15/08/2026

Zelfonderzoek (Atma Vichara)

De spreuk 'Ken uzelf' (gnōthi seauton) stond gegraveerd boven de ingang van de Tempel van Apollo in het oude Griekse Delphi. Oorspronkelijk betekende het dat men de eigen sterfelijkheid en (lagere) plaats tegenover de goden moest kennen. Later werd het door filosofen zoals Socrates gebruikt als een oproep tot diep zelfonderzoek. In dit bericht wordt dit zelfonderzoek belicht vanuit de Vedanta traditie. Wie niet bekend is met Yoga, Vedanta of Oosterse filosofie kan wellicht eerst de betekenis van enkele vaak gebruikte termen lezen onderaan (zie bij 15. Terminologie).

Hoofdstukken 

01. Inleiding
02. Kernpunten
03. Etymologie
04. De methode
05. De ik-gedachte
06. Veelgemaakte fouten
07. De rol van de vraag 'Wie ben ik?'
08. Zelfrealisatie
09. Veelgestelde vragen
10. Advaita Vedanta en Neo-Advaita
11. Samenvatting
12. Nisargadatta Maharaj
13. Bewustzijn en Gewaarzijn
14. Parabrahman
15. Terminologie

1. Inleiding

De Yoga en Vedanta term voor Zelfonderzoek (self inquiry) is Atma Vichara. Zelfonderzoek is een eenvoudige en systematische methode om te ontdekken wie / wat men werkelijk is (los van het lichaam, het ego en de gedachten). De term is afgeleid van het Sanskriet Atma (Zelf) en Vichara (gedachte, overweging, analyse). Het is een meditatie praktijk om zich de eigen ware aard te herinneren en daarmee de aloude vraag te beantwoorden: 'Wie ben ik?' Zelfonderzoek is één van de belangrijkste technieken uit het Jnana yoga pad (de yoga van de kennis) en Advaita Vedanta (non-dualiteit) en stamt uit de Upanishads (zie ook bij dit ouder bericht: Neti Neti).

De oeroude en wat vergeten meditatie techniek werd in de twintigste eeuw nieuw leven ingeblazen door Ramana Maharshi (1879-1950). Hij maakte deze populair in het Westen en daarmee toegankelijk voor alle spirituele zoekers. Door middel van Zelfonderzoek kan de yogi uiteindelijk Zelfrealisatie bereiken. Dit betekent dat men kennis verwerft over de ware aard van het Zelf, en dat men weet dat het Zelf (Atman) en Brahman (de ultieme realiteit) één zijn. 

Je bent niet jouw gedachten, noch het stemmetje in het hoofd, noch het ego, noch de gevoelens en emoties die opkomen en weggaan, noch het lichaam, noch de geest. Je bent het pure Bewustzijn / Gewaarzijn waarin al deze 'attributen' en ervaringen verschijnen en verdwijnen. Maar hoe kun je dit zelf ontdekken? De methode is eenvoudig maar diepgaand. Men stelt simpelweg de vraag: 'Wie ben ik?' en traceert vervolgens de bron van die ik-gedachte tot haar oorsprong (het Zelf). Geef geen antwoord in woorden of concepten, zoals 'ik ben Jan of ik ben de stem in mijn hoofd'. Dat zijn antwoorden van en voor het intellect. 

Atma Vichara is een levend onderzoek dat de geest ertoe aanzet zich naar binnen te keren – weg van objecten – en te rusten in zuiver Bewustzijn / Gewaarzijn. Wanneer je oprecht vraagt ​​'Wie ben ik?', geeft de geest aanvankelijk antwoorden: 'Ik ben het lichaam. Ik ben de geest. Ik ben het ego. Ik ben Marie of Piet.' Verwerp elk antwoord. Vraag opnieuw: 'Wie is degene die zegt 'Ik ben het lichaam'? Wie is degene die denkt? Wie is degene die voelt?' Herleid de ik-gedachte. De ik-gedachte komt voort uit het Zelf en zinkt weer terug in het Zelf. Wanneer de ik-gedachte tot haar bron wordt herleid, lost ze op. Wat overblijft is zuiver Bewustzijn of kennende Aanwezigheid – het Zelf. Atma Vichara is het directe pad, onderwezen door Ramana Maharshi en geworteld in de oude Upanishad geschriften. Het vereist in wezen geen verzaking van de wereld (in kloosters en ashrams), noch rituelen en uitgebreide Yoga praktijken (hoewel die ondersteunend werken). Het vraagt slechts om een ​​oprecht en volhardend onderzoek naar de aard van degene die zoekt.


2. Kernpunten in enkele zinnen

° Atma Vichara betekent zelfonderzoek (Atma = Zelf en Vichara = onderzoek).
° Methode: stel de vraag 'Wie ben ik?' en traceer de bron van de ik-gedachte.
° Geef geen antwoord in woorden of concepten (bv. Ik ben Jan, ik ben het Zelf of ik ben Brahman). Elk antwoord is een object, en niet het Zelf.
° De ik-gedachte komt voort uit het Zelf en keert erin terug; door deze te traceren lost het geconditioneerde ego op (na consequente beoefening gedurende langere tijd).
° Atma Vichara is de directe weg naar Zelfrealisatie, onderwezen door Ramana Maharshi en geworteld in de Upanishads (oude filosofische teksten).
° Er zijn geen rituelen, lichaamshoudingen of ademhalingstechnieken nodig (maar dat mag wel) – enkel oprecht en volhardend onderzoek volstaat.
° De beoefening is geen mechanische herhaling van de vraag 'Wie ben ik?', het is een levend onderzoek.
° Wanneer de ik-gedachte tot aan de bron wordt getraceerd, lost deze op; wat overblijft is puur Bewustzijn – het Zelf.

3. Etymologie van Atma Vichara


Atma Vichara bestaat uit twee Sanskriet woorden: 
° Atman (Zelf, de ware aard van de mens, namelijk Bestaan - Bewustzijn - Vreugde) en 
° Vichara (onderzoek, verkenning, onderscheidingsvermogen). 
Zelfonderzoek is het onderzoek naar de aard van het eigen ware Zelf.

Atman    
Dit is het Zelf, de diepste essentie. Het is zuiver Bewustzijn, zonder attributen zoals het ego (Ahamkara), het lichaam (Deha) en de geest (Manas). Atman is geen concept. Het is wat je bent voorafgaand aan alle identificaties. Het doel van het onderzoek is niet om iets te weten te komen over het Zelf, maar om te ontdekken dat het Zelf altijd is, was en zal zijn. Atman is geen object dat gevonden kan worden, je kunt enkel weten dat je het Zelf bent. Het is het subject, de zoeker, het is degene die het onderzoek verricht.

Vichara
    
Dit betekent onderzoek, verkenning, beschouwing, onderscheidingsvermogen, reflectie. Het systematische, volgehouden en op één punt gerichte onderzoek naar de aard van de werkelijkheid. Vichara is geen vrijblijvend denken of intellectuele analyse. Het is een direct, existentieel onderzoek waarbij de geest naar binnen keert. Vichara is de methode. Het is het mes dat door onwetendheid heen snijdt. Het is het vuur dat de kiem van het ego (de ik-gedachte) verbrandt.

Atma Vichara 
  
Dit betekent zelfonderzoek. Het directe, levende onderzoek 'Wie ben ik?', dat de bron van de ik-gedachte terugvoert naar zijn oorsprong: het Zelf. De directe weg naar Zelfrealisatie. Geen rituelen. Geen tussenstappen. Geen externe hulpmiddelen. Slechts volhardend onderzoek naar de aard van de onderzoeker.

Atma Vichara is niet het onderzoek naar het Zelf, het is onderzoek in het Zelf. Het Zelf is geen object, zoals een boom, een tafel of een gedachte. Men moet erin doordringen. Men moet de geest naar binnen richten. De vraag is niet: ‘Wat is het Zelf?’ De vraag is: ‘Wie ben ik eigenlijk in wezen?’ Het antwoord is geen definitie, geen intellectuele bepaling, geen verstandelijke verwijzing. Het antwoord is directe herkenning. Atma Vichara opent de deur naar het Zelf. Lees er niet alleen over. Doe het. Stel de vraag: ‘Wie ben ik?’ Niet één keer, maar regelmatig. Totdat de vraag oplost. Totdat het antwoord niet uit woorden bestaat. Totdat jij het antwoord bent.

Atma Vichara wordt vaak verward met intellectuele zelfanalyse ('Wat zijn mijn sterke en zwakke punten?') of psychologische introspectie ('Waarom voel ik me boos?'). Het is geen van beide. Het is het directe, niet-conceptuele onderzoek naar de aard van het ‘ik’ wat in alle menselijke ervaringen verschijnt.

4. De methode

De methode is eenvoudig maar subtiel. Het is geen mechanische herhaling van de vraag. Het is een levend onderzoek. Hieronder volgt eerst een meditatie om de gedachtestroom te leren observeren als neutrale getuige. Daarna de Atma Vichara methode zoals onderwezen door Ramana Maharshi en de traditionele Advaita Vedanta.

Observatie van de gedachten (en van gevoelens, sensaties, ego,...)

1. Ga ergens rustig zitten. Richt de aandacht naar binnen. Zoek niet naar een object. Probeer geen licht of visioen te zien of een bijzondere ervaring te hebben. Het Zelf is geen object, het is wat je bent, niet wat er allemaal gebeurt. Sluit de ogen. Laat het lichaam stil zijn en de ademhaling natuurlijk verlopen. Laat de zintuigen zich terugtrekken. Observeer je geest. Merk op hoe er, na enkele tijd, een gedachte of een beeld verschijnt. Bepaal de afstand: hoe ver weg van 'jou' voelt die gedachte aan? Vind de ruimte waarin het zich afspeelt. Merk op dat de gedachte verschijnt in een stille, open ruimte van Gewaarzijn. Alsof je de stille Aanwezigheid of ruimte bent waarin een beweging, een 'verstoring' plaatsvindt die je dan labelt als een gedachte.

2. Lokaliseer je lichaam. Voel je handen: richt je aandacht op de fysieke sensatie of tinteling in je handen. Bepaal de grens: vindt dat gevoel plaats buiten je Gewaarzijn of binnen je Gewaarzijn? Word je bewust van de ruimte: merk op dat het gevoel van je lichaam slechts een ander object is dat verschijnt in diezelfde ruimte, in die stille Aanwezigheid.

3. Verplaats je aandacht naar die ruimte. Laat de labels los: stop met zoeken naar iets en rust simpelweg als die ruimte, als de kennende Aanwezigeheid die naar deze woorden luistert. Zie de waarheid: de 'persoon' (ego) die je dacht te zijn, is slechts een verzameling van gedachten, emoties en sensaties (lichaamservaringen). Herken het ware Zelf: je zit niet gevangen in het lichaam. Het is omgekeerd: lichaam en geest verschijnen in Jou – het weidse, open Gewaarzijn. Haal diep adem en blijf nog even in die stille achtergrond die altijd aanwezig is.


4. Merk op dat je niet werkelijk zelf aan het denken bent. Het denken gebeurt gewoon, gedachten verschijnen vanzelf, zonder dat 'jij' iets hoeft te doen. Sterker nog: 'denken' vindt eigenlijk helemaal niet plaats. Het is simpelweg de geest die gedachten voortbrengt en/of opvangt uit de ether. Gedachten genereren is nu eenmaal de functie van de geest, net zoals het hart bloed rondpompt, de longen lucht opnemen, de nieren het lichaamsvocht zuiveren, enzovoort. Het denken stopt niet, net zomin als het hart stopt tijdens het leven.

5. Het enige wat je hoeft te doen, is gedachten observeren en gewoon voorbij laten gaan. Het opkomen van gedachten is op zich geen probleem. Het probleem is de identificatie ermee: namelijk de opkomende gedachten aandacht geven of denken dat 'jij' ze denkt. Het is verraderlijk, omdat de meeste gedachten – zo niet allemaal – over jou gaan! En de 'jij' waarnaar de gedachten verwijzen, bestaat niet. Maar het voelt alsof die wél bestaat. De 'jij' in je gedachten is zelf ook een gedachte. Het is een vals, gefingeerd zelf, gebaseerd op herinneringen, programmering, conditionering en verhalen over jou. Het feit dat je als getuige kunt observeren dat er gedachten opkomen en ook weer verdwijnen, toont al aan dat je niet je gedachten kunt zijn. Want ook als er geen gedachten zijn, ben je er nog steeds als Aanwezigheid. 

6. Je bent ook niet de stem in je hoofd. Je bent het Bewustzijn dat die stem hoort. Bewustzijn of Gewaarzijn is je ware Zelf. Je bent de onzichtbare Aanwezigheid die getuige is van de gedachten en gevoelens. (Gevoelens worden door gedachten opgewekt.) Bewust ademen en gewaarzijn van het innerlijke lichaam helpen de geest tot rust te brengen. Wanneer er een gedachte opkomt, merk deze dan op, laat hem los en keer terug naar de ademhaling, volg de ademstroom in en uit gaan. Richt je op het huidige moment. Richt je op wat er nu werkelijk gebeurt. Kijk, luister en neem waar, zonder er labels op te plakken. Dit vergt oefening. Observeer gedachten en gevoelens, zonder erover te oordelen of ze te willen onderdrukken. Neem ze simpelweg waar. Luister naar de Stilte.


De techniek van Ramana Maharshi (Zelfonderzoek)

1. Observeer hoe een gedachte, een gevoel, een beeld, een idee, een emotie, een sensatie... opkomt.

2. Stel jezelf de vraag: 'Aan wie verschijnt deze gedachte, dit gevoel, deze emotie,...?'

3. Het antwoord zal zijn: 'Het verschijnt aan mijzelf.'

4. Stel een nieuwe vraag: 'Wie of wat is dit zelf? Wie is deze 'ik'? Wie ben ik?' 
Er volgt dan een korte stilte waarin de geest op zoek gaat naar dit (illusoire) ik. Die stilte is al een eerste glimp van wat jij werkelijk bent (puur Bewustzijn of Gewaarzijn). Geef geen antwoord in woorden. Zeg niet: 'Ik ben Piet of Mies, ik ben het Zelf, ik ben Brahman'. Dat zijn concepten. Het Zelf is geen concept. Stel de vraag oprecht, alsof je leven ervan afhangt. Laat de vraag resoneren. Wanneer de geest een antwoord geeft ('Ik ben Jan, ik ben het lichaam, ik ben de denker,...), verwerp dit dan. Vraag opnieuw: 'Wie is degene die zegt 'Ik ben Jan'? Wie is degene die denkt? Wie is degene die voelt?' Verlies jezelf niet in verhalen over jezelf. Analyseer je persoonlijkheid niet. Dat is psychologie, geen Zelfonderzoek. Herleid het antwoord. Degene die zegt 'Ik ben Jan' – wie is dat? Wie is de 'ik' die denkt dat hij Jan is?

5. De vraag 'Wie ben ik?' is dus een retorische vraag, ga niet op zoek naar een verstandelijk antwoord (zoals je naam, functie of een filosofisch concept). Er is geen juist antwoord. Richt je aandacht simpelweg terug naar het gevoel van 'ik-zijn' de stille waarnemende Aanwezigheid vóór het ontstaan van de gedachte. Elke gedachte leunt op de  ik-gedachte. Door je aandacht telkens terug te brengen naar de bron van dit 'ik', lost de stroom van gedachten geleidelijk op in zuiver Bewustzijn. Als je verstand met een antwoord komt (zoals 'Ik ben de waarnemer'), realiseer je dan dat dit ook wéér een gedachte is. Vraag opnieuw: 'Aan wie komt déze nieuwe gedachte op?' Laat de vraag stilvallen. 

De vraag 'Wie ben ik?' is een hulpmiddel om de focus te verleggen van het object (de gedachte) naar het subject (Bewustzijn). Richt je op het gevoel van 'ik' – niet de gedachte 'ik', maar het diepe gevoel van bestaan, het besef van aanwezig zijn, hier en nu. Richt je niet op het lichaam, noch op de ademhaling of op een object. Het gevoel van 'ik' is geen object. Houd vast aan het ik-gevoel. Laat het niet los. Analyseer het niet. Voel het simpelweg.

Herleid het ik-gevoel tot de bron. Waar komt het vandaan? Waar gaat het heen als je slaapt? Stel je geen locatie voor. Probeer geen 'plaats' te vinden. De Bron is geen plaats, het is overal / nergens. Volg het ik-gevoel zoals een detective een rivier naar de bron volgt. Het ik-gevoel zal beginnen op te lossen. 

6. Wanneer het ik-gevoel oplost, rust dan. Doe niets. Denk niets. Rust eenvoudigweg in de Stilte. Probeer niet vast te houden aan het oplossen. Probeer niet te bewerkstelligen dat het opnieuw gebeurt. Rust op natuurlijke wijze. Rust als het Zelf.

7. Beoefen de techniek regelmatig, op een dag zal de sluier wegvallen en jouw essentie helder worden. Zodra je de techniek doorhebt, kun je deze ook toepassen tijdens dagelijkse bezigheden of wanneer je stress of afleiding voelt.

De geest is als een rivier. De ik-gedachte is de bron van alle andere gedachten. Herleid de ik-gedachte tot haar oorsprong. Volg de rivier naar haar bron. Wanneer je de bron bereikt, verdwijnt de rivier. Er is alleen de bron. De bron is het Zelf. De rivier is de geest. Verwacht geen dramatische ervaring. Het Zelf is geen ervaring. Ervaringen komen en gaan. Het Zelf is gewoon. Wanneer de ik-gedachte oplost, blijft er niemand over om een ​​ervaring te hebben. Er is alleen het Zelf. Dat is niet niets. Dat is alles. Dat is wat jij bent. 

Volharding is de sleutel. De ik-gedachte is zeer sterk. Ze is al vele levens bij je. Ze zal niet gemakkelijk oplossen. Je moet steeds opnieuw oefenen. Telkens wanneer de ik-gedachte opkomt, moet je haar herleiden tot haar oorsprong. Uiteindelijk zal ze haar kracht verliezen en definitief oplossen. Dat is bevrijding.

5. De ik-gedachte als de wortel van alle gebondenheid


Atma Vichara wijst de ik-gedachte (Aham Vritti) aan als de wortel van alle gebondenheid. De ik-gedachte is de eerste gedachte. Alle andere gedachten ontstaan ​​pas na de ik-gedachte. Als de ik-gedachte niet aanwezig is, kunnen er geen andere gedachten ontstaan. Daarom noemt men Zelfonderzoek (het opsporen en oplossen van de ik-gedachte) ook wel het directe pad.

De ik-gedachte is het besef van individueel bestaan, een ander woord is het ego. Het is de eerste gedachte en de wortel van alle andere gedachten (Idam Vritti), zoals gedachten over objecten, mensen, gebeurtenissen, concepten. Gedachten zoals 'Dit is goed. Dat is slecht. Ik wil dit. Ik vrees dat.' zijn afhankelijk van de ik-gedachte. Het zijn modificaties van de ik-gedachte. 'Ik wil dit' – het ik is primair, het willen is secundair. Het Zelf (Atman) is geen gedachte, het is zuiver Bewustzijn (Gewaarzijn). De ik-gedachte komt voort uit het Zelf en lost weer op in het Zelf. Het Zelf is niet de gedachte. Het Zelf is de bron.

De ik-gedachte ontspringt ergens aan de rechterkant van de borst, op een plek die het hartcentrum wordt genoemd. Dit ik-gevoel is de bron van de persoonlijkheid (ego) en heeft de neiging zich te identificeren met en te hechten aan de vele uiteenlopende ervaringen die een mens beleeft tijdens het leven. Het is precies deze identificatie die (de illusie) van het ego versterkt en opbouwt. Het terugvoeren van de ik-gedachte naar haar bron is een manier om het Zelf te onthullen. Dit Zelf kan niet worden gezien of waargenomen, noch bereikt of begrepen, omdat het de waarnemer, de ziener en de kenner zelf is. Met andere woorden: het Zelf openbaart zich slechts aan zichzelf. Het Zelf is zowel het subject, het object als het middel van de ervaring. De kenner, het gekende en het kennen zijn in wezen één.

Het ik-gevoel of de ik-gedachte is niet het eeuwige, hoogste Zelf. Maar het is wel de meest directe brug tussen Jivatman (individuele bewustzijn) en Atman. Wanneer men het ik-gevoel ontdoet van alle gedachten, emoties, gewaarwordingen en waarnemingen waarmee het zich gewoonlijk identificeert, keert het terug naar zijn bron: het spirituele hart. Het ik-gevoel is in feite een onwerkelijke entiteit. Het bestaan ​​ervan wordt in stand gehouden door voortdurende identificatie met gedachten, gewaarwordingen, waarnemingen, enzovoort. Elke ervaring waarmee het ik-gevoel zich identificeert, versterkt het. Wanneer de verbinding tussen het ik-gevoel en de gedachten waarmee het zich identificeert wordt verbroken, zal het ik-gevoel afnemen en uiteindelijk verdwijnen. Dit kan door los te komen van gedachten, gewaarwordingen, emoties,... en bewust te blijven van het ik-gevoel terwijl alle andere gedachten worden uitgesloten, waardoor het ik-gevoel zich in het hartcentrum zal gaan vestigen.

Ramana Maharshi: ‘De ik-gedachte is de wortel van alle gedachten. Andere gedachten ontstaan ​​pas na de ik-gedachte. Als je de ik-gedachte tot aan de bron volgt en haar oplost, lossen alle andere gedachten automatisch op. Je hoeft niet tegen elke gedachte afzonderlijk te strijden. Je hoeft alleen de wortel door te snijden.’ Dit is de genialiteit van Atma Vichara. Het gaat er niet om dat je strijdt tegen elk verlangen, elke angst of elke gehechtheid. Het gaat om het doorsnijden van de wortel. De wortel is de ik-gedachte. De boom van Samsara heeft vele takken: verlangen, woede, angst, hebzucht, waan, lust, hoogmoed, jaloezie, eenzaamheid,... Maar al deze takken groeien vanuit de wortel. Snijd de wortel door. De boom sterft. Verspil geen tijd aan het afhakken van takken. Volg de ik-gedachte. Los haar op. Wees vrij.

Daarom wordt Atma Vichara beschouwd als het directe pad. Andere paden richten zich op de takken: het beheersen van verlangens, het cultiveren van deugden, het zuiveren van de geest. Deze zijn nuttig. Ze bereiden de bodem voor. Maar ze snijden de wortel niet door. Atma Vichara snijdt de wortel door. Het neemt onwetendheid bij de bron weg.

6. Veelgemaakte fouten
 


Omdat Atma Vichara subtiel is, maken beginners vaak fouten. Dit zijn de meest voorkomende fouten en hoe men ze kan corrigeren.

Mechanische herhaling    
De vraag 'Wie ben ik? Wie ben ik?' blijven herhalen als een mantra, zonder aandacht of onderzoek. De geest kan de vraag herhalen, maar blijft ondertussen afdwalen naar andere gedachten. Het stellen van de vraag wordt een mechanische gewoonte, geen levend onderzoek. Stel de vraag oprecht, met aandacht. Voel de vraag. Laat hem resoneren. Herhaal niet slechts woorden op automatische piloot.

Intellectueel antwoorden    
De vraag beantwoorden met 'Ik ben het Zelf' of 'Ik ben Brahman', en dan stoppen met het onderzoek. Zo'n antwoord is een concept, maar het Zelf is geen concept. Intellectuele antwoorden 'ontmaskeren' het ego niet; ze kunnen het zelfs versterken (spiritueel ego). Opmerking: Atma Vichara is niet bedoeld om het ego te vernietigen (het ego vervult een noodzakelijke functie), het gaat om het doorzien van de ware aard van het ego als een tijdelijke verschijning in het Zelf. Antwoord niet met woorden. Blijf bij de vraag, blijf bij de stilte die na de vraag komt. Laat de vraag de vrager oplossen.

Wachten op een visioen of op een mystieke ervaring    
Sommigen verwachten een licht te zien, een geluid te horen, gelukzaligheid te voelen of een bijzondere ervaring te hebben. Maar het Zelf is geen ervaring, het is wat je bent, niet wat je ervaart. Ervaringen komen en gaan. Het Zelf is. Het is het bestaan / bewustzijn zelf. Verwachting creëert een zoekende geest, wat realisatie blokkeert. Verwacht niets. Onderzoek gewoon. Rust in de Stilte. Het Zelf is al aanwezig. Je hoeft het niet te ervaren. Je bent het al. Je hoeft het enkel nog te realiseren, dus echt weten dat dit zo is. 

Proberen om de geest te onderdrukken    
Sommigen proberen om de gedachten geforceerd te stoppen. Ze vechten tegen de geest, en creëren spanning. Maar onderdrukking creëert extra druk. De geest zal in opstand komen. Bij Atma Vichara gaat het niet om het stoppen van gedachten. Het gaat om het traceren van de bron van de ik-gedachte. Vecht niet tegen gedachten. Wanneer er gedachten opkomen, vraag dan: 'Bij wie komen deze gedachten op? Aan wie verschijnen deze gedachten (of gevoelens of sensaties)?' Het antwoord is: 'Aan mij.' Vraag dan: 'Wie ben ik, wie is die mij?' Traceer de ik-gedachte, rust in de Stilte die volgt op die vraag.

Zoeken naar het 'ik' als object    
Sommigen proberen het 'ik' te zien als iets wat zich in het lichaam of in het hoofd bevindt. Het ik is geen object. Het kan niet worden gezien, noch gevonden. Het is het subject. Ernaar zoeken als naar een object is als proberen je eigen ogen te zien zonder spiegel. Zoek niet naar een ik als object. Voel het als een aanwezigheid, een gevoel van zijn. Traceer dat gevoel terug. 

Te vroeg opgeven    
Sommigen proberen de methode enkele minuten, voelen niets en concluderen dan dat de techniek niet werkt. De gewoonte van de ik-gedachte zit diep verankerd. Ze is gedurende vele levens versterkt. Een paar minuten Zelfonderzoek zijn niet voldoende. Wees volhardend. Oefen dagelijks. Na verloop van tijd zal de ik-gedachte verzwakken. Geef niet op. De meest gemaakte fout is te vroeg opgeven. Atma Vichara is eenvoudig, maar niet gemakkelijk. Het ego is sterk. Het zal weerstand bieden. Het zal zorgen voor verveling, slaperigheid, twijfel en afleiding. Herken dit als strategieën van het ego. Blijf onderzoeken.

Ramana Maharshi: ‘De geest is als een kalf. Het kalf blijft ronddwalen. Je bindt het vast aan een paal. Het trekt. Het verzet zich. Maar de paal is sterk. Na vele pogingen geeft het kalf het op. Het blijft bij de paal. Zo is de geest ook. De ik-gedachte is het kalf. De vraag ‘Wie ben ik?’ is de paal. Bind de geest steeds opnieuw aan de paal vast. Laat je niet ontmoedigen. Uiteindelijk zal de geest opgeven. Hij zal in het Zelf blijven. Dat is bevrijding.’ 

Verwacht geen onmiddellijk resultaat. Wees geduldig. Wees volhardend. De geest is vele levens lang vrij geweest. Hij laat zich niet in één dag temmen. Maar hij zal getemd worden. Blijf oefenen. Blijf vragen: ‘Wie ben ik?’ Blijf de ik-gedachte volgen. 


7. De rol van de vraag 'Wie ben ik?' 

Bij Atma Vichara is de vraag 'Wie ben ik?' geen mantra die mechanisch herhaald moet worden. Het is een levend onderzoeksinstrument. Wat is het verschil tussen een mantra herhalen en Zelfonderzoek?

° Het doel van een mantra is de geest zuiveren, de concentratie richten, het aanroepen van een godheid of van een bepaalde eigenschap.
° Het doel van Atma Vichara is de bron van de ik-gedachte opsporen en het onwerkelijke ego leren doorzien en laten 'oplossen'.

° De methode bij mantra is de langdurige herhaling van een (heilig) geluid of tekst. 
° De methode bij Zelfonderzoek is niet om de vraag te herhalen, maar de vraag voelen en de ik-gedachte volgen.

° De aandacht bij mantra is gericht op het geluid, de trilling, de betekenis van de mantra.  
° De aandacht bij Zelfonderzoek is gericht op het gevoel van ik, het simpele besef van bestaan, de bron van de ik-gedachte.

° Het resultaat van mantra is zuivering, concentratie, vrede, Samadhi.    
° Het resultaat van Zelfonderzoek is het oplossen van de ik-gedachte en Zelfrealisatie.

° De relatie tot het ik is dat de mantra kan worden herhaald door het ik (het ego).
° De relatie bij Atma Vichara is dat de vraag gericht is op het ik. Ze keert het ik naar binnen, naar zichzelf toe.

Er werd Ramana Maharshi ooit gevraagd: ‘Is het herhalen van “Wie ben ik?” hetzelfde als een mantra?’ Zijn antwoord: ‘Nee. Een mantra is herhaling. Atma Vichara is onderzoek. Wanneer je een mantra herhaalt, blijft de geest gericht op iets dat buiten jezelf ligt – de klank, de betekenis, de godheid. Atma Vichara keert de geest naar binnen, naar de bron van de ik-gedachte. De mantra is een vinger die naar de maan wijst. Atma Vichara is de vinger die naar de vinger wijst. Dan wijst de vinger naar zichzelf. Vervolgens verdwijnt de vinger. Alleen het Zelf blijft over.’ 

Als je merkt dat je 'Wie ben ik?' automatisch herhaalt, zonder er werkelijk bij stil te staan, ben je in de mantra-modus beland. Stop. Verfris het onderzoek. Stel de vraag alsof je haar nog nooit eerder hebt gesteld. Laat haar fris zijn. Laat haar levend zijn.


8. Zelfrealisatie

Zelfrealisatie is het directe, blijvende besef dat je het Zelf (Atman) bent, en niet het lichaam, de geest of het ego. Dit is geen nieuwe ervaring. Het is het einde van de behoefte aan ervaringen. Het is het einde van de zoeker en van de zoektocht.

Eerst is er onwetendheid (Avidya). De zoeker identificeert zich met het lichaam/geest/ego complex. Hij lijdt. Hij zoekt. En hij gelooft: 'Ik ben het lichaam. Ik zal sterven. Ik ben afgescheiden'. Dan begint het Zelfonderzoek. De zoeker vraagt ​​herhaaldelijk 'Wie ben ik?' en volgt de ik-gedachte terug naar de bron. De ik-gedachte begint te verzwakken. Er zijn glimpen van het Zelf. De zoeker ervaart vrede, helderheid en een gevoel van 'ik ben' of van 'compleet zijn' zonder eigenschappen. Na verloop van tijd en na consequente oefening lost de ik-gedachte op natuurlijke wijze op. De zoeker hoeft de vraag niet meer te stellen. De geest rust in het Zelf. Er is geen zoeker meer los van het onderzoek. De zoeker beseft: 'Ik was nooit het lichaam. Ik was nooit de geest. Ik was nooit de gedachten. Ik was nooit het ego. Ik ben het Zelf. Ik ben Brahman.' En dit is geen gedachte of geloof. Het is een directe, levende werkelijkheid, een onwankelbaar weten. De golf weet dat hij de oceaan is.

Ramana Maharshi: ‘Wanneer de ik-gedachte tot haar bron wordt teruggevoerd, lost ze op, zoals zout oplost in water. Wat overblijft is het Zelf, als de oceaan van zout water. Het zoutkorreltje dacht dat het afzonderlijk was. Maar het loste op en werd de oceaan. Jij bent niet het korreltje, je bent de oceaan. Het korreltje is de ik-gedachte.’ 

De vrucht van Atma Vichara is geen nieuwe staat. Het is geen zalige ervaring. Het is het einde van degene die ervaringen zoekt. Het is het einde van degene die lijdt. Het is het einde van degene die de dood vreest. Het is het directe besef: ‘Ik ben het Zelf. Ik ben nooit geboren. Ik zal nooit sterven. Ik ben vrij.’ Dat is geen geloof. Het is directe kennis. Het is wat je bent. 

Na Zelfrealisatie blijft het lichaam bestaan. De geest blijft bestaan. Het ego kan blijven voortbestaan ​​als een noodzakelijke psychologische functie. Maar de identificatie en onwetendheid zijn verdwenen. Het verlichte wezen (Jivanmukta) weet: 'Ik ben niet het lichaam. Ik ben niet de geest. Ik ben niet het ego. Ik ben het Zelf.' Het lichaam kan pijn voelen. De geest kan nog steeds gedachten hebben. Het ego kan blijven functioneren. Maar het verlichte wezen laat zich niet meer misleiden, de identificatie is gestopt. De golf weet dat hij de oceaan is.


9. Veelgestelde vragen

1. Is Atma Vichara hetzelfde als het onderzoek 'Wie ben ik?' in de Brihadaranyaka Upanishad?

De Brihadaranyaka Upanishad (2.4.5) stelt: 'Het Zelf dient gehoord, overpeinsd en op gemediteerd te worden.' De tekst gebruikt niet expliciet de vraag 'Wie ben ik?'. De vraag ligt echter wel besloten in het proces van reflectie (Manana). De specifieke beoefening van het stellen van de vraag 'Wie ben ik?' is door Ramana Maharshi gesystematiseerd, voortbouwend op de leer van de Upanishads.

2. Kan ik Atma Vichara beoefenen zonder leraar?

Ja. Er is geen leraar nodig, omdat het Zelf de leraar is. Veel zoekers vinden een leraar echter nuttig voor begeleiding en aanmoediging. Bij gebrek aan een levende leraar kunnen authentieke boeken (van bv Ramana Maharshi of Nisargadatta Maharaj) of de video's van Swami Sarvapriyananda als leraar dienen. Waar het om gaat, is oprechte beoefening.

3. Kan Atma Vichara worden beoefend naast andere spirituele praktijken?

Ja. Ramana Maharshi zei dat andere praktijken de geest zuiveren en geschikt maken voor Zelfonderzoek. Hij wees ze niet af. Hij benadrukte echter wel dat alle andere praktijken indirect zijn. Atma Vichara is direct. Als je je aangetrokken voelt tot Zelfonderzoek, beoefen het dan. Als je het moeilijk vindt, kunnen andere praktijken de geest voorbereiden.

4. Is Atma Vichara geschikt voor iedereen?

Atma Vichara is geschikt voor 'ervaren' zoekers. Voor beginners kan het moeilijk zijn, omdat de geest er nog niet klaar voor is. Beginners kunnen de geest voorbereiden door eerst aanvullende praktijken te beoefenen zoals toewijding (Bhakti Yoga), dienstbaarheid (Karma Yoga), lichaamshoudingen (Hatha Yoga), meditatie (Dhyana) of adembeheersing (Pranayama). Maar iedereen kan Zelfonderzoek uitproberen. Als het resoneert, beoefen het dan. Zo niet, bereid de geest dan voor.

5. Hoe lang duurt het om Zelfrealisatie te bereiken via Atma Vichara?

Daar bestaat geen eenduidig antwoord op. Voor sommigen leidt intens onderzoek binnen maanden of jaren tot realisatie. Voor anderen vergt het vele levens. De snelheid hangt af van de intensiteit van het verlangen naar bevrijding (Mumukshutva) en de rijpheid van de geest. Richt je niet op tijd. Richt je op de beoefening.

6. Wat is het verschil tussen Atma Vichara en het pad van Shravana / Manana / Nididhyasana?

Atma Vichara is een vorm van Nididhyasana (diepe meditatie). Shravana (luisteren naar het onderricht) en Manana (reflectie en vragen beantwoorden over het onderricht) zijn noodzakelijke voorbereidingen. Zonder Shravana weet je niet waarop je je onderzoek moet richten. Zonder Manana blijven er twijfels bestaan. Atma Vichara is de beoefening van Nididhyasana zelf: het verblijven in de vraag 'Wie ben ik?' totdat het antwoord leidt tot directe realisatie.

7. Kan Atma Vichara leiden tot mentale instabiliteit?

Bij onjuiste beoefening (bv de geest dwingen, gedachten onderdrukken, spanning creëren) kan elke beoefening verstoring veroorzaken. Maar bij juiste beoefening leidt Atma Vichara tot vrede. Als je instabiliteit voelt, doe het dan rustiger aan. Zoek begeleiding bij een leraar of in authentieke boeken. Forceer niets. Ontspan. Onderzoek op zachte wijze.

10. Advaita Vedanta en Neo-Advaita

 
Binnen de non-duale scholen (tradities die de eenheid van Al Wat Is aanvaarden), zijn er verschillende stromingen. Er is bv. de klassieke Advaita Vedanta, een eeuwenoude Indiase filosofie die werkt via een langzame, gestructureerde studie en spirituele discipline (Sadhana). Maar er is ook de Neo-Advaita, een moderne westerse beweging (bekend van de Satsang samenkomsten) die veel radicaler is (en niet voor iedereen geschikt).  

De traditionele Advaita Vedanta erkent twee niveaus van werkelijkheid. Als eerste de relatieve wereld (Vyavaharika of het objectieve niveau van de werkelijkheid) waarin wij leven tijdens de waaktoestand. En als tweede de absolute werkelijkheid (Paramarthikade ultieme realiteit). Men gebruikt een geleidelijk pad naar Zelfrealisatie, gebaseerd op klassieke geschriften die hun waarde en waarheid al eeuwenlang hebben bewezen (Upanishads, Bhagavad Gita, Brahma Sutra's) en onder begeleiding van een gekwalificeerde leraar. Men benadrukt de noodzaak van voorbereidende disciplines (Sadhana, zoals Karma yoga en mentale zuivering) om het ego te leren doorzien voor wat het écht is (een tijdelijke illusie die verschijnt in het Zelf). De beste (nog levende) leraar van traditionele Advaita Vedanta is Swami Sarvapriyananda. Het wordt STERK aangeraden, voor wie zich aangesproken voelt door non-dualiteit, om dit klassieke en complete Advaita Vedanta pad te volgen. Er komt later nog een serie artikelen op deze blog waarin dit pad uitgebreid beschreven zal worden.
 
Neo-Advaita daarentegen, is een moderne, commerciële en heel eenzijdige uitvoering van de klassieke Advaita, en richt zich uitsluitend op de allerhoogste absolute waarheid: 'Er is geen ik, er is niemand hier, alles is al heel en compleet, er gebeurt in feite niets, er is geen zoeker en er valt ook niets te bereiken of te doen'. Voor sommige beginnende zoekers kan dit erg nihilistisch, fatalistisch en deprimerend klinken (omdat het een onvolledige en beperkte visie is). Sommige Neo-advaita leraren en guru's verwerpen of ontkennen het relatieve niveau van de werkelijkheid en wijzen formele spirituele praktijken af als onnodig. Sommigen stellen dat elke spirituele praktijk (Sadhana) de illusie van het ego juist in stand houdt. Bekende Neo-Advaita leraren zijn Rupert Spira, Eckhart Tolle, Tony Parsons, Jim Newman, Mooji, Papaji, en vele andere. Voor veel van die leraren is Advaita een soort business model geworden (een live Satsang volgen bij Rupert Spira kost vele duizenden euro's). Er is uiteindelijk niks mis met spiritueel materialisme, maar weet wel dat er geen shortcuts bestaan naar 'verlichting'.

Het is ook duidelijk dat Neo-Advaita kan leiden tot spiritual bypassing (het ontwijken van psychologische en emotionele groei onder het mom van 'verlichting'). Omdat Neo-Advaita de geest niet traint of loutert, kan het ego het inzicht 'ik ben God of het Al of Brahman' verkeerd begrijpen, waardoor het (spirituele) ego juist sterker wordt in plaats van transcendeert. Klassieke Advaita Vedanta biedt handvatten om in de wereld te functioneren; terwijl Neo-Advaita de wereld simpelweg verklaart tot een illusie waar men zich niks hoeft van aan te trekken. De noodzaak om de eigen schaduwkanten te helen of om onrecht in de wereld aan te pakken, wordt vaak als onnodig en nutteloos beschouwd (wat incorrect is) onder het mom dat 'het toch allemaal slechts Maya is en dus niet echt'. Een andere valkuil is het 'oplossen' van het ego. Want hoewel sociale conditionering (het zogenaamde 'clown-ego') moet worden doorzien voor wat het is (een tijdelijke en zwaar geprogrammeerde verschijning), toch kan het wegnemen van het functionele ego een individu stuurloos en passief achterlaten, en kwetsbaar maken voor externe manipulatie. Het ego is wel degelijk nodig om te navigeren in de Aardse matrix, maar het mag niet de baas spelen.

Advaita Vedanta leert niet dat de wereld niet bestaat. Het maakt wel onderscheid tussen de niveaus van werkelijkheid. Vanuit het empirische niveau (Vyavaharika) dient men de wereld, het lichaam, relaties, lijden, ethiek, gevolgen, voedsel, maandelijkse rekeningen, een naderende trein,... serieus nemen. Als er een trein aankomt, ga dan opzij. Mededogen doet ertoe. Menselijk lijden en genocide kunnen niet op verantwoorde wijze worden genegeerd of weggezet met de opmerking dat er 'in feite nooit iets is gebeurd'.

Vanuit het absolute niveau (Paramarthika) bezit geen van deze verschijnselen echter een onafhankelijke, op zichzelf staande werkelijkheid die losstaat van Brahman (Al-Wat-Is). Een traditionele vergelijking is die van de golf: de golf bestaat wel degelijk als verschijningsvorm en een golf kan een mens zelfs omverwerpen, maar de golf heeft geen bestaan ​​los van het water. Spirituele ontwijking (spiritual bypassing) begint wanneer iemand de Neo-Advaita uitspraken intellectueel overneemt ('er is geen persoon, alles is een droom, alleen Bewustzijn bestaat, er valt niets te doen, alles is perfect'), en deze gebruikt om verdriet, onrecht, verantwoordelijkheid, trauma, relationele verplichtingen of mededogen uit de weg te gaan. Dat is geen Zelfrealisatie; meer een verkeerde interpretatie vanuit het spirituele ego.

En hier schuilt een prachtige paradox in, en paradoxen zijn de manier waarop we hoger bewustzijn werkelijk kunnen begrijpen. Niets is gescheiden van Brahman, en daarom hoeft niets van wat zich aan ons voordoet, ontkend te worden. De wereld hoeft niet te verdwijnen om non-dualiteit waar te laten zijn. Wat verdwijnt, is de misvatting dat de wereld en het Zelf twee onafhankelijk bestaande werkelijkheden vormen. In plaats van te beweren: 'Er is geen wereld.', is het juister om te zeggen: 'Er is een wereld, maar die is niet wat we doorgaans denken dat hij is'. De fundamentele vergissing ligt in de verwarring tussen de uitspraak 'niet werkelijk bestaan' en het inzicht ‘niet gescheiden’. Dat zijn twee verschillende beweringen.

Een uitspraak zoals 'De wereld is een illusie' kan nuttig zijn als het betekent dat de ervaren wereld tot stand komt via (gebrekkige) waarneming, geheugen, taal en interpretatie. 'Het ego bestaat niet' kan nuttig zijn als het betekent dat het persoonlijke ik niet de vaste, onafhankelijke entiteit is die het lijkt te zijn. Maar zodra men beweert dat lichamen, gevolgen, lijden, verantwoordelijkheden en de fysieke wereld op de een of andere manier onwerkelijk zijn, is de leer vervallen tot zijn eigen abstractie. Een trein blijft gevaarlijk, ongeacht of het ego uiteindelijk al dan niet een constructie is. Honger vereist nog steeds voedsel. Trauma doet nog steeds pijn. Oorlog veroorzaakt nog steeds doden, angst en verdriet. Een metafysisch vocabulaire heft de causaliteit niet op. De volwassen vorm van non-dualiteit (Advaita Vedanta) is bijna het tegenovergestelde van 'bypassing' (het ontlopen van de realiteit). Als de grens tussen ‘ik’ en ‘wereld’ minder absoluut wordt, zou de verantwoordelijkheid juist dieper moeten worden, niet zwakker. Het lijden van anderen wordt moeilijker om terzijde te schuiven, niet makkelijker.


11. Samenvatting

Atma Vichara betekent 'Zelfonderzoek' – het directe, systematische onderzoek naar de aard van het eigen ware Zelf (Atman). Het is afgeleid van Atman (Zelf) en Vichara (onderzoek) en vormt de kernbeoefening binnen de Advaita Vedanta om onwetendheid (Avidya) op te heffen en Zelfrealisatie te bereiken. De methode is eenvoudig maar diepgaand: stel de vraag 'Wie ben ik?' en herleid de bron van de ik-gedachte tot haar oorsprong. Geef geen antwoord in woorden of concepten. De vraag is geen mantra die mechanisch herhaald moet worden. Het is een levend onderzoeksinstrument. Wanneer je oprecht vraagt ​​'Wie ben ik?', geeft de geest aanvankelijk antwoorden zoals: 'Ik ben het lichaam. Ik ben de geest. Ik ben het ego.' Verwerp elk antwoord. Vraag opnieuw: 'Wie is degene die zegt 'ik ben het lichaam'?' Blijf in de opmerkzame stilte die volgt na de vraag. Volg de ik-gedachte terug naar de bron. De ik-gedachte komt voort uit het Zelf en lost weer op in het Zelf. Wanneer de ik-gedachte tot aan de bron wordt gevolgd, lost ze op als zout in water. Wat overblijft is zuiver bewustzijn – het Zelf. 

Ramana Maharshi is de moderne bron van deze leer, al liggen de wortels in de Upanishads (met name de Brihadaranyaka en Mandukya). De ik-gedachte is de wortel van alle gebondenheid. Alle andere gedachten ontstaan ​​pas na de ik-gedachte. Door de wortel door te snijden, lossen daarom ook alle takken op. Veelgemaakte fouten zijn onder meer mechanische herhaling, intellectuele antwoorden, het verwachten van visioenen en te vroeg opgeven. Atma Vichara vereist volharding, geduld en oprechtheid. De vrucht ervan is Zelfrealisatie – het directe, blijvende besef dat jij het Zelf bent, en niet het lichaam, de geest of het ego. De golf beseft dat ze de oceaan is. Het zout lost op in het water. De ik-gedachte verdwijnt. Alleen het Zelf blijft over. Dat is bevrijding. Dat is wat jij in wezen bent: Bestaan - Bewustzijn - Vreugde (Sat - Chit - Ananda). 

12. Nisargadatta Maharaj


Sri Nisargadatta Maharaj (1897–1981) was een bekende Advaita Vedanta leraar. Hij verwierf internationale bekendheid door zijn directe, compromisloze wijze van onderricht. Zijn bekendste en meest invloedrijke werk is het boek 'I Am That' (vertaald als 'Ik Ben / Zijn'). In de jaren dertig ontmoette hij zijn leraar Sri Siddharameshwar Maharaj. Deze gaf hem de simpele instructie om zich volledig te concentreren op het gevoel van puur aanwezig zijn: 'I am.' Na een korte periode in de Himalaya keerde hij terug naar zijn gezin. Hij besefte dat een alledaags gezinsleven geen belemmering vormt voor spirituele realisatie. Vanaf de jaren 60 en 70 ontving hij in zijn kleine kamer in Mumbai duizenden spirituele zoekers uit de hele wereld. 

De kern van zijn onderricht is radicaal en direct: 

° Puur Gewaarzijn: Je bent niet het lichaam, niet de gedachten en niet het ego. Je bent het tijdloze, onveranderlijke bewustzijn dat daaraan voorafgaat. 
° De 'ik Ben' meditatie: Door de aandacht continu terug te brengen naar het pure gevoel van 'zijn' (vóórdat er gedachten of identificaties ontstaan), lost de illusie van afscheiding op. 
° Er zijn geen ingewikkelde rituelen, heilige geschriften of religieuze plichten nodig. De waarheid kan direct in het hier en nu worden gezien via Zelfonderzoek. 

Waar Ramana Maharshi vragend werkt ('Wie ben ik?'), richt Nisargadatta Maharaj zich op het vasthouden van het simpele gevoel van 'zijn'. En de aanwijzing voor meditatie is doodeenvoudig. Blijf bij het gevoel 'ik ben' en laat al het andere vallen. 

1. Ga rustig zitten. Sluit de ogen en laat alle rollen en identificaties los (je naam, je beroep, je geschiedenis, je gezinssituatie, je dromen en verlangens, je lichaam, je gedachten,..). Er blijft een fundamenteel bewustzijn over, het inzicht dat je simpelweg bestaat. Dat is het 'ik ben' gevoel (I am-ness).
2. Rust in dat gevoel. Richt je volledige aandacht op dit naakte gevoel van Aanwezigheid. Je hoeft niets te doen, niets te bereiken en nergens aan te denken. Je bent simpelweg aanwezig. 
3. Negeer alle toevoegingen en alle bewegingen van de geest en van het lichaam. Zodra er een gedachte opkomt, voegt je verstand iets toe aan het oorspronkelijke 'ik ben' (bv 'ik ben moe, ik ben aan het mediteren, ik ben afgeleid'). Laat de toevoegingen los (moe, afgeleid, dit/dat). Keer telkens terug naar het zuivere 'ik ben' zonder etiketten en attributen. Blijf bij de bron vóór de gedachte ontstaat. Blijf zo lang mogelijk in die ruimte van puur Bewustzijn / Gewaarzijn rusten. Nisargadatta noemt dit het 'waken bij de deur van het bewustzijn'.

Ramana Maharshi gebruikt de vraag 'Wie ben ik?' als een pijl die de gedachten terugschiet naar de bron. Nisargadatta Maharaj stelt geen vraag, maar verankert zich direct in het puur aanwezig zijn ('I am-ness'). Het verstand kan hier niets mee. Het verstand wil iets doen of begrijpen. Deze oefening gaat juist over het voorbijgaan aan het verstand. Als het verstand stil wordt, verdwijnt de illusie van afscheiding. Nisargadatta raadde aan om dit 'ik ben' gevoel niet alleen op een kussentje te beoefenen, maar er gedurende de dag zo vaak mogelijk aan te denken terwijl men de dagelijkse dingen doet.

13. Bewustzijn & Gewaarzijn


Het Zelf met een hoofdletter Z is Atman of Gewaarzijn, de ware aard van de mens. Het zelf met kleine letter z duidt op het ego of bewustzijn. Nisargadatta Maharaj legt het verschil tussen beide uit.

Bewustzijn (Chetana / ik ben)


Bewustzijn is het gevoel van 'ik ben'. Het is het fundamentele weten dat je bestaat, het besef dat je er bent, voorafgaand aan elke gedachte over wie of wat je bent. Het is de eerste beweging weg van het pure Gewaarzijn. Het is het verschijnen van een kenvermogen dat afhankelijk is van het lichaam en de geest. Nisargadatta zei vaak dat bewustzijn een lichaam nodig heeft om zich te manifesteren, net zoals elektriciteit een gloeilamp nodig heeft om zichtbaar te worden als licht. 

Bewustzijn is dynamisch, het komt en het gaat, het is aanwezig tijdens de waak- en droomtoestand, en het is afwezig tijdens de diepe slaap. Volgens Nisargadatta wordt het bewustzijn geboren met het lichaam en sterft het ook met het lichaam. Maar andere scholen binnen Vedanta beweren dat, zolang er geen Zelfrealisatie plaatsvindt,  er ook na de dood (en voor de geboorte) een energielichaam is (het subtiele lichaam of sūkṣma-śarīra) waardoor een bepaalde vorm van bewustzijn blijft bestaan en zelfs de ervaring van reïncarnatie kan plaatsvinden. 

Alle ervaringen, alle verschijnselen en elk gevoel van 'ik besta als deze persoon' vinden plaats binnen het bewustzijn. Het is het veld waarin de wereld, de geest, gedachten en het gevoel van individualiteit verschijnen. Nisargadatta beschouwde bewustzijn zelf als een soort tijdelijke, geleende staat — reëel in relatieve zin, maar niet de uiteindelijke Waarheid. 

Gewaarzijn (Para-vidya / het Absolute)


Gewaarzijn (awareness) gaat vooraf aan bewustzijn (consciousness) en transcendeert het. Het is de onveranderlijke, tijdloze grondslag waarin het bewustzijn verschijnt en verdwijnt. Gewaarzijn kent zichzelf niet als 'ik ben' — want dat zou al bewustzijn zijn. Gewaarzijn gaat zelfs vooraf aan het gevoel van zijn. Het heeft geen begin, geen einde en is niet afhankelijk van een lichaam. Bewustzijn komt (tijdens waken en dromen) en gaat (tijdens diepe slaap en na de dood), maar Gewaarzijn komt of gaat nooit — het is altijd aanwezig, zelfs tijdens de diepe slaap, zelfs wanneer bewustzijn afwezig is. Gewaarzijn is jouw ware aard. Het is wat je in essentie bent, niet iets dat je verwerft, aangezien het nooit werkelijk afwezig is. Het wordt slechts over het hoofd gezien omdat de aandacht opgaat in bewustzijn en de inhoud daarvan (gedachten, gevoelens, gewaarwordingen, de wereld, het ego).

De onderlinge verhouding

Bewustzijn is als een golf, Gewaarzijn is als de oceaan. De golf (bewustzijn) rijst en daalt, heeft een tijdelijke vorm en identiteit, maar is nooit gescheiden van de oceaan (Gewaarzijn) — ze bestaat uit niets anders dan oceaan. Een veelgebruikte manier waarop Nisargadatta op het verschil wees: je kunt je bewust zijn van bewustzijn — je kunt bewust zijn dat je bewust bent, je kunt bewust zijn dat het 'ik ben' is opgekomen — maar dat opmerken zelf is Gewaarzijn. Dit Gewaarzijn is geen object, het is niet iets dat zelf waargenomen of gekend kan worden als een ding, aangezien het juist het vermogen is om überhaupt iets te kennen. Bewustzijn is 'ik ben' — het feit van het bestaan ​​en het weten dat je bestaat, verbonden met lichaam en geest, en onderhevig aan verschijnen en verdwijnen. Gewaarzijn is wat overblijft wanneer zelfs door het 'ik ben' heen wordt gekeken — de onveranderlijke aard van de getuige waarin bewustzijn zelf opkomt. Zonder dit zou bewustzijn überhaupt niet kunnen verschijnen, maar het is zelf geen ervaring, toestand of ding dat verschijnt.

14. Parabrahman


Nisargadatta Maharaj gaat dus nog een stap verder, want het 'ik ben' (het concept van bestaan) is niet de eindbestemming, het is de 'laatste brug', het is de toegangspoort tot de echte realiteit. Hij spoorde zijn leerlingen aan om voorbij het gevoel van 'ik ben' (bewustzijn) te gaan en te verblijven als puur Gewaarzijn. Om te begrijpen waarom het 'ik ben' uiteindelijk ook een 'illusie' is (of voorbijgaand verschijnsel, net als het ego), worden de 2 niveaus van de de realiteit uitgelegd.

1. Het bewustzijn (Saguna Brahman)

Dit is de kiem van alle ervaring. Het moment dat de fysieke vorm (het lichaam) ontstaat, ontwaakt het gevoel 'ik ben'. Zonder dit 'ik ben' is er geen wereld, geen tijd en geen ervaring. Maar omdat het 'ik-ben' afhankelijk is van het (sterfelijke) lichaam, is het tijdelijk en voorbijgaand en dus in de hoogste zin niet absoluut waar.

2. Het absoluut transcendente en ongemanifesteerde (Parabrahman)


Dit is wat je wérkelijk bent: de staat vóórdat het 'ik ben' gevoel überhaupt opkomt (en ook de staat die overblijft als het 'ik ben' weer verdwijnt, zoals in een diepe, droomloze slaap).

Toch adviseert Nisargadatta om bij het 'ik ben' te blijven. Hij gebruikt een analogie ter verduidelijking: 'Om een doorn uit je voet te halen, gebruik je een tweede doorn. Als de eerste doorn eruit is, gooi je ze allebei weg'. De eerste doorn is de illusie dat je een beperkt persoon bent ('ik ben Piet, ik ben een mens, ik ben bezorgd,..'). De tweede doorn is het zuivere gevoel 'ik ben' (zonder toevoegingen en attributen). Het weggooien van beide betekent dat zodra de persoonlijke illusie (ego) door het 'ik ben' is opgelost, dan lost ook het 'ik ben' uiteindelijk op in het Absolute.


In zijn latere gesprekken werd Nisargadatta heel radicaal: 'Het 'ik ben' is een illusie, een conceptuele sluier die over het Absolute ligt. Het is het eerste bewuste concept dat ontstaat. Zodra je realiseert dat het 'ik ben' een illusie is, valt de hele manifestatie weg en blijf je over als dat wat je altijd al was: de Oorspronkelijke Staat.'

Men kan de illusie van het 'ik ben' nooit met het verstand 'vernietigen', wel via Zelfonderzoek. Het proces werkt zo:

1. Blijf bij het 'ik ben' (de tweede doorn).
2. Alle persoonlijke gedachten en identificaties vallen weg.
3. Op een gegeven moment ontmaskert het 'ik ben' zichzelf als een tijdelijke verschijning in het Absolute.
4. Men realiseert zich dat men de tijdloze en ruimteloze achtergrond is waarin het 'ik ben' slechts een voorbijgaande ervaring was.

Wanneer het voorbijgaande gevoel van 'ik ben' volledig oplost, stabiliseert men zich in Parabrahman (het Absolute). Omdat deze staat voorbij taal, concepten en het verstand ligt, gebruikt Nisargadatta paradoxale termen en ontkenningen om het te omschrijven.


1. Van weten naar niet-weten 

Zolang het 'ik ben' aanwezig is, is er een waarnemer die iets waarneemt (ik weet dat ik besta). Wanneer het 'ik ben' oplost, verdwijnt ook dit instrument van kennen. Nisargadatta noemt de staat van het Absolute daarom een staat van volkomen niet-weten. Het is geen onwetendheid, maar de Oorspronkelijke Staat waarin er geen onderscheid meer is tussen de kenner, het gekende en het kennen.

2. Tijdloos en ongeboren 


Het 'ik ben' gevoel ontstaat samen met het fysieke lichaam en heeft een begin en een einde. Het Absolute daarentegen is ongeboren, tijdloos en vormloos. In de Absolute staat was je er al vóór de opkomst van het bewustzijn, en zul je er zijn als het bewustzijn weer verdwijnt. Het is de staat die je reeds kent uit de diepe, droomloze slaap, maar dan vrij van alle onwetendheid.

3. De stille achtergrond (het niet-gebeuren)

In de staat van Parabrahman is er geen ervaring van vreugde of verdriet, geen zoektocht en geen verlangen meer. Nisargadatta beschreef het als absolute rust en absolute volmaaktheid. Het universum en de geest kunnen doorgaan met bewegen, maar voor het Absolute is er nooit iets gebeurd. Je bent niet langer een deeltje in de stroom van het leven, maar de 'onveranderlijke ruimte' waarin de stroom verschijnt en weer verdwijnt.

Hij vat het samen als volgt: 'Wanneer ik niet weet wat ik ben, noem ik het bewustzijn. Wanneer ik realiseer wat ik ben, is er geen bewustzijn over om te claimen dat 'ik ben'. Het oplossen van het 'ik ben' gevoel is dus geen verlies, maar het ontwaken uit een droom waarin je dacht een afzonderlijk individu te zijn.

15. Terminologie

Ahamkara
(ego)  

De mens beschikt over verschillende systemen tot ervaring en informatie verwerking, waaronder auditief systeem, visueel systeem, denksysteem, verteringssysteem, ademsysteem, emotioneel systeem, bewegingssysteem, smaaksysteem, reuksysteem, voelsysteem,...  Ahamkara is het instrument wat al deze systemen centraliseert rond 1 fictieve 'persoon', het ik of ego. Het ego is een functie van het subtiele lichaam, en die functie is om alles te integreren wat zich afspeelt in lichaam en geest (mind). Bij de dood verdwijnt ook het ego. Identificatie met het ego verbergt de waarheid van de ware natuur van de mens, namelijk puur Bewustzijn / Gewaarzijn. Je bent niet het ego (persoon), maar de stille getuige van het ego en haar functies.

Ahamkara is het gevoel van 'ik', 'mij' en 'mijn'; een verkeerde opvatting van het Zelf. Het is de misplaatsing van het gevoel van 'ik' in het lichaam/geest/zintuig complex (en vooral in het gevoel van doenerschap) als gevolg van het opplakken van valse en beperkende attributen op het Zelf (puur Bewustzijn). Ahamkara, of ego, of het verkeerde idee van 'ik', heeft drie belangrijke identificaties: lichaam, eigendom en verlangen. Ze manifesteren zich als ik ben het lichaam, dit is van mij, en dit is voor mij - namelijk ik-heid, mijn-heid, meer-heid.

Ahamkara is de identificatie met niet intrinsieke eigenschappen zoals alle vormen van denken, herinneren, voelen, waarnemen, handelen, enz. Het is de aard van Ahamkara om voortdurend zulke beperkingen aan te nemen en op te eisen en zich ermee te vereenzelvigen. Dit begrenzen is het verkeerd toeschrijven of toe-eigenen van steeds veranderende eigenschappen aan een onveranderlijk wezen (Zelf).

Wanneer Ahamkara zich manifesteert, wordt de geest vervolgens geobjectiveerd als 'dit', waardoor een dualiteit ontstaat (dit zijn mijn geest, mijn gedachten en mijn gevoelens) en zo ook met de wereld. Zulke beperkende, dualistische noties creëren een irrationeel maar dwingend gevoel van gemis of ontoereikendheid in zichzelf en de wereld, wat leidt tot verlangen, om dat schijnbare gemis te verzachten of te overwinnen.

Atman (het ware Zelf)

Het transcendentale Zelf. De Grond van het universum. De goddelijke Geest in de mens. Het eeuwige Zelf dat één is met Brahman. De zelfbestaande essentie, of het onpersoonlijk getuige-bewustzijn in elk individu. Vaak (foutief) vertaald als Ziel. Dat wat altijd onderscheiden is en altijd de getuige is van de grove, subtiele en causale lichamen en van de wereld in het algemeen; voorbij de vijf niveaus van ervaring (lichamen). De zelfevidente, onveranderlijke, altijd zuivere getuige van de drie staten van ervaring (waken, dromen, diepe slaap). Dat wat altijd blijft bestaan, bewustzijn, volheid (sat-cit-ānanda). Atman is conceptueel verschillend van Jivatman, dat in meerdere lichamen en levens blijft bestaan. Ook al zijn Jivas talrijk en gevarieerd, Atman, dat onveranderlijk, alles doordringend, deelloos bewustzijn is, is altijd een- en hetzelfde, net zoals goud altijd hetzelfde is in alle gouden voorwerpen (zelfs als de vorm van het voorwerp verschilt).


Brahman


De absolute, non-duale, abstracte werkelijkheid. De eenheid van al wat bestaat. De ongemanifesteerde werkelijkheid achter en voorbij alle manifestatie. De absolute waarheid, absolute vrede, alles doordringend, ondeelbaar, vorm- en tijdloos. De ultieme realiteit die kan gedefinieerd worden als Sat (Bestaan), Chit (Gewaarzijn / Bewustzijn), Ananada (Vreugde, Volheid). Het universum, de wereld en de mens zijn allemaal verschijningen in, door en van Brahman. Het Absolute, wordt traditioneel voorgesteld met drie aspecten: De Schepper (Brahma), de Onderhouder (Vishnu) en de Vernietiger (Shiva). Dit verwijst naar de cyclische verschijning, het voortdurende leven, en verdwijning van het fenomenale universum. Maar al deze abstracties zijn slechts Brahman; en aangezien niets anders dan Brahman Zelf bestaat, wordt er feitelijk niets geschapen en niets vernietigd. Niet te verwarren met de gelijknamige Brahma (zonder 'n'), de Schepper van 'ons' universum.

Jivatman (belichaamde ziel)
Individualiteit; de staat of conditie van het zijn van een Jiva. Vandaar dat individualiteit 'Jiva-zijn' is. Bevrijding (Moksha) is bevrijding van Jivatman, van de toestand van Jiva zijn. In die bevrijding, namelijk in het juist begrijpen dat mijn ware aard enkel puur Bewustzijn is, is er de erkenning dat ik nooit werkelijk een Jiva was (alleen schijnbaar, door onwetendheid) en dat ik altijd Brahman geweest ben. Analogie: bij het ontwaken uit een droom erkent men dat men nooit werkelijk die droompersoon was, hoewel men dat tijdens de droom wel degelijk leek te zijn.

Manas (geest, mind) 
De modificatie van het interne instrument dat de voors en tegens van een onderwerp overweegt. Anders gezegd: Manas of de geest is het instrument om informatie te verwerken, te overwegen en te analyseren. Vergelijkbaar met een CPU (de processor in een computer). Die informatie komt via de zintuigen binnen. Manas is de kracht om te weten, en de kracht om te verlangen. Het wordt gevormd door de Vrittis (bewegingen in de geest, zoals gedachten), die voortdurend veranderen. Het wordt gekenmerkt door verlangens en twijfels, opties en alternatieven. Door de identificatie met één lichaam verdeelt de geest wat hij tegenkomt in 'ik', 'van mij', en 'niet ik', 'niet van mij', waarbij hij attributen op het Zelf legt. Aangezien het vermogen om te weten en te verlangen noties van identiteit (Ahamkara) omvat, evenals herinneringen (Chitta) en beslissingen (Buddhi), wordt Manas zowel gebruikt om specifieke functies van de geest aan te duiden (weten, voelen, verlangen) als om de geest als geheel weer te geven.

Sukshma Sarira (het subtiele lichaam - Linga-sarira) 

Dit is het lichaam van de geest en de vitale energieën, die het fysieke lichaam in leven houden. Samen met het causale lichaam is het de transmigrerende Ziel of Jivatman, die zich bij de dood afscheidt van het grove lichaam. Het subtiele lichaam is een combinatie van:
1. De vijf waarnemingsorganen: ogen, oren, huid, tong en neus.
2. De vijf organen van actie: spraak, handen, benen, anus en geslachtsorganen.
3. De vijfvoudige vitale adem: Prana (ademhaling), Apana (afvoer van afvalstoffen uit het lichaam), Vyana (bloedsomloop), Udana (handelingen zoals niezen, huilen, braken enz.), Samana (spijsvertering).
4. Manas (geest)
5. Buddhi (intellect)

Upanishads

De heilige geschriften die aan het einde van de Veda's staan en het filosofische gedeelte ervan vormen. De 108 Upanishads vormen (samen met Bhagavad Gita en Brahma Sutras) de filosofische basis van Vedanta en kunnen de zoeker naar bevrijding leiden wanneer de woorden eruit worden geassimileerd. De tien belangrijkste Upanishads zijn:  Īṣa, Kena, Kaṭha, Praṣna, Muṇḍaka, Māṇḍūkya, Taittirīya, Aitareya, Chāndogya, Bṛhadāraṇyaka. Upanishad betekent: de wijsheid die verkregen wordt door Zelfonderzoek, en datgene wat onwetendheid vernietigt.

Vedanta
Is één van de zes scholen binnen de Hindoe filosofie en bevat verschillende subscholen waaronder Advaita Vedanta (non-dualiteit). De Vedanta leer baseert zich op oeroude teksten zoals Upanishad, Brahma Sutra en Bhagavad Gita. De essentie van Vedanta kan als volgt worden samengevat. De Jiva (of belichaamde ziel) is niets anders dan Brahman en is als zodanig altijd vrij, eeuwig en onveranderlijk. De Jiva is Bestaan, Bewustzijn, Vreugde. Omdat de Jiva haar eigen natuur niet kent, denkt zij dat ze gebonden en beperkt is. Deze onwetendheid verdwijnt door Kennis en de Jiva herontdekt haar eigen Zelf. In feite kunnen termen als gebondenheid en bevrijding niet gebruikt worden voor iemand die altijd vrij is. De geschriften gebruiken de term 'bevrijding' in relatie tot gebondenheid die alleen in de verbeelding bestaat. Vedanta is de kennis die iemands zoektocht naar kennis beëindigt. Alles wat je nodig hebt om vrij te zijn, is je Zelf kennen, en dat kan door Vedanta. Het is de oudste geschreven en de meest complete filosofische en psychologische uitleg over mens-zijn en het universum wat bestaat op Aarde.

 

Geen opmerkingen

Een reactie posten

© Anastha Aurora
Maira Gall