De spreuk 'Ken uzelf' (gnōthi seauton) stond gegraveerd boven de ingang van de Tempel van Apollo in het oude Griekse Delphi. Oorspronkelijk betekende het dat men de eigen sterfelijkheid en (lagere) plaats tegenover de goden moest kennen. Later werd het door filosofen zoals Socrates gebruikt als een oproep tot diep zelfonderzoek. In dit bericht wordt dit zelfonderzoek belicht vanuit de Vedanta traditie. Wie niet bekend is met Yoga, Vedanta of Oosterse filosofie kan wellicht eerst de betekenis van enkele vaak gebruikte termen lezen onderaan (zie bij 15. Terminologie).
Hoofdstukken
01. Inleiding
02. Kernpunten
03. Etymologie
04. De methode
05. De ik-gedachte
06. Veelgemaakte fouten
07. De rol van de vraag 'Wie ben ik?'
08. Zelfrealisatie
09. Veelgestelde vragen
10. Advaita Vedanta en Neo-Advaita
11. Samenvatting
12. Nisargadatta Maharaj
13. Bewustzijn en Gewaarzijn
14. Parabrahman
15. Terminologie
1. Inleiding
De Yoga en Vedanta term voor Zelfonderzoek (self inquiry)
is Atma Vichara. Zelfonderzoek is een eenvoudige en
systematische methode om te ontdekken wie / wat men werkelijk is (los
van het lichaam, het ego en de gedachten). De term is afgeleid van het
Sanskriet Atma (Zelf) en Vichara (gedachte, overweging, analyse). Het
is een meditatie praktijk om zich de eigen ware aard te herinneren en
daarmee de aloude vraag te beantwoorden: 'Wie ben ik?' Zelfonderzoek is één van de belangrijkste
technieken uit het Jnana yoga pad (de yoga van de kennis) en Advaita
Vedanta (non-dualiteit) en stamt uit de Upanishads (zie ook bij dit ouder bericht: Neti Neti).
De oeroude en wat vergeten meditatie techniek werd in de twintigste eeuw nieuw leven ingeblazen door Ramana Maharshi (1879-1950). Hij maakte deze populair in het Westen en daarmee toegankelijk voor alle spirituele zoekers. Door middel van Zelfonderzoek kan de yogi uiteindelijk Zelfrealisatie bereiken. Dit betekent dat men kennis verwerft over de ware aard van het Zelf, en dat men weet dat het Zelf (Atman) en Brahman (de ultieme realiteit) één zijn.
Je bent niet jouw gedachten, noch het stemmetje in het hoofd, noch het
ego, noch de gevoelens en emoties die opkomen en weggaan, noch het
lichaam, noch de geest. Je bent het pure Bewustzijn / Gewaarzijn waarin al deze
'attributen' en ervaringen verschijnen en verdwijnen. Maar hoe kun je
dit zelf ontdekken? De methode is eenvoudig maar diepgaand. Men stelt
simpelweg de vraag: 'Wie ben ik?' en traceert vervolgens de bron
van die ik-gedachte tot haar oorsprong (het Zelf). Geef geen antwoord in
woorden of concepten, zoals
'ik ben Jan of ik ben de stem in mijn hoofd'. Dat zijn antwoorden van en voor het intellect.
Atma
Vichara is een levend onderzoek dat de geest ertoe aanzet zich naar
binnen te keren – weg van objecten – en te rusten in zuiver Bewustzijn /
Gewaarzijn. Wanneer je oprecht vraagt 'Wie ben ik?', geeft de
geest aanvankelijk antwoorden:
'Ik ben het lichaam. Ik ben de geest. Ik ben het ego. Ik ben Marie of
Piet.'
Verwerp elk antwoord. Vraag opnieuw:
'Wie is degene die zegt 'Ik ben het lichaam'? Wie is degene die
denkt? Wie is degene die voelt?' Herleid de ik-gedachte. De ik-gedachte komt voort uit het Zelf en zinkt
weer terug in het Zelf. Wanneer de ik-gedachte tot haar bron wordt
herleid, lost ze op. Wat overblijft is zuiver Bewustzijn of kennende
Aanwezigheid – het Zelf. Atma Vichara is het directe pad, onderwezen
door Ramana Maharshi en geworteld in de oude Upanishad geschriften. Het
vereist in wezen geen verzaking van de wereld (in kloosters en ashrams),
noch rituelen en uitgebreide Yoga praktijken (hoewel die ondersteunend
werken). Het vraagt slechts om een oprecht en volhardend onderzoek
naar de aard van degene die zoekt.
2. Kernpunten in enkele zinnen
° Atma Vichara betekent zelfonderzoek (Atma = Zelf en Vichara =
onderzoek).
° Methode: stel de vraag 'Wie ben ik?' en
traceer de bron van de ik-gedachte.
° Geef geen antwoord in woorden
of concepten (bv. Ik ben Jan, ik ben het Zelf of ik ben Brahman).
Elk antwoord is een object, en niet het Zelf.
° De
ik-gedachte komt voort uit het Zelf en keert erin terug; door deze te
traceren lost het geconditioneerde ego op (na consequente beoefening gedurende langere
tijd).
° Atma Vichara is de directe weg naar Zelfrealisatie,
onderwezen door Ramana Maharshi en geworteld in de Upanishads (oude
filosofische teksten).
° Er zijn geen rituelen, lichaamshoudingen
of ademhalingstechnieken nodig (maar dat mag wel) – enkel oprecht en
volhardend onderzoek volstaat.
° De beoefening is geen mechanische herhaling
van de vraag 'Wie ben ik?', het is een levend onderzoek.
°
Wanneer de ik-gedachte tot aan de bron wordt getraceerd, lost deze op;
wat overblijft is puur Bewustzijn – het Zelf.
3. Etymologie van Atma Vichara
Atma Vichara bestaat uit twee Sanskriet woorden:
° Atman (Zelf, de ware aard van de mens, namelijk Bestaan - Bewustzijn - Vreugde) en
° Vichara (onderzoek, verkenning, onderscheidingsvermogen).
Zelfonderzoek is het onderzoek naar de aard van het eigen ware Zelf.
Atman
Dit is het Zelf, de diepste
essentie. Het is zuiver Bewustzijn, zonder attributen zoals het ego
(Ahamkara), het lichaam (Deha) en de geest (Manas). Atman is geen
concept. Het is wat je bent voorafgaand aan alle identificaties. Het
doel van het onderzoek is niet om iets te weten te komen over het Zelf,
maar om te ontdekken dat het Zelf altijd is, was en zal zijn. Atman is geen object
dat gevonden kan worden, je kunt enkel weten dat je het Zelf
bent. Het is het subject, de zoeker, het is degene die het onderzoek
verricht.
Vichara
Dit betekent
onderzoek, verkenning, beschouwing, onderscheidingsvermogen, reflectie.
Het systematische, volgehouden en op één punt gerichte onderzoek naar de
aard van de werkelijkheid. Vichara is geen vrijblijvend denken of
intellectuele analyse. Het is een direct, existentieel onderzoek waarbij
de geest naar binnen keert. Vichara is de methode. Het is het mes dat
door onwetendheid heen snijdt. Het is het vuur dat de kiem van het ego
(de ik-gedachte) verbrandt.
Atma Vichara
Dit betekent zelfonderzoek. Het directe, levende
onderzoek 'Wie ben ik?', dat de bron van de ik-gedachte
terugvoert naar zijn oorsprong: het Zelf. De directe weg naar
Zelfrealisatie. Geen rituelen. Geen tussenstappen. Geen externe
hulpmiddelen. Slechts volhardend onderzoek naar de aard van de
onderzoeker.
Atma Vichara is niet het onderzoek
naar het Zelf, het is onderzoek in het Zelf. Het Zelf is
geen object, zoals een boom, een tafel of een gedachte. Men moet erin
doordringen. Men moet de geest naar binnen richten. De vraag is niet:
‘Wat is het Zelf?’ De vraag is: ‘Wie ben ik eigenlijk in wezen?’
Het antwoord is geen definitie, geen intellectuele bepaling, geen
verstandelijke verwijzing. Het antwoord is directe herkenning. Atma
Vichara opent de deur naar het Zelf. Lees er niet alleen over. Doe het.
Stel de vraag: ‘Wie ben ik?’ Niet één keer, maar regelmatig.
Totdat de vraag oplost. Totdat het antwoord niet uit woorden bestaat.
Totdat jij het antwoord bent.
Atma Vichara wordt vaak verward
met intellectuele zelfanalyse ('Wat zijn mijn sterke en zwakke punten?') of psychologische introspectie ('Waarom voel ik me boos?').
Het is geen van beide. Het is het directe, niet-conceptuele onderzoek
naar de aard van het ‘ik’ wat in alle menselijke ervaringen
verschijnt.
De methode is eenvoudig maar subtiel. Het is geen mechanische herhaling
van de vraag. Het is een levend onderzoek. Hieronder volgt eerst een
meditatie om de gedachtestroom te leren observeren als neutrale getuige.
Daarna de Atma Vichara methode zoals onderwezen door Ramana Maharshi en
de traditionele Advaita Vedanta.
Observatie van de gedachten (en van gevoelens, sensaties, ego,...)
1. Ga ergens rustig zitten. Richt de aandacht naar
binnen. Zoek niet naar een object. Probeer geen licht of visioen te zien
of een bijzondere ervaring te hebben. Het Zelf is geen object, het is
wat je bent, niet wat er allemaal gebeurt. Sluit de ogen. Laat het
lichaam stil zijn en de ademhaling natuurlijk verlopen. Laat de
zintuigen zich terugtrekken. Observeer je geest. Merk op hoe er, na
enkele tijd, een gedachte of een beeld verschijnt. Bepaal de afstand:
hoe ver weg van 'jou' voelt die gedachte aan? Vind de ruimte waarin het
zich afspeelt. Merk op dat de gedachte verschijnt in een stille, open
ruimte van Gewaarzijn. Alsof je de stille Aanwezigheid of ruimte bent
waarin een beweging, een 'verstoring' plaatsvindt die je dan labelt als
een gedachte.
2. Lokaliseer je lichaam. Voel je
handen: richt je aandacht op de fysieke sensatie of tinteling in je
handen. Bepaal de grens: vindt dat gevoel plaats buiten je Gewaarzijn of
binnen je Gewaarzijn? Word je bewust van de ruimte: merk op dat het
gevoel van je lichaam slechts een ander object is dat verschijnt in
diezelfde ruimte, in die stille Aanwezigheid.
3. Verplaats je aandacht naar die ruimte. Laat de labels los: stop met
zoeken naar iets en rust simpelweg als die ruimte, als de kennende
Aanwezigeheid die naar deze woorden luistert. Zie de waarheid: de
'persoon' (ego) die je dacht te zijn, is slechts een verzameling van gedachten, emoties en sensaties (lichaamservaringen). Herken het
ware Zelf: je zit niet gevangen in het lichaam. Het is omgekeerd:
lichaam en geest verschijnen in Jou – het weidse, open Gewaarzijn. Haal
diep adem en blijf nog even in die stille achtergrond die altijd
aanwezig is.
6. Je bent ook niet de stem in je hoofd. Je bent het Bewustzijn dat die stem hoort. Bewustzijn of Gewaarzijn is je ware Zelf. Je bent de onzichtbare Aanwezigheid die getuige is van de gedachten en gevoelens. (Gevoelens worden door gedachten opgewekt.) Bewust ademen en gewaarzijn van het innerlijke lichaam helpen de geest tot rust te brengen. Wanneer er een gedachte opkomt, merk deze dan op, laat hem los en keer terug naar de ademhaling, volg de ademstroom in en uit gaan. Richt je op het huidige moment. Richt je op wat er nu werkelijk gebeurt. Kijk, luister en neem waar, zonder er labels op te plakken. Dit vergt oefening. Observeer gedachten en gevoelens, zonder erover te oordelen of ze te willen onderdrukken. Neem ze simpelweg waar. Luister naar de Stilte.
De techniek van Ramana Maharshi (Zelfonderzoek)
1.
Observeer hoe een gedachte, een gevoel, een beeld, een idee, een emotie,
een sensatie... opkomt.
2. Stel jezelf de vraag:
'Aan wie verschijnt deze gedachte, dit gevoel, deze emotie,...?'
3. Het antwoord zal zijn:
'Het verschijnt aan mijzelf.'
4. Stel een nieuwe
vraag:
'Wie of wat is dit zelf? Wie is deze 'ik'? Wie ben ik?'
Er volgt dan een korte stilte waarin de geest op zoek gaat naar
dit (illusoire) ik. Die stilte is al een eerste glimp van wat jij
werkelijk bent (puur Bewustzijn of Gewaarzijn). Geef geen antwoord in
woorden. Zeg niet:
'Ik ben Piet of Mies, ik ben het Zelf, ik ben Brahman'. Dat zijn
concepten. Het Zelf is geen concept. Stel de vraag oprecht, alsof je
leven ervan afhangt. Laat de vraag resoneren. Wanneer de geest een
antwoord geeft ('Ik ben Jan, ik ben het lichaam, ik ben de denker,...), verwerp dit dan. Vraag opnieuw:
'Wie is degene die zegt 'Ik ben Jan'? Wie is degene die denkt? Wie is
degene die voelt?'
Verlies jezelf niet in verhalen over jezelf. Analyseer je
persoonlijkheid niet. Dat is psychologie, geen Zelfonderzoek. Herleid
het antwoord. Degene die zegt 'Ik ben Jan' – wie is dat? Wie is
de 'ik' die denkt dat hij Jan is?
5. De vraag
'Wie ben ik?' is dus een retorische vraag, ga niet op zoek naar
een verstandelijk antwoord (zoals je naam, functie of een filosofisch
concept). Er is geen juist antwoord. Richt je aandacht simpelweg terug
naar het gevoel van 'ik-zijn' de stille waarnemende Aanwezigheid vóór
het ontstaan van de gedachte. Elke gedachte leunt op de
ik-gedachte. Door je aandacht telkens terug te brengen naar de bron van
dit 'ik', lost de stroom van gedachten geleidelijk op in zuiver
Bewustzijn. Als je verstand met een antwoord komt (zoals
'Ik ben de waarnemer'), realiseer je dan dat dit ook wéér een
gedachte is. Vraag opnieuw:
'Aan wie komt déze nieuwe gedachte op?' Laat de vraag
stilvallen.
De vraag 'Wie ben ik?' is een
hulpmiddel om de focus te verleggen van het object (de gedachte) naar
het subject (Bewustzijn). Richt je op het gevoel van 'ik' – niet de
gedachte 'ik', maar het diepe gevoel van bestaan, het besef van aanwezig
zijn, hier en nu. Richt je niet op het lichaam, noch op de ademhaling of
op een object. Het gevoel van 'ik' is geen object. Houd vast aan het
ik-gevoel. Laat het niet los. Analyseer het niet. Voel het simpelweg.
Herleid
het ik-gevoel tot de bron. Waar komt het vandaan? Waar gaat het heen als
je slaapt? Stel je geen locatie voor. Probeer geen 'plaats' te vinden.
De Bron is geen plaats, het is overal / nergens. Volg het ik-gevoel
zoals een detective een rivier naar de bron volgt. Het ik-gevoel zal
beginnen op te lossen.
6. Wanneer het ik-gevoel
oplost, rust dan. Doe niets. Denk niets. Rust eenvoudigweg in de Stilte.
Probeer niet vast te houden aan het oplossen. Probeer niet te
bewerkstelligen dat het opnieuw gebeurt. Rust op natuurlijke wijze. Rust
als het Zelf.
7. Beoefen de techniek regelmatig, op
een dag zal de sluier wegvallen en jouw essentie helder worden. Zodra je
de techniek doorhebt, kun je deze ook toepassen tijdens
dagelijkse bezigheden of wanneer je stress of afleiding voelt.
De
geest is als een rivier. De ik-gedachte is de bron van alle andere
gedachten. Herleid de ik-gedachte tot haar oorsprong. Volg de rivier
naar haar bron. Wanneer je de bron bereikt, verdwijnt de rivier. Er is
alleen de bron. De bron is het Zelf. De rivier is de geest. Verwacht
geen dramatische ervaring. Het Zelf is geen ervaring. Ervaringen komen
en gaan. Het Zelf is gewoon. Wanneer de ik-gedachte oplost,
blijft er niemand over om een ervaring te hebben. Er is alleen het
Zelf. Dat is niet niets. Dat is alles. Dat is wat jij bent.
Volharding is de sleutel. De ik-gedachte is zeer sterk.
Ze is al vele levens bij je. Ze zal niet gemakkelijk oplossen. Je moet
steeds opnieuw oefenen. Telkens wanneer de ik-gedachte opkomt, moet je
haar herleiden tot haar oorsprong. Uiteindelijk zal ze haar kracht
verliezen en definitief oplossen. Dat is bevrijding.
5. De ik-gedachte als de wortel van alle gebondenheid
De ik-gedachte is het besef van individueel bestaan, een ander woord is
het ego. Het is de eerste gedachte en de wortel van alle andere gedachten
(Idam Vritti), zoals gedachten over objecten, mensen,
gebeurtenissen, concepten. Gedachten zoals
'Dit is goed. Dat is slecht. Ik wil dit. Ik vrees dat.' zijn
afhankelijk van de ik-gedachte. Het zijn modificaties van de ik-gedachte.
'Ik wil dit' – het ik is primair, het willen is secundair. Het Zelf
(Atman) is geen gedachte, het is zuiver Bewustzijn (Gewaarzijn). De
ik-gedachte komt voort uit het Zelf en lost weer op in het Zelf. Het Zelf
is niet de gedachte. Het Zelf is de bron.
De ik-gedachte
ontspringt ergens aan de rechterkant van de borst, op een plek die het
hartcentrum wordt genoemd. Dit ik-gevoel is de bron van de
persoonlijkheid (ego) en heeft de neiging zich te identificeren met en te
hechten aan de vele uiteenlopende ervaringen die een mens beleeft tijdens
het leven. Het is precies deze identificatie die (de illusie) van het
ego versterkt en opbouwt. Het terugvoeren van de ik-gedachte
naar haar bron is een manier om het Zelf te onthullen. Dit Zelf kan niet
worden gezien of waargenomen, noch bereikt of begrepen, omdat het de
waarnemer, de ziener en de kenner zelf is. Met andere woorden: het Zelf
openbaart zich slechts aan zichzelf. Het Zelf is zowel het subject, het
object als het middel van de ervaring. De kenner, het gekende en het
kennen zijn in wezen één.
Het ik-gevoel of de ik-gedachte is
niet het eeuwige, hoogste Zelf. Maar het is wel de meest directe brug
tussen Jivatman (individuele bewustzijn) en Atman. Wanneer men het
ik-gevoel ontdoet van alle gedachten, emoties, gewaarwordingen en
waarnemingen waarmee het zich gewoonlijk identificeert, keert het terug
naar zijn bron: het spirituele hart. Het ik-gevoel is in feite een
onwerkelijke entiteit. Het bestaan ervan wordt in stand gehouden door
voortdurende identificatie met gedachten, gewaarwordingen, waarnemingen,
enzovoort. Elke ervaring waarmee het ik-gevoel zich identificeert,
versterkt het. Wanneer de verbinding tussen het ik-gevoel en de gedachten
waarmee het zich identificeert wordt verbroken, zal het ik-gevoel afnemen
en uiteindelijk verdwijnen. Dit kan door los te komen van gedachten,
gewaarwordingen, emoties,... en bewust te blijven van het ik-gevoel terwijl alle andere gedachten worden uitgesloten, waardoor het ik-gevoel
zich in het hartcentrum zal gaan vestigen.
Ramana Maharshi:
‘De ik-gedachte is de wortel van alle gedachten. Andere gedachten
ontstaan pas na de ik-gedachte. Als je de ik-gedachte tot aan de bron
volgt en haar oplost, lossen alle andere gedachten automatisch op. Je
hoeft niet tegen elke gedachte afzonderlijk te strijden. Je hoeft alleen
de wortel door te snijden.’ Dit is de genialiteit van Atma Vichara. Het gaat er niet om dat je
strijdt tegen elk verlangen, elke angst of elke gehechtheid. Het gaat om
het doorsnijden van de wortel. De wortel is de ik-gedachte. De boom van
Samsara heeft vele takken: verlangen, woede, angst, hebzucht, waan, lust, hoogmoed, jaloezie, eenzaamheid,... Maar al deze takken groeien vanuit de wortel. Snijd de
wortel door. De boom sterft. Verspil geen tijd aan het afhakken van
takken. Volg de ik-gedachte. Los haar op. Wees vrij.
Daarom
wordt Atma Vichara beschouwd als het directe pad. Andere paden richten
zich op de takken: het beheersen van verlangens, het cultiveren van
deugden, het zuiveren van de geest. Deze zijn nuttig. Ze bereiden de bodem
voor. Maar ze snijden de wortel niet door. Atma Vichara snijdt de wortel
door. Het neemt onwetendheid bij de bron weg.
6. Veelgemaakte fouten
Omdat Atma Vichara subtiel is, maken beginners vaak fouten. Dit zijn de
meest voorkomende fouten en hoe men ze kan corrigeren.
Mechanische herhaling
De vraag 'Wie ben ik? Wie ben ik?' blijven herhalen als een
mantra, zonder aandacht of onderzoek. De geest kan de vraag herhalen, maar
blijft ondertussen afdwalen naar andere gedachten. Het stellen van de
vraag wordt een mechanische gewoonte, geen levend onderzoek. Stel de vraag
oprecht, met aandacht. Voel de vraag. Laat hem resoneren. Herhaal niet
slechts woorden op automatische piloot.
Intellectueel antwoorden
De vraag beantwoorden met 'Ik ben het Zelf' of
'Ik ben Brahman', en dan stoppen met het onderzoek. Zo'n antwoord
is een concept, maar het Zelf is geen concept. Intellectuele antwoorden 'ontmaskeren' het ego niet; ze kunnen het zelfs versterken (spiritueel ego). Opmerking: Atma Vichara is niet bedoeld om het ego te vernietigen (het ego vervult een noodzakelijke functie), het gaat om het doorzien van de ware aard van het ego als een tijdelijke verschijning in het Zelf. Antwoord niet met woorden. Blijf bij de vraag, blijf bij de stilte die na
de vraag komt. Laat de vraag de vrager oplossen.
Wachten op een visioen of op een mystieke ervaring
Sommigen verwachten een licht te zien, een geluid te horen,
gelukzaligheid te voelen of een bijzondere ervaring te hebben. Maar het
Zelf is geen ervaring, het is wat je bent, niet wat je ervaart.
Ervaringen komen en gaan. Het Zelf is. Het is het bestaan /
bewustzijn zelf. Verwachting creëert een zoekende geest, wat realisatie
blokkeert. Verwacht niets. Onderzoek gewoon. Rust in de Stilte. Het Zelf
is al aanwezig. Je hoeft het niet te ervaren. Je bent het al. Je
hoeft het enkel nog te realiseren, dus echt weten dat dit zo
is.
Proberen om de geest te onderdrukken
Sommigen proberen om de gedachten geforceerd te stoppen.
Ze vechten tegen de geest, en creëren spanning. Maar onderdrukking creëert
extra druk. De geest zal in opstand komen. Bij Atma Vichara gaat het niet
om het stoppen van gedachten. Het gaat om het traceren van de bron van de
ik-gedachte. Vecht niet tegen gedachten. Wanneer er gedachten opkomen,
vraag dan:
'Bij wie komen deze gedachten op? Aan wie verschijnen deze gedachten
(of gevoelens of sensaties)?'
Het antwoord is: 'Aan mij.' Vraag dan:
'Wie ben ik, wie is die mij?' Traceer de ik-gedachte, rust in de Stilte die volgt op die vraag.
Zoeken naar het 'ik' als object
Sommigen proberen het 'ik' te zien als iets wat zich in
het lichaam of in het hoofd bevindt. Het ik is geen object. Het kan niet
worden gezien, noch gevonden. Het is het subject. Ernaar zoeken als naar
een object is als proberen je eigen ogen te zien zonder spiegel. Zoek niet
naar een ik als object. Voel het als een aanwezigheid, een gevoel van
zijn. Traceer dat gevoel terug.
Te vroeg opgeven
Sommigen proberen de methode enkele minuten, voelen niets en
concluderen dan dat de techniek niet werkt. De gewoonte van de ik-gedachte
zit diep verankerd. Ze is gedurende vele levens versterkt. Een paar
minuten Zelfonderzoek zijn niet voldoende. Wees volhardend. Oefen
dagelijks. Na verloop van tijd zal de ik-gedachte verzwakken. Geef niet
op. De meest gemaakte fout is te vroeg opgeven. Atma Vichara is eenvoudig,
maar niet gemakkelijk. Het ego is sterk. Het zal weerstand bieden. Het zal
zorgen voor verveling, slaperigheid, twijfel en afleiding. Herken dit als
strategieën van het ego. Blijf onderzoeken.
Ramana Maharshi:
‘De geest is als een kalf. Het kalf blijft ronddwalen. Je bindt het
vast aan een paal. Het trekt. Het verzet zich. Maar de paal is sterk. Na
vele pogingen geeft het kalf het op. Het blijft bij de paal. Zo is de
geest ook. De ik-gedachte is het kalf. De vraag ‘Wie ben ik?’ is de
paal. Bind de geest steeds opnieuw aan de paal vast. Laat je niet
ontmoedigen. Uiteindelijk zal de geest opgeven. Hij zal in het Zelf
blijven. Dat is bevrijding.’
Verwacht geen onmiddellijk resultaat. Wees geduldig.
Wees volhardend. De geest is vele levens lang vrij geweest. Hij laat zich
niet in één dag temmen. Maar hij zal getemd worden. Blijf oefenen. Blijf
vragen: ‘Wie ben ik?’ Blijf de ik-gedachte volgen.
7. De rol van de vraag 'Wie ben ik?'
Bij Atma Vichara is de vraag 'Wie ben ik?' geen
mantra die mechanisch herhaald moet worden. Het is een levend
onderzoeksinstrument. Wat is het verschil tussen een mantra herhalen en
Zelfonderzoek?
° Het doel van een mantra is de geest zuiveren,
de concentratie richten, het aanroepen van een godheid of van een bepaalde
eigenschap.
° Het doel van Atma Vichara is de bron van de ik-gedachte
opsporen en het onwerkelijke ego leren doorzien en laten 'oplossen'.
° De methode
bij mantra is de langdurige herhaling van een (heilig) geluid of
tekst.
° De methode bij Zelfonderzoek is niet om de vraag te
herhalen, maar de vraag voelen en de ik-gedachte volgen.
° De
aandacht bij mantra is gericht op het geluid, de trilling, de betekenis
van de mantra.
° De aandacht bij Zelfonderzoek is gericht
op het gevoel van ik, het simpele besef van bestaan, de bron van de
ik-gedachte.
° Het resultaat van mantra is zuivering,
concentratie, vrede, Samadhi.
° Het resultaat van
Zelfonderzoek is het oplossen van de ik-gedachte en Zelfrealisatie.
°
De relatie tot het ik is dat de mantra kan worden herhaald door het ik
(het ego).
° De relatie bij Atma Vichara is dat de vraag gericht is
op het ik. Ze keert het ik naar binnen, naar zichzelf toe.
Er
werd Ramana Maharshi ooit gevraagd:
‘Is het herhalen van “Wie ben ik?” hetzelfde als een mantra?’ Zijn
antwoord:
‘Nee. Een mantra is herhaling. Atma Vichara is onderzoek. Wanneer je
een mantra herhaalt, blijft de geest gericht op iets dat buiten jezelf
ligt – de klank, de betekenis, de godheid. Atma Vichara keert de geest
naar binnen, naar de bron van de ik-gedachte. De mantra is een vinger
die naar de maan wijst. Atma Vichara is de vinger die naar de vinger
wijst. Dan wijst de vinger naar zichzelf. Vervolgens verdwijnt de
vinger. Alleen het Zelf blijft over.’
Als je merkt dat je 'Wie ben ik?' automatisch
herhaalt, zonder er werkelijk bij stil te staan, ben je in de mantra-modus
beland. Stop. Verfris het onderzoek. Stel de vraag alsof je haar nog nooit
eerder hebt gesteld. Laat haar fris zijn. Laat haar levend zijn.
8. Zelfrealisatie
Zelfrealisatie is het directe, blijvende besef dat je het
Zelf (Atman) bent, en niet het lichaam, de geest of het ego. Dit is geen
nieuwe ervaring. Het is het einde van de behoefte aan ervaringen. Het is
het einde van de zoeker en van de zoektocht.
Eerst is er
onwetendheid (Avidya). De zoeker identificeert zich met het
lichaam/geest/ego complex. Hij lijdt. Hij zoekt. En hij gelooft:
'Ik ben het lichaam. Ik zal sterven. Ik ben afgescheiden'. Dan
begint het Zelfonderzoek. De zoeker vraagt herhaaldelijk
'Wie ben ik?' en volgt de ik-gedachte terug naar de bron. De
ik-gedachte begint te verzwakken. Er zijn glimpen van het Zelf. De zoeker
ervaart vrede, helderheid en een gevoel van 'ik ben' of van 'compleet
zijn' zonder eigenschappen. Na verloop van tijd en na consequente oefening
lost de ik-gedachte op natuurlijke wijze op. De zoeker hoeft de vraag niet
meer te stellen. De geest rust in het Zelf. Er is geen zoeker meer los van
het onderzoek. De zoeker beseft:
'Ik was nooit het lichaam. Ik was nooit de geest. Ik was nooit de
gedachten. Ik was nooit het ego. Ik ben het Zelf. Ik ben Brahman.'
En dit is geen gedachte of geloof. Het is een directe, levende
werkelijkheid, een onwankelbaar weten. De golf weet dat hij de oceaan
is.
Ramana Maharshi:
‘Wanneer de ik-gedachte tot haar bron wordt teruggevoerd, lost ze op,
zoals zout oplost in water. Wat overblijft is het Zelf, als de oceaan
van zout water. Het zoutkorreltje dacht dat het afzonderlijk was. Maar
het loste op en werd de oceaan. Jij bent niet het korreltje, je bent de
oceaan. Het korreltje is de ik-gedachte.’
De vrucht van Atma Vichara is geen nieuwe staat. Het is geen
zalige ervaring. Het is het einde van degene die ervaringen zoekt. Het is
het einde van degene die lijdt. Het is het einde van degene die de dood
vreest. Het is het directe besef:
‘Ik ben het Zelf. Ik ben nooit geboren. Ik zal nooit sterven. Ik ben
vrij.’
Dat is geen geloof. Het is directe kennis. Het is wat je bent.
Na
Zelfrealisatie blijft het lichaam bestaan. De geest blijft bestaan. Het
ego kan blijven voortbestaan als een noodzakelijke psychologische
functie. Maar de identificatie en onwetendheid zijn verdwenen. Het verlichte wezen (Jivanmukta)
weet:
'Ik ben niet het lichaam. Ik ben niet de geest. Ik ben niet het ego. Ik
ben het Zelf.'
Het lichaam kan pijn voelen. De geest kan nog steeds gedachten hebben. Het
ego kan blijven functioneren. Maar het verlichte wezen laat zich niet meer
misleiden, de identificatie is gestopt. De golf weet dat hij de oceaan is.
9. Veelgestelde vragen
1. Is Atma Vichara hetzelfde als het onderzoek
'Wie ben ik?' in de Brihadaranyaka Upanishad?
De
Brihadaranyaka Upanishad (2.4.5) stelt:
'Het Zelf dient gehoord, overpeinsd en op gemediteerd te worden.'
De tekst gebruikt niet expliciet de vraag 'Wie ben ik?'. De vraag
ligt echter wel besloten in het proces van reflectie (Manana). De
specifieke beoefening van het stellen van de vraag 'Wie ben ik?' is
door Ramana Maharshi gesystematiseerd, voortbouwend op de leer van de
Upanishads.
2. Kan ik Atma Vichara beoefenen zonder
leraar?
Ja. Er is geen leraar nodig, omdat het Zelf de leraar
is. Veel zoekers vinden een leraar echter nuttig voor begeleiding en
aanmoediging. Bij gebrek aan een levende leraar kunnen authentieke boeken
(van bv Ramana Maharshi of Nisargadatta Maharaj) of de video's van Swami Sarvapriyananda als leraar dienen. Waar het om gaat, is oprechte
beoefening.
3. Kan Atma Vichara worden beoefend naast
andere spirituele praktijken?
Ja. Ramana Maharshi zei dat
andere praktijken de geest zuiveren en geschikt maken voor Zelfonderzoek.
Hij wees ze niet af. Hij benadrukte echter wel dat alle andere praktijken indirect zijn. Atma Vichara is direct. Als je je aangetrokken voelt tot
Zelfonderzoek, beoefen het dan. Als je het moeilijk vindt, kunnen andere
praktijken de geest voorbereiden.
4. Is Atma Vichara
geschikt voor iedereen?
Atma Vichara is geschikt voor 'ervaren'
zoekers. Voor beginners kan het moeilijk zijn, omdat de geest er nog niet
klaar voor is. Beginners kunnen de geest voorbereiden door eerst
aanvullende praktijken te beoefenen zoals toewijding (Bhakti Yoga),
dienstbaarheid (Karma Yoga), lichaamshoudingen (Hatha Yoga), meditatie
(Dhyana) of adembeheersing (Pranayama). Maar iedereen kan Zelfonderzoek
uitproberen. Als het resoneert, beoefen het dan. Zo niet, bereid de geest
dan voor.
5. Hoe lang duurt het om Zelfrealisatie te
bereiken via Atma Vichara?
Daar bestaat geen eenduidig antwoord
op. Voor sommigen leidt intens onderzoek binnen maanden of jaren tot
realisatie. Voor anderen vergt het vele levens. De snelheid hangt af van
de intensiteit van het verlangen naar bevrijding (Mumukshutva) en
de rijpheid van de geest. Richt je niet op tijd. Richt je op de
beoefening.
6. Wat is het verschil tussen Atma Vichara
en het pad van Shravana / Manana / Nididhyasana?
Atma Vichara
is een vorm van Nididhyasana (diepe meditatie).
Shravana (luisteren naar het onderricht) en Manana (reflectie en vragen beantwoorden over het onderricht) zijn
noodzakelijke voorbereidingen. Zonder Shravana weet je niet waarop je je
onderzoek moet richten. Zonder Manana blijven er twijfels bestaan. Atma
Vichara is de beoefening van Nididhyasana zelf: het verblijven in de vraag
'Wie ben ik?' totdat het antwoord leidt tot directe realisatie.
7.
Kan Atma Vichara leiden tot mentale instabiliteit?
Bij onjuiste
beoefening (bv de geest dwingen, gedachten onderdrukken, spanning creëren)
kan elke beoefening verstoring veroorzaken. Maar bij juiste beoefening
leidt Atma Vichara tot vrede. Als je instabiliteit voelt, doe het dan
rustiger aan. Zoek begeleiding bij een leraar of in authentieke boeken.
Forceer niets. Ontspan. Onderzoek op zachte wijze.
10. Advaita Vedanta en Neo-Advaita
Het is ook duidelijk dat Neo-Advaita kan leiden tot spiritual bypassing (het ontwijken van psychologische en emotionele groei onder het mom van 'verlichting'). Omdat Neo-Advaita de geest niet traint of loutert, kan het ego het inzicht 'ik ben God of het Al of Brahman' verkeerd begrijpen, waardoor het (spirituele) ego juist sterker wordt in plaats van transcendeert. Klassieke Advaita Vedanta biedt handvatten om in de wereld te functioneren; terwijl Neo-Advaita de wereld simpelweg verklaart tot een illusie waar men zich niks hoeft van aan te trekken. De noodzaak om de eigen schaduwkanten te helen of om onrecht in de wereld aan te pakken, wordt vaak als onnodig en nutteloos beschouwd (wat incorrect is) onder het mom dat 'het toch allemaal slechts Maya is en dus niet echt'. Een andere valkuil is het 'oplossen' van het ego. Want hoewel sociale conditionering (het zogenaamde 'clown-ego') moet worden doorzien voor wat het is (een tijdelijke en zwaar geprogrammeerde verschijning), toch kan het wegnemen van het functionele ego een individu stuurloos en passief achterlaten, en kwetsbaar maken voor externe manipulatie. Het ego is wel degelijk nodig om te navigeren in de Aardse matrix, maar het mag niet de baas spelen.
Advaita Vedanta leert niet dat de wereld niet bestaat. Het maakt wel onderscheid tussen de niveaus van werkelijkheid. Vanuit het empirische niveau (Vyavaharika) dient men de wereld, het lichaam, relaties, lijden, ethiek, gevolgen, voedsel, maandelijkse rekeningen, een naderende trein,... serieus nemen. Als er een trein aankomt, ga dan opzij. Mededogen doet ertoe. Menselijk lijden en genocide kunnen niet op verantwoorde wijze worden genegeerd of weggezet met de opmerking dat er 'in feite nooit iets is gebeurd'.
Vanuit het absolute niveau (Paramarthika) bezit geen van deze verschijnselen echter een onafhankelijke, op zichzelf staande werkelijkheid die losstaat van Brahman (Al-Wat-Is). Een traditionele vergelijking is die van de golf: de golf bestaat wel degelijk als verschijningsvorm en een golf kan een mens zelfs omverwerpen, maar de golf heeft geen bestaan los van het water. Spirituele ontwijking (spiritual bypassing) begint wanneer iemand de Neo-Advaita uitspraken intellectueel overneemt ('er is geen persoon, alles is een droom, alleen Bewustzijn bestaat, er valt niets te doen, alles is perfect'), en deze gebruikt om verdriet, onrecht, verantwoordelijkheid, trauma, relationele verplichtingen of mededogen uit de weg te gaan. Dat is geen Zelfrealisatie; meer een verkeerde interpretatie vanuit het spirituele ego.
En hier schuilt een prachtige paradox in, en paradoxen zijn de manier waarop we hoger bewustzijn werkelijk kunnen begrijpen. Niets is gescheiden van Brahman, en daarom hoeft niets van wat zich aan ons voordoet, ontkend te worden. De wereld hoeft niet te verdwijnen om non-dualiteit waar te laten zijn. Wat verdwijnt, is de misvatting dat de wereld en het Zelf twee onafhankelijk bestaande werkelijkheden vormen. In plaats van te beweren: 'Er is geen wereld.', is het juister om te zeggen: 'Er is een wereld, maar die is niet wat we doorgaans denken dat hij is'. De fundamentele vergissing ligt in de verwarring tussen de uitspraak 'niet werkelijk bestaan' en het inzicht ‘niet gescheiden’. Dat zijn twee verschillende beweringen.
Een uitspraak zoals 'De wereld is een illusie' kan nuttig zijn als het betekent dat de ervaren wereld tot stand komt via (gebrekkige) waarneming, geheugen, taal en interpretatie. 'Het ego bestaat niet' kan nuttig zijn als het betekent dat het persoonlijke ik niet de vaste, onafhankelijke entiteit is die het lijkt te zijn. Maar zodra men beweert dat lichamen, gevolgen, lijden, verantwoordelijkheden en de fysieke wereld op de een of andere manier onwerkelijk zijn, is de leer vervallen tot zijn eigen abstractie. Een trein blijft gevaarlijk, ongeacht of het ego uiteindelijk al dan niet een constructie is. Honger vereist nog steeds voedsel. Trauma doet nog steeds pijn. Oorlog veroorzaakt nog steeds doden, angst en verdriet. Een metafysisch vocabulaire heft de causaliteit niet op. De volwassen vorm van non-dualiteit (Advaita Vedanta) is bijna het tegenovergestelde van 'bypassing' (het ontlopen van de realiteit). Als de grens tussen ‘ik’ en ‘wereld’ minder absoluut wordt, zou de verantwoordelijkheid juist dieper moeten worden, niet zwakker. Het lijden van anderen wordt moeilijker om terzijde te schuiven, niet makkelijker.
11. Samenvatting
Atma Vichara betekent 'Zelfonderzoek' – het directe,
systematische onderzoek naar de aard van het eigen ware Zelf (Atman). Het
is afgeleid van Atman (Zelf) en Vichara (onderzoek) en vormt de
kernbeoefening binnen de Advaita Vedanta om onwetendheid (Avidya)
op te heffen en Zelfrealisatie te bereiken. De methode is eenvoudig maar
diepgaand: stel de vraag 'Wie ben ik?' en herleid de bron van de
ik-gedachte tot haar oorsprong. Geef geen antwoord in woorden of
concepten. De vraag is geen mantra die mechanisch herhaald moet worden.
Het is een levend onderzoeksinstrument. Wanneer je oprecht vraagt
'Wie ben ik?', geeft de geest aanvankelijk antwoorden zoals:
'Ik ben het lichaam. Ik ben de geest. Ik ben het ego.' Verwerp elk
antwoord. Vraag opnieuw:
'Wie is degene die zegt 'ik ben het lichaam'?' Blijf in de
opmerkzame stilte die volgt na de vraag. Volg de ik-gedachte terug naar de
bron. De ik-gedachte komt voort uit het Zelf en lost weer op in het Zelf.
Wanneer de ik-gedachte tot aan de bron wordt gevolgd, lost ze op als zout
in water. Wat overblijft is zuiver bewustzijn – het Zelf.
Ramana
Maharshi is de moderne bron van deze leer, al liggen de wortels in de
Upanishads (met name de Brihadaranyaka en Mandukya). De ik-gedachte is de
wortel van alle gebondenheid. Alle andere gedachten ontstaan pas na de
ik-gedachte. Door de wortel door te snijden, lossen daarom ook alle takken
op. Veelgemaakte fouten zijn onder meer mechanische herhaling,
intellectuele antwoorden, het verwachten van visioenen en te vroeg
opgeven. Atma Vichara vereist volharding, geduld en oprechtheid. De vrucht
ervan is Zelfrealisatie – het directe, blijvende besef dat jij het Zelf
bent, en niet het lichaam, de geest of het ego. De golf beseft dat ze de
oceaan is. Het zout lost op in het water. De ik-gedachte verdwijnt. Alleen
het Zelf blijft over. Dat is bevrijding. Dat is wat jij in wezen bent:
Bestaan - Bewustzijn - Vreugde (Sat - Chit - Ananda).
Sri Nisargadatta Maharaj (1897–1981) was een bekende Advaita Vedanta leraar. Hij
verwierf internationale bekendheid door zijn directe, compromisloze wijze
van onderricht. Zijn bekendste en meest invloedrijke werk is het boek
'I Am That' (vertaald als 'Ik Ben / Zijn'). In de jaren dertig ontmoette hij zijn
leraar Sri Siddharameshwar Maharaj. Deze gaf hem de simpele instructie om
zich volledig te concentreren op het gevoel van puur aanwezig zijn:
'I am.' Na een korte periode in de Himalaya keerde hij terug naar
zijn gezin. Hij besefte dat een alledaags gezinsleven geen belemmering
vormt voor spirituele realisatie. Vanaf de jaren 60 en 70 ontving hij in
zijn kleine kamer in Mumbai duizenden spirituele zoekers uit de hele
wereld.
De kern van zijn onderricht is radicaal en
direct:
° Puur Gewaarzijn: Je bent niet het lichaam, niet
de gedachten en niet het ego. Je bent het tijdloze, onveranderlijke
bewustzijn dat daaraan voorafgaat.
° De
'ik Ben' meditatie: Door de aandacht continu terug te brengen naar
het pure gevoel van 'zijn' (vóórdat er gedachten of identificaties
ontstaan), lost de illusie van afscheiding op.
° Er zijn geen
ingewikkelde rituelen, heilige geschriften of religieuze plichten nodig.
De waarheid kan direct in het hier en nu worden gezien via
Zelfonderzoek.
Waar Ramana Maharshi vragend werkt ('Wie ben ik?'), richt Nisargadatta Maharaj zich op het vasthouden van het simpele
gevoel van 'zijn'. En de aanwijzing voor meditatie is
doodeenvoudig. Blijf bij het gevoel 'ik ben' en laat al het andere
vallen.
1. Ga rustig zitten. Sluit de ogen en laat
alle rollen en identificaties los (je naam, je beroep, je geschiedenis, je
gezinssituatie, je dromen en verlangens, je lichaam, je gedachten,..). Er blijft een fundamenteel
bewustzijn over, het inzicht dat je simpelweg bestaat. Dat is het
'ik ben' gevoel (I am-ness).
2. Rust in dat
gevoel. Richt je volledige aandacht op dit naakte gevoel van Aanwezigheid.
Je hoeft niets te doen, niets te bereiken en nergens aan te denken. Je
bent simpelweg aanwezig.
3. Negeer alle toevoegingen en
alle bewegingen van de geest en van het lichaam. Zodra er een gedachte
opkomt, voegt je verstand iets toe aan het oorspronkelijke
'ik ben' (bv
'ik ben moe, ik ben aan het mediteren, ik ben afgeleid'). Laat de
toevoegingen los (moe, afgeleid, dit/dat). Keer telkens terug naar het
zuivere 'ik ben' zonder etiketten en attributen. Blijf bij de bron vóór de
gedachte ontstaat. Blijf zo lang mogelijk in die ruimte van puur
Bewustzijn / Gewaarzijn rusten. Nisargadatta noemt dit het 'waken bij de
deur van het bewustzijn'.
Ramana Maharshi gebruikt de vraag 'Wie ben ik?'
als een pijl die de gedachten terugschiet naar de bron. Nisargadatta
Maharaj stelt geen vraag, maar verankert zich direct in het puur aanwezig
zijn ('I am-ness'). Het verstand kan hier niets mee. Het verstand
wil iets doen of begrijpen. Deze oefening gaat juist over het voorbijgaan
aan het verstand. Als het verstand stil wordt, verdwijnt de illusie van
afscheiding. Nisargadatta raadde aan om dit 'ik ben' gevoel niet alleen op
een kussentje te beoefenen, maar er gedurende de dag zo vaak mogelijk aan
te denken terwijl men de dagelijkse dingen doet.
13. Bewustzijn & Gewaarzijn
Het Zelf met een hoofdletter Z is Atman of Gewaarzijn, de ware aard van de mens. Het
zelf met kleine letter z duidt op het ego of bewustzijn. Nisargadatta
Maharaj legt het verschil tussen beide uit.
Bewustzijn (Chetana / ik ben)
Bewustzijn is het gevoel van 'ik ben'. Het is het
fundamentele weten dat je bestaat, het besef dat je er bent, voorafgaand
aan elke gedachte over wie of wat je bent. Het is de eerste beweging weg
van het pure Gewaarzijn. Het is het verschijnen van een kenvermogen dat
afhankelijk is van het lichaam en de geest. Nisargadatta zei vaak dat
bewustzijn een lichaam nodig heeft om zich te manifesteren, net zoals
elektriciteit een gloeilamp nodig heeft om zichtbaar te worden als
licht.
Bewustzijn is dynamisch, het komt en het gaat, het
is aanwezig tijdens de waak- en droomtoestand, en het is afwezig tijdens
de diepe slaap. Volgens Nisargadatta wordt het bewustzijn geboren met het
lichaam en sterft het ook met het lichaam. Maar andere scholen binnen
Vedanta beweren dat, zolang er geen Zelfrealisatie plaatsvindt, er
ook na de dood (en voor de geboorte) een energielichaam is (het subtiele
lichaam of sūkṣma-śarīra) waardoor een bepaalde vorm van bewustzijn blijft
bestaan en zelfs de ervaring van reïncarnatie kan plaatsvinden.
Alle
ervaringen, alle verschijnselen en elk gevoel van
'ik besta als deze persoon' vinden plaats binnen het bewustzijn.
Het is het veld waarin de wereld, de geest, gedachten en het gevoel van
individualiteit verschijnen. Nisargadatta beschouwde bewustzijn zelf als
een soort tijdelijke, geleende staat — reëel in relatieve zin, maar niet
de uiteindelijke Waarheid.
Gewaarzijn (Para-vidya / het Absolute)
Gewaarzijn (awareness) gaat vooraf aan bewustzijn (consciousness) en transcendeert het.
Het is de onveranderlijke, tijdloze grondslag waarin het bewustzijn
verschijnt en verdwijnt. Gewaarzijn kent zichzelf niet als
'ik ben' — want dat zou al bewustzijn zijn. Gewaarzijn gaat zelfs
vooraf aan het gevoel van zijn. Het heeft geen begin, geen einde en is
niet afhankelijk van een lichaam. Bewustzijn komt (tijdens waken en
dromen) en gaat (tijdens diepe slaap en na de dood), maar Gewaarzijn komt
of gaat nooit — het is altijd aanwezig, zelfs tijdens de diepe slaap,
zelfs wanneer bewustzijn afwezig is. Gewaarzijn is jouw ware aard. Het is
wat je in essentie bent, niet iets dat je verwerft, aangezien het nooit
werkelijk afwezig is. Het wordt slechts over het hoofd gezien omdat de
aandacht opgaat in bewustzijn en de inhoud daarvan (gedachten, gevoelens,
gewaarwordingen, de wereld, het ego).
De onderlinge verhouding
Bewustzijn is als een golf, Gewaarzijn is als de oceaan. De
golf (bewustzijn) rijst en daalt, heeft een tijdelijke vorm en identiteit,
maar is nooit gescheiden van de oceaan (Gewaarzijn) — ze bestaat uit niets
anders dan oceaan. Een veelgebruikte manier waarop Nisargadatta op het
verschil wees: je kunt je bewust zijn van bewustzijn — je kunt bewust zijn
dat je bewust bent, je kunt bewust zijn dat het 'ik ben' is
opgekomen — maar dat opmerken zelf is Gewaarzijn. Dit Gewaarzijn is geen
object, het is niet iets dat zelf waargenomen of gekend kan worden als een
ding, aangezien het juist het vermogen is om überhaupt iets te kennen.
Bewustzijn is 'ik ben' — het feit van het bestaan en het weten
dat je bestaat, verbonden met lichaam en geest, en onderhevig aan
verschijnen en verdwijnen. Gewaarzijn is wat overblijft wanneer zelfs door
het 'ik ben' heen wordt gekeken — de onveranderlijke aard van de
getuige waarin bewustzijn zelf opkomt. Zonder dit zou bewustzijn überhaupt
niet kunnen verschijnen, maar het is zelf geen ervaring, toestand of ding
dat verschijnt.
1. Het bewustzijn (Saguna Brahman)
Dit is de kiem van alle ervaring. Het moment dat de fysieke vorm (het
lichaam) ontstaat, ontwaakt het gevoel 'ik ben'. Zonder dit 'ik ben'
is er geen wereld, geen tijd en geen ervaring. Maar omdat het 'ik-ben'
afhankelijk is van het (sterfelijke) lichaam, is het tijdelijk en
voorbijgaand en dus in de hoogste zin niet absoluut waar.
2. Het absoluut transcendente en ongemanifesteerde (Parabrahman)
Dit is wat je wérkelijk bent: de staat vóórdat het
'ik ben' gevoel überhaupt opkomt (en ook de staat die overblijft als
het 'ik ben' weer verdwijnt, zoals in een diepe, droomloze slaap).
Toch
adviseert Nisargadatta om bij het 'ik ben' te blijven. Hij gebruikt
een analogie ter verduidelijking:
'Om een doorn uit je voet te halen, gebruik je een tweede doorn. Als de
eerste doorn eruit is, gooi je ze allebei weg'. De eerste doorn is de illusie dat je een beperkt persoon bent
('ik ben Piet, ik ben een mens, ik ben bezorgd,..'). De tweede doorn
is het zuivere gevoel 'ik ben' (zonder toevoegingen en attributen).
Het weggooien van beide betekent dat zodra de persoonlijke illusie (ego)
door het 'ik ben' is opgelost, dan lost ook het 'ik ben' uiteindelijk
op in het Absolute.
2. Alle persoonlijke gedachten en identificaties vallen weg.
3. Op een gegeven moment ontmaskert het 'ik ben' zichzelf als een tijdelijke verschijning in het Absolute.
4. Men realiseert zich dat men de tijdloze en ruimteloze achtergrond is waarin het 'ik ben' slechts een voorbijgaande ervaring was.
Wanneer het voorbijgaande gevoel van 'ik ben' volledig oplost,
stabiliseert men zich in Parabrahman (het Absolute). Omdat deze staat
voorbij taal, concepten en het verstand ligt, gebruikt Nisargadatta
paradoxale termen en ontkenningen om het te omschrijven.
1. Van weten naar niet-weten
Zolang het 'ik ben' aanwezig is, is er een waarnemer die iets
waarneemt (ik weet dat ik besta). Wanneer het 'ik ben' oplost,
verdwijnt ook dit instrument van kennen. Nisargadatta noemt de staat van het
Absolute daarom een staat van volkomen niet-weten. Het is geen onwetendheid,
maar de Oorspronkelijke Staat waarin er geen onderscheid meer is tussen de kenner, het gekende en het kennen.
2. Tijdloos en ongeboren
Het 'ik ben' gevoel ontstaat samen met het fysieke
lichaam en heeft een begin en een einde. Het Absolute daarentegen is
ongeboren, tijdloos en vormloos. In de Absolute staat was je er al vóór de
opkomst van het bewustzijn, en zul je er zijn als het bewustzijn weer
verdwijnt. Het is de staat die je reeds kent uit de diepe, droomloze slaap,
maar dan vrij van alle onwetendheid.
3. De stille achtergrond (het niet-gebeuren)
In de staat van Parabrahman is er geen ervaring van vreugde of
verdriet, geen zoektocht en geen verlangen meer. Nisargadatta beschreef het
als absolute rust en absolute volmaaktheid. Het universum en de geest kunnen
doorgaan met bewegen, maar voor het Absolute is er nooit iets gebeurd. Je
bent niet langer een deeltje in de stroom van het leven, maar de
'onveranderlijke ruimte' waarin de stroom verschijnt en weer verdwijnt.
Hij
vat het samen als volgt:
'Wanneer ik niet weet wat ik ben, noem ik het bewustzijn. Wanneer ik
realiseer wat ik ben, is er geen bewustzijn over om te claimen dat 'ik
ben'. Het oplossen van het 'ik ben' gevoel is dus geen verlies, maar
het ontwaken uit een droom waarin je dacht een afzonderlijk individu te
zijn.
Ahamkara (ego)
Atman (het ware Zelf)
Brahman
Jivatman (belichaamde ziel)
Individualiteit; de staat of conditie van het zijn van een Jiva. Vandaar dat individualiteit 'Jiva-zijn' is. Bevrijding (Moksha) is bevrijding van Jivatman, van de toestand van Jiva zijn. In die bevrijding, namelijk in het juist begrijpen dat mijn ware aard enkel puur Bewustzijn is, is er de erkenning dat ik nooit werkelijk een Jiva was (alleen schijnbaar, door onwetendheid) en dat ik altijd Brahman geweest ben. Analogie: bij het ontwaken uit een droom erkent men dat men nooit werkelijk die droompersoon was, hoewel men dat tijdens de droom wel degelijk leek te zijn.
Manas (geest, mind)
De modificatie van het interne instrument dat de voors en tegens van een onderwerp overweegt. Anders gezegd: Manas of de geest is het instrument om informatie te verwerken, te overwegen en te analyseren. Vergelijkbaar met een CPU (de processor in een computer). Die informatie komt via de zintuigen binnen. Manas is de kracht om te weten, en de kracht om te verlangen. Het wordt gevormd door de Vrittis (bewegingen in de geest, zoals gedachten), die voortdurend veranderen. Het wordt gekenmerkt door verlangens en twijfels, opties en alternatieven. Door de identificatie met één lichaam verdeelt de geest wat hij tegenkomt in 'ik', 'van mij', en 'niet ik', 'niet van mij', waarbij hij attributen op het Zelf legt. Aangezien het vermogen om te weten en te verlangen noties van identiteit (Ahamkara) omvat, evenals herinneringen (Chitta) en beslissingen (Buddhi), wordt Manas zowel gebruikt om specifieke functies van de geest aan te duiden (weten, voelen, verlangen) als om de geest als geheel weer te geven.
Sukshma Sarira (het subtiele lichaam - Linga-sarira)
1. De vijf waarnemingsorganen: ogen, oren, huid, tong en neus.
2. De vijf organen van actie: spraak, handen, benen, anus en geslachtsorganen.
3. De vijfvoudige vitale adem: Prana (ademhaling), Apana (afvoer van afvalstoffen uit het lichaam), Vyana (bloedsomloop), Udana (handelingen zoals niezen, huilen, braken enz.), Samana (spijsvertering).
4. Manas (geest)
5. Buddhi (intellect)
Upanishads
De heilige geschriften die aan het einde van de Veda's staan en het filosofische gedeelte ervan vormen. De 108 Upanishads vormen (samen met Bhagavad Gita en Brahma Sutras) de filosofische basis van Vedanta en kunnen de zoeker naar bevrijding leiden wanneer de woorden eruit worden geassimileerd. De tien belangrijkste Upanishads zijn: Īṣa, Kena, Kaṭha, Praṣna, Muṇḍaka, Māṇḍūkya, Taittirīya, Aitareya, Chāndogya, Bṛhadāraṇyaka. Upanishad betekent: de wijsheid die verkregen wordt door Zelfonderzoek, en datgene wat onwetendheid vernietigt.
Vedanta
Is één van de zes scholen binnen de Hindoe filosofie en bevat verschillende subscholen waaronder Advaita Vedanta (non-dualiteit). De Vedanta leer baseert zich op oeroude teksten zoals Upanishad, Brahma Sutra en Bhagavad Gita. De essentie van Vedanta kan als volgt worden samengevat. De Jiva (of belichaamde ziel) is niets anders dan Brahman en is als zodanig altijd vrij, eeuwig en onveranderlijk. De Jiva is Bestaan, Bewustzijn, Vreugde. Omdat de Jiva haar eigen natuur niet kent, denkt zij dat ze gebonden en beperkt is. Deze onwetendheid verdwijnt door Kennis en de Jiva herontdekt haar eigen Zelf. In feite kunnen termen als gebondenheid en bevrijding niet gebruikt worden voor iemand die altijd vrij is. De geschriften gebruiken de term 'bevrijding' in relatie tot gebondenheid die alleen in de verbeelding bestaat. Vedanta is de kennis die iemands zoektocht naar kennis beëindigt. Alles wat je nodig hebt om vrij te zijn, is je Zelf kennen, en dat kan door Vedanta. Het is de oudste geschreven en de meest complete filosofische en psychologische uitleg over mens-zijn en het universum wat bestaat op Aarde.
















Geen opmerkingen
Een reactie posten