadelijke genen, wordt het huwelijk medisch ten zeerste afgeraden om de gezondheid en intelligentie van toekomstige generaties te beschermen. Maar eeuwenoude culturele tradities zijn moeilijk uit te roeien en huwelijken tussen bloedverwanten komen nog steeds vaak voor. Met alle gevolgen van dien.

Zijn culturen verenigbaar?


Als voorbeeld: is de moslim cultuur verenigbaar met de westerse cultuur? Er is geen eenvoudig antwoord op deze vraag omdat beide culturen niet homogeen zijn en alles afhangt van welke aspecten men bekijkt en hoe strikt de normen aan beide kanten worden geïnterpreteerd. Er zijn zowel overeenkomsten als verschillen.

Een gemeenschappelijke basis is bijvoorbeeld de religieuze wortel van islam, christendom en jodendom die alle drie een Abrahamitische religie zijn (monotheïsme gelinkt aan de profeet Abraham). Ze delen dezelfde ethische fundamenten (die in hun heilige boeken opgeschreven staan) zoals naastenliefde, zorg voor de armen, rechtvaardigheid en het concept van goed en kwaad. Er zijn ondertussen ook al miljoenen moslims (min of meer) geïntegreerd in Europa. Ze wonen, werken en studeren al vele generaties in westerse landen, combineren hun geloof met een westers leven, betalingen belastingen, houden zich aan de wet en respecteren andersgelovigen.

Maar er zijn ook spanningsvelden vanwege hun verschillende visies op samenleven, rechtspraak, geloof en persoonlijke levensstijl. Vooral wanneer de strikte, conservatieve interpretatie van de islam botst met de liberale, seculiere waarden van het moderne Westen. De westerse cultuur laat toe dat het individu de ultieme vrijheid heeft om zelf te kiezen hoe te leven, wie lief te hebben en welk geloof aan te hangen (of te verlaten). In een traditionele moslimcultuur staan de sociale controle en de eer van de familie of de gemeenschap hoger. Het verlaten van het geloof (afvalligheid) of het openlijk kiezen voor een levensstijl die afwijkt van de religieuze normen, wordt binnen conservatieve kringen niet geaccepteerd. In het Westen geldt de scheiding van kerk en staat. Wetten worden gemaakt door mensen (de democratie) en staan boven elk religieus geschrift. Binnen de (orthodoxe) islam wordt de wet van God (sharia) gezien als het hoogste recht. Wanneer religieuze wetten (bijvoorbeeld over erfrecht, huwelijk of scheiding) botsen met de seculiere westerse wetgeving, ontstaat er een onoverbrugbaar conflict met de rechtsstaat.

Het moderne Westen hecht diepe waarde aan de emancipatie en gelijke rechten van vrouwen en de LGBT gemeenschap. Maar binnen de traditionele islamitische stromingen gelden strikte, patriarchale rolpatronen voor mannen en vrouwen. Homoseksualiteit en genderdiversiteit worden vanuit religieus oogpunt afgewezen, wat in het Westen leidt tot spanningen rondom tolerantie en veiligheid op straat en in het onderwijs. In het Westen is er vrijheid van meningsuiting. Dit omvat ook het recht om religies te bekritiseren, te bespotten of te beledigen (satire). In de moslimcultuur is het respect voor Allah, de profeet en de Koran absoluut. Kritiek of spot (zoals cartoons) wordt door veel moslims ervaren als een diepe, persoonlijke en onacceptabele belediging, wat kan leiden conflicten en gewelddadige incidenten.

De liberale / gematigde islam is flexibel. Veel moslims zien de islam als een persoonlijke spirituele gids. Zij hebben geen moeite met westerse waarden zoals democratie, secularisme en gelijkheid, en proberen om religie en politiek gescheiden te houden. Dit maakt het vredevol samenleven van beide culturen in principe wel mogelijk. De orthodoxe / fundamentalistische islam daarentegen wil een samenleving die strikt volgens religieuze wetten uit de 7e eeuw wordt ingericht. Deze vorm is inherent onverenigbaar met de moderne, liberale westerse cultuur, omdat het de fundamenten van de individuele vrijheid en de seculiere rechtsstaat afwijst.

De wereld als dorp


De wereld is een mondiaal dorp geworden, vooral omwille van de verbondenheid via het internet. Dankzij de moderne technologie van smartphones, schermen en social media is iedereen onmiddellijk op de hoogte van wat er gebeurt in de wereld of hoe het dagelijks leven in een dorp in Kenia verloopt. Alle culturen in de wereld komen via YouTube en TikTok nu tot in de huiskamer. Zou dit in de toekomst kunnen leiden tot één uniforme wereldcultuur? Het antwoord is zowel ja als nee (zie ook deel 2 en 3). 

Er is duidelijk een 'homogenisering' bezig (de wereld wordt verenigd in cyberspace en culturen versmelten). Men noemt het soms 'verwestersing' of 'Americanization'. Overal ter wereld kijken mensen naar dezelfde Netflix series, dragen dezelfde Nike sneakers, luisteren naar Spotify, lopen rond met een smartphone, scrollen door Facebook, delen dezelfde internet memes en volgen dezelfde mode esthetiek. Het kapitalisme en de media verspreiden een uniforme cultuur die is gebaseerd op consumentisme, individualisme en efficiëntie (behalve in enkele afgezonderde culturen zoals Noord Korea, Bhutan, Eritrea, Turkmenistan of de natuurstammen in het Amazonegebied). Door de homogenisering sterven unieke lokale tradities en talen langzaam uit (elke 2 weken verdwijnt er wereldwijd een taal).

Maar er is ook een proces van 'glocalisering' bezig (globaal + lokaal). Wereldwijde trends worden door lokale culturen opgezogen, maar direct aangepast aan de eigen normen en waarden. Een voorbeeld is K-pop (Koreaanse popmuziek). Men gebruikt westerse pop- en hiphopbeats, maar de teksten, de groepsdiscipline en de manier van omgang weerspiegelen diepgewortelde Koreaanse en confucianistische normen. Of McDonald's, de wereldwijde fastfood keten die rekening houdt met lokale eetgewoonten. Het mondiale aanbod wordt dus 'ingekleurd' met een lokale stift. Er ontstaat geen eenheidsworst, maar een reeks nieuwe, hybride culturen.


En er is ook een tegenreactie bezig. Juist omdat de wereld kleiner wordt en culturen op elkaar botsen, ervaren veel groepen een identiteitscrisis. En in plaats van zich aan te passen, gaan ze nog meer focussen op hun eigen unieke identiteit. Dit wordt ook wel cultureel tribalisme of de 'Clash of Civilizations' genoemd. Mensen grijpen terug naar hun religie, lokale taal of nationale tradities om zich af te zetten tegen de 'smeltkroes' van de globalisering. De blootstelling aan andere culturen via media leidt niet altijd tot verbroedering. Het kan ook leiden tot het uitvergroten van verschillen, nationalisme en de angst om de eigen cultuur te verliezen.

Het is dus vooral aan de oppervlakte dat culturen versmelten en uniformer worden (kleding, popmuziek, technologie, tv series,...). Maar de basis en de kernwaarden blijven divers. Hoe een cultuur denkt over familie, autoriteit, de rol van de man/vrouw, de dood, tradities,... verandert extreem traag. Een app als TikTok wordt in de VS gebruikt voor individuele expressie, in China wordt het door de overheid ingezet voor educatie en burgerplicht, en in het Midden-Oosten gebruikt men de app binnen strikte familiale kaders. De technologie is uniform, maar het gebruik wordt cultureel (of politiek) bepaald.

De wereld evolueert niet naar één enkele, platte cultuur. Wat wel gebeurt, is dat de wereld onderling afhankelijker wordt en dat we dezelfde 'taal' van media en technologie spreken, maar daaronder blijven de diepe culturele verschillen, waarden en wereldbeelden voorlopig gewoon bestaan — en ze worden soms sterker als reactie op die globalisering.

Het bewaren van de eigen cultuur


Om cultuur en eigenheid te behouden in een wereld die razendsnel digitaliseert en globaliseert, moeten bevolkingsgroepen strategisch te werk gaan. Men behoudt een cultuur niet door haar statisch op te sluiten in een museum, maar door haar levend, relevant en aanpasbaar te houden voor nieuwe generaties. Minderheden, inheemse volkeren, maar ook grotere nationale culturen gebruiken wereldwijd een aantal beproefde overlevingstactieken.

1. Actieve taalbescherming en taaloverdracht


Taal is de drager van de cultuur; als de taal sterft, verdwijnt het unieke wereldbeeld van die groep. De meest cruciale stap is dat ouders hun moedertaal consequent blijven spreken tegen hun kinderen, ook als de school- of straattaal dominant is. Ook kan men talen behouden door het opzetten van meertalig onderwijs of avondscholen. In Wales (het Welsh) en in Nieuw-Zeeland (het Maori) is de bijna uitgestorven taal succesvol gereactiveerd door 'taalnesten' voor peuters te starten.

2. Het gebruik van technologie


Het maken van eigen video's op TikTok en YouTube, of podcasts en Wikipedia-pagina's in de eigen taal en over de eigen geschiedenis. Als jongeren hun eigen cultuur niet op het scherm zien, bestaat deze voor hen vaak niet. Veel inheemse groepen ontwikkelen apps om hun taal te leren of digitaliseren mondelinge overleveringen van ouderen in online databases, zodat verhalen voor altijd bewaard blijven.

3. Levende tradities en gemeenschapszin

Rituelen, feesten en ambachten kunnen gevierd (blijven) worden, maar wel op een manier die aansluit bij de moderne tijd. Het organiseren van bijeenkomsten, markten en festivals waar kleding, muziek, dans en culinaire tradities centraal staan. Dit versterkt de groepsidentiteit en creëert trots, vooral onder de jeugd. Ook fysieke plekken (verenigingen, gebedshuizen, culturele centra) waar gelijkgestemden samenkomen, zijn belangrijk. Ze functioneren als een veilige haven waar de eigen normen en waarden gelden.


4. Institutionele en politieke erkenning

Een cultuur overleeft makkelijker als zij wettelijk beschermd wordt door de overheid. Dit kan door te strijden voor politieke erkenning, zelfbeschikkingsrecht of de status van een officiële minderheidstaal (zoals het Fries in Nederland of het Occitaans in zuid Frankrijk). Subsidies kunnen zorgen voor de financiering van cultuurfondsen, lokale omroepen en bibliotheken die specifiek gericht zijn op het behoud van het eigen erfgoed.

5. Bewuste selectieve assimilatie (Glocalisering)

De meest veerkrachtige culturen zijn culturen die flexibel zijn. Zij proberen de moderne wereld niet buiten te sluiten, maar integreren moderne elementen in hun eigen tradities. Bijvoorbeeld: traditionele muzikanten die hun eeuwenoude instrumenten mixen met moderne elektronische beats. Zo blijft de muziek aantrekkelijk voor de jeugd en blijft de kern van de culturele expressie behouden, in plaats dat jongeren volledig overstappen op westerse popmuziek.

Cultuur overleeft niet door verandering tegen te houden, maar door de regie te houden over hóé men verandert. Groepen die erin slagen modern te zijn én tegelijkertijd hun wortels te eren, hebben de grootste kans van slagen in de toekomst.

Volgende keer deel 2: een multiculturele samenleving. Is dit mogelijk, is het wenselijk of vormt het eerder een bedreiging?



Deel 1: Cultuurgroepen
Deel 2: Multiculturele Toekomst
Deel 3: Omvolking en Wereldcultuur

Geen opmerkingen

Een reactie posten

© Anastha Aurora
Maira Gall